Overdenking Pasen – 4 april

U zij de glorie (Orgel)
Gebed
Opw 614 Uw genade is mij genoeg
Joh. 20: 1-18
Preek
Sela Ik leef
Gebed
Collecte
Sela Juicht want Jezus is Heer

 

Goedemorgen broeders en zusters en gasten, iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De collecte is vandaag bestemd voor de diaconie. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.

 

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘ Rabboeni!*’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 

Het eindigt in het donker. Het is inktzwart. Je kunt geen hand voor de ogen zien. En er is niets dat richting geeft of wijst. Er is alleen de stilte. De stilte van de nacht. En de vragen buitelen door je hoofd: wat heb ik meegemaakt? Wat heb ik gezien? Wat heeft dit te betekenen, wat wil dit zeggen? Is er iemand die kan duiden wat er is gebeurd, iemand die het in perspectief kan zetten. Die het grote geheel overziet. Pfff en alles wat je wilt is rust. Een moment van rust, zodat alles op je in kan werken. Een moment van bezinning. En ieder die erbij was, doet het op zijn of haar eigen manier.

De macht zal weer aan het werk zijn gegaan. Business als usual. De handen zijn vuil gemaakt. Daarna zijn ze weer schoongewassen. Een nieuwe dag betekent opnieuw de handen uit de mouwen. Handhaven. Er is genoeg te doen. Het land moet bestuurd. Er moeten beslissingen genomen worden.

De gewone man of vrouw. Tja er is weer een nieuwe dag. Een rustdag. Een heilige dag. Dus je doet niet zoveel Niet je gewone werk. Nee je richt je op God. Je praat er met elkaar nog even over. Was jij er ook bij, heb jij het gezien of alleen gehoord? En wat vind jij er nu van? En daarna doe je weer wat je doen moet. Morgen moet je weer aan het werk.

Bij sommigen zal er misschien iets van twijfel in het hoofd zijn gaan zitten. Hebben we wel de juiste beslissing genomen? Dit was toch wel heel bijzonder, wat ze hebben meegemaakt. Maar al snel weer de gedachte: nee ze konden niet anders. Ze moesten wel. Er zat niets anders op. Hij begon een gevaar te vormen. Er liepen zoveel mensen achter Hem aan. Zoveel mensen die iets in Hem zagen, die in Hem geloofden. En dan die woorden over zijn koninkrijk. En dat raadsel: breek deze tempel af en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen. Gelukkig hadden ze bij de macht een wacht geregeld.

Bij zijn familie en vrienden, zijn leerlingen is er alleen verslagenheid. Verdriet. Hier houdt alles op. Er zijn de tranen. Je probeert elkaar op te beuren. Je haalt nog herinneringen op. Je steunt op elkaar. Je zult wel verder moeten. Maar je weet totaal niet hoe. De wereld draait wel door, maar het heeft helemaal geen zin.

Macht, menigte, mensen. Ieder met eigen gedachten. Ze hebben hetzelfde meegemaakt. Ze zullen er verschillend over denken. Het is maar net wat je eigen standpunt is.

Het is nog donker. In alle vroegte. De vrouwen gaan naar het graf. Met hun gedachten zijn ze nog een paar dagen ervoor. Ze willen zijn lichaam gaan verzorgen. De lucht van de dood verdrijven. En dan blijkt dat het niet meer hoeft. Er is geen dood meer. Het graf is open. Het lichaam is weg. Alleen de doeken zijn er nog. In alle stilte is Jezus opgestaan. De dood is overwonnen. Jezus leeft.

Het is een groot contrast. Jezus sterft met een groot aantal getuigen. Daar waren genoeg mensen bij. Ieder kon het zien, ieder kon het horen. Als Jezus opstaat is er niemand. De soldaten zijn gevlucht. De vrouwen nog onderweg. De leerlingen zijn er niet. Als Jezus opstaat uit de dood en het leven neemt, als de Vader zijn Zoon weer opwekt en het leven geeft, is er niemand bij. En toch moet het nieuws de wereld in. Het moet verteld. En dus verschijnt Jezus. Hij laat zich zien. Zo wordt het donker verdreven, begint het weer licht te worden. Er is weer toekomst. Er wordt een weg zichtbaar. Een weg, die naar de wereld leidt. Er komt weer perspectief. In de woorden van vandaag: licht aan het einde van de tunnel. En vrouwen zijn de eerste getuigen. God doet het altijd anders. Onverwacht. Maria is de eerste die Hem ziet. Daarna de leerlingen. En alleen zij die in Hem geloven zullen Hem nog in leven zien. Voor de andere mensen is er alleen het lege graf met de doeken die getuigen van zijn opstanding.

Jezus kwam om te sterven. Dat was de weg, die Hij moest gaan. De weg van marteling en dood. Zo overwon Hij het kwaad, maakte Hij de zonde onschadelijk, nam Hij de gevolgen van de zonden weg. Na drie uur duisternis was het voltooid. En ieder moest het horen: het is volbracht.

Maar wat is het perspectief als het daarna donker blijft. Als er daar de duisternis van het graf is. De steen die alles afsluit. Dan is er geen opening. Dan is er geen licht. Dan loopt alles dood. Dan kan je jouw rugzak wel bij het kruis zetten, maar wat heeft het voor zin?

De winst van het kruis wordt verzilverd bij de opstanding. Ik geef mijn leven, om het na drie dagen weer op te nemen. Want niet de dood is het eindstation. Die dood moet juist overwonnen worden. En de overwinning op de dood is het leven. Als het kwaad en de gevolgen van het kwaad overwonnen zijn. Als daar het leven voor in de plaats komt, dan heeft het zin om alles te leggen op de schouders van Jezus. Om te geloven, dat Hij het werkelijk ook voor jou heeft volbracht.

We noemen dat genade. God geeft genade aan mensen: Hij vergeeft hun zonden, Hij vernieuwt hun leven, Hij geeft uitzicht op een eeuwige toekomst. Wat zat er ook al weer in je rugzak? Onder andere je fouten. Je missers. Sommige bewust, sommige onbewust. Maar de gevolgen waren er wel. En het staat tussen jou en God in. God vergeeft het. En daar heb je iets aan: er is leven na  het sterven.

Wat zat er nog meer in: de dingen waar je onder lijdt: ziekte, verlies, eenzaamheid. Dat soort zaken. God Hij geneest, geeft leven weer, Hij geeft je aan elkaar. God vernieuwt jouw leven. En daar heb je iets aan: er is leven na het sterven.

Je draagt je rugzak nu. Met de positieve herinneringen en met je lasten. Het kwaad mag dan overwonnen zijn aan het kruis. Jezus heeft dan uitgeschreeuwd: het is volbracht. Maar je hebt er deze dagen nog steeds last van. Het drukt op je. Steeds is er de schaduw van de dood, die over je leven hangt. En er komt een moment dat jij zelf zult sterven. Of Jezus moet eerder terug komen. Dan zal een eeuwige nieuwe toekomst beginnen. Daar heb je iets aan: er is leven na het sterven.

In het graf blijft alles donker. Dan heb je als mens geen perspectief. Dan is er geen licht aan het einde van de tunnel. Immers alles eindigt in de duisternis van de dood. Wat is dan de zin van alles?

Dat is Pasen: Goede Vrijdag is: het is volbracht. Het is voltooid, klaar, af, betaald. Pasen is: en het is werkelijk overwonnen. Als je de rugzak bij het kruis gebracht hebt, dan neemt Jezus deze rugzak weg. Hij draagt Hem weg.

Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij is het licht van de wereld. Daarvan is Pasen het bewijs. Dat nieuws moet verteld worden. Wij kunnen licht verspreiden in een donkere wereld. Uitzicht geven in een wereld die uitzichtloos lijkt. Hoop bieden en perspectief. Het kwaad is werkelijk overwonnen. Er is leven na de dood. Jezus is opgestaan uit de dood en wij zullen op een gegeven moment volgen. Het begint op het moment dat de vrouwen een leeg graf vinden. Het wordt bewezen als Maria Jezus ziet. Hij is niet dood, Hij leeft. Halleluja.