Liturgie zondag 9 mei

Welkom
Stilte
Toewijding en groet
Zingen ‘Witter dan sneeuw
Gebed (met verootmoediging)
Lezen 1Joh.4:7-21
Zingen ‘Laat zo je licht maar schijnen
Preek
Luisterlied / Zingen ‘Wie liefde kent
Geloofsbelijdenis (Apostolische)
Zingen Opw 64 ‘Vader, ik aanbid U
Collecte
Gebed
Zingen ‘Lof zij de Heer
Zegen

 

 

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven. Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. Dat wij in hem blijven en hij in ons, weten we doordat hij ons heeft laten delen in zijn Geest. En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem. Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden. Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. We hebben dan ook dit gebod van hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.

zo 9 mei – collect voor ZOA

Zondag 9 mei a.s. is de collecte bestemd voor ZOA.

Omdat wij de komende zondagen niet in de erediensten onze gaven kunnen geven heeft de diaconie  twee mogelijkheden voor u ingericht waarop u vanuit huis uw gift kunt doen.

De GivT app
Geven vanuit huis kan net zo eenvoudig als in de eredienst met de GivT app. Kies onze kerk uit de lijst met goede doelen, of scan de onderstaande QR code om uw gift te doen.

Via overschrijving
Als u géén gebruik maakt van de GivT app kunt u de gift direct over maken naar het rekeningnummer van de diaconie.

Het rekeningnummer is: Diaconie – NL 53 RABO 0375 8507 24

Onderweg: God aan het werk. Pasen toen en nu.

OnderWeg jaargang 7 nummer 5

Nummer 5 van OnderWeg heeft als thema God aan het werk. Pasen toen en nu.

Dit nummer gaat over Gods handelen. Zoals hij met Pasen beslissend heeft ingegrepen. Enkele vragen die in deze editie aan bod komen. Mag je van zijn ingrijpen veel verwachten voor vandaag en de toekomst? Is God ook in de kleine dingen te zien? Is het mogelijk om in de kerkelijke gemeente te spreken van een ‘kleine heilshistorie’ waarin je benoemt wat God in de afgelopen jaren heeft gedaan in jouw kerk, wat Hij nu doet, en wat daaruit voortvloeit in jouw visie op de gemeente? Hoe weet je zeker dat God aan het werk is?

Pieter Kleingeld en Karel Smouter geven de aftrap met hun beschouwing God aan het werk! Zijn we niet te sceptisch of te oppervlakkig om God nog aan het werk te zien? Ga op zoek naar wat God nu doet. Deze uitdaging gaat over drie niveaus: wat doet God in je leven, in de kerk en in de wereld.

Hierop volgt een essay van Reinier Sonneveld over een van de spannendste vragen die je jezelf als gelovige kunt stellen: waar is God op dit moment? Daaraan verwant: Wat doet God eigenlijk op dit moment?

Hierop aansluitend een persoonlijk geloofsgesprek met Alex Overbeeke en een ontmoeting met twee werkers in de kerk, Pauly Rebel en Alex Boshuizen.

OnderWeg sluit af met een ontmoeting met Kathleen Ferrier. Na haar afscheid van de Haagse politiek in 2012 woonde en werkte ze vijf jaar in Hong Kong. Nu is ze voorzitter van de Nederlandse Unesco-commissie en zet ze zich volop in voor vrouwenrechten, democratie en de doorwerking van het slavernijverleden.

Ga naar onderwegonline.nl/gratis voor een gratis en vrijblijvend proefabonnement.

Overdenking zondag 2 mei

Ps 119: 8,9
10 geboden
Gebed
Opw 488 Kracht van uw liefde
1 Joh 3: 18-24
Opw 733 10.000 redenen tot dankbaarheid
Gebed
Collecte
Goodness of God

 

Goedemorgen broeders en zusters en gasten, iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De eerste collecte is vandaag bestemd voor de kerk, de tweede voor het pastoriefonds. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.

 

“Kinderen, we moeten niet liefhebben met de mond, met woorden, maar waarachtig, met daden. Dan weten we dat we voortkomen uit de waarheid en kunnen we met een gerust hart voor God staan. En zelfs als ons hart ons aanklaagt: God is groter dan ons hart, hij weet alles. Geliefde broeders en zusters, als ons hart ons niet aanklaagt, kunnen we ons vol vertrouwen tot God wenden en ontvangen we van hem wat we maar vragen, omdat we ons aan zijn geboden houden en doen wat hij wil. Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen. Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem. Dat hij in ons blijft, weten we door de Geest die hij ons heeft gegeven.”

 

Vorige week stond er een interview in de krant met mensen, die een gemeente hadden verlaten. En dan vooral de vrijgemaakte kerk. Teneur: de kerk was zo veranderd de afgelopen jaren. De prediking was achteruit gegaan. Er werd alleen maar liefde gepreekt. En die laatste zin die trof mij. Het is iets wat me al langer bezighoudt. Maar nu stond het nog een keer zwart op wit. Het houdt mij bezig, omdat je ook gaat nadenken over je eigen boodschap. Is die wel bijbels dan?

Nu stond op het leesrooster 1 Johannes. En ik had deze week ook een huwelijk te bevestigen. Daar was de tekst uit Johannes 15. En daar staat: dit gebod geef ik jullie: heb elkaar lief. Jullie moeten liefhebben. Nu weet ik dat sommige mensen helemaal steigeren bij het woord moeten. Als je tegen hen zegt: je moet … Dan is de eerste reactie: ik moet helemaal niks. En dat zorgt voor de vraag: kan je wel iemand opleggen om lief te hebben. Kan je liefde verplichten?

En ik had een klein boekje in de kast staan. Het is van C.S Lewis. Ik had al vaker iets van hem gelezen maar veel stond ook nog ongelezen in de kast. Titel van het kleine boekje: de vier liefdes. Nadat ik het gelezen had, wilde ik het meteen nog een keer lezen. Het is wel klein, maar er staat zoveel in. Zoveel zinnen om over na te denken. Zo ontstond de gedachte voor deze preek: geef vanuit Johannes iets door over de liefde. Maar ik moet me beperken. Anders is het veel te veel. Dus heb ik besloten het in stukjes te doen. En dan leggen we hoop ik uiteindelijk de hele puzzel. Dat is het idee.

Allereerst: dat liefde belangrijk is. Jezus noemt het het grootste gebod. Heb God lief met alles wat in je is en je naaste als jezelf. Je moet God liefhebben. Je moet je medemens liefhebben en je moet jezelf liefhebben. Ik zou daar nog aan kunnen toevoegen: en je moet de schepping liefhebben. Wie verbonden wil zijn aan Jezus zal moeten liefhebben. Paulus zegt het tegen de gemeente van Korinthe: jullie willen de weg omhoog en je denkt dat het in de bijzondere gaven zit. Ik wijs jullie de weg van de liefde. Dat gaat nog veel hoger. De liefde die zichzelf niet zoekt, maar altijd de ander. De liefde die bedekt en vergeeft. De liefde die geduld heeft. In zijn kleine briefje heeft Johannes het 33 keer over liefde heeft iemand geteld. 16 om 17 als het om het werkwoord en het zelfstandig naamwoord gaat. Je zou Johannes bijna de apostel van de liefde noemen.

Maar wat is liefde dan?

Eerst maar eens beginnen bij de zin: God is liefde. Dat is bijbels. Het zegt, dat God de bron is van de liefde. God gaat niet op in liefde, want God is meer dan liefde alleen. God gaat niet zelf op in de liefde. Maar de liefde hoort wel bij Hem. Erik is predikant. Dat klopt. Maar ik ben meer dan dat. Ik ben ook man, vader, natuurliefhebber, hardloper, wielrenner … Zo is het bij God ook. God is meer dan liefde alleen. Maar die liefde hoort wel bij God.

Nou is de liefde van God altijd een gevende liefde. God schenkt. Hij geeft cadeaus. Dat hoort bij God. Die gevende liefde kan je ook bij mensen vinden. Iemand geeft zijn tijd, zijn kracht, zijn geld voor de toekomst van zijn gezin. Hij of zij maakt plannen, opent een spaarrekening. En hij of zij doet dat, omdat hij of zij houdt van het gezin.

Maar er is ook vragende liefde. Vragende liefde is er als je iets nodig hebt. Als er een gebrek of pijn is. Een voorbeeld van vragende liefde is bijvoorbeeld een huilend kind, dat gevallen is en naar zijn moeder rent. En het kan ook een kind zijn, dat eenzaam of angstig is. Het heeft de bescherming, de hulp, de veiligheid van de moeder nodig. Dat is vragende liefde.

Gevende liefde lijkt dus het meest op de liefde van God. Maar onze liefde naar God is vooral vragende liefde. We vragen om vergeving, we bidden om hulp, omdat we het zelf niet redden. Hoe dichter je als mens bij God komt, hoe duidelijker het wordt: ik ben maar een arme bedelaar. Ik moet mijn hand ophouden. Zo zei Luther het. Of om het met de woorden van Jezus te spreken: wees niet de Farizeeër die zich op de borst sloeg: gelukkig ben ik niet als hij. Maar wees maar die tollenaar: ik ben een zondaar, wees mij genadig.

Trouwens tussen haken: God heeft onze liefde ook helemaal niet nodig. Hij is volmaakt in zichzelf. Waar bij ons geschenken nog iets toevoegt, een ander ons aanvult, zo gaat dat niet bij God. Hij stelt onze gaven wel op prijs. Maar Hij heeft ze niet nodig. Om het maar duidelijk te zeggen: God zit niet op onze offers te wachten. God kan wel zonder ons. Wij kunnen niet zonder God …

Je zou geneigd zijn om de gevende liefde alle lof toe te zwaaien en de vragende liefde af te keuren. Want de gevende liefde lijkt op de liefde van God. En het is toch de bedoeling om op God te lijken. We zijn toch naar zijn beeld geschapen? En dan zou dus het appel moeten zijn: probeer de komende week zoveel mogelijk liefde te geven. Maar hoe waar dit misschien ook is: omdat we voor God allemaal bedelaars zijn, kom je daarmee niet uit. Dan loop je vast. Wij kunnen niet zonder vragende liefde. In elk geval niet naar God en ook niet naar elkaar.

Zoals zo vaak kom je in de bijbel en ook in het leven tegen, dat het precies omgekeerd is, als je denkt.

Want volheid heeft wel met leegheid te maken, maar lijken het meest van elkaar verwijderd. Zoals soevereine macht en onderdanigheid ook het meest uit elkaar liggen. En rechtvaardigheid en boetvaardigheid; onbegrensde macht en schreeuw om hulp. En als je het zo bij elkaar ziet, dan naderen we God het meest, als we het verst van Hem verwijderd lijken. En misschien wel het minst op God lijken.

En dat verdiend nog wel enige uitleg. Je kunt nabij God zijn, door gelijkheid maar je hebt ook nabijheid door benadering. We lijken op God, omdat we naar Gods beeld geschapen zijn. Maar dat we op God lijken geeft nog geen garantie, dat we bij God zijn, Hem zien en met Hem feest vieren.

Dit is best lastig, maar het volgende beeld maakt het misschien duidelijk. Stel je staat boven op een berg. En beneden je ligt het dorp waar je hotel staat. En je wilt graag een kop koffie met gebak in je hotel. Hemelsbreed is het hotel heel dichtbij. Misschien zelfs wel letterlijk op steenworp afstand. Tegelijk kan het onbereikbaar zijn, omdat er een hele steile wand tussen zit. En aangezien jij geen bergbeklimmer bent, kan je er niet via de snelste weg komen.

Wil je naar je hotel, dan zal je de bergweg moeten nemen, die dan weer van het dorp zich verwijderd, dan weer naar het dorp toe gaat. Soms ben je hemelsbreed veel verder van je hotel dan op de top, dan ben je weer dichterbij.

Nabijheid door gelijkenis: elk mens is naar Gods beeld geschapen. Abel en Kaïn bijvoorbeeld ook. Het geldt voor iedereen. Maar nabijheid door gelijkenis is niet genoeg. Wie op de bergtop blijft staan, krijgt nooit een kop koffie of gebak.

Ieder mens moet in beweging komen. Je zult moeten naderen. En soms ben je dan verder weg, dan weer dichtbij. Je kunt de verkeerde weg nemen, dan kom je nooit bij je hotel en is er ook geen gebak of koffie. Je zult de aanwijzingen moeten volgen. In de benen moeten komen. Je zult moeten liefhebben. En als je de weg van de liefde gaat, dan merk je vaak hoeveel er ontbreekt. Dat je vaak struikelt. Dat liefde opeens kan veranderen in haat, omdat het er zo dichtbij ligt.

Je kunt cadeaus krijgen die mooi zijn van zichzelf. Hoef je niets meer aan te doen. Hoef je zelf ook niets voor te doen. Je zet het ergens neer en ieder vindt het prachtig. Of je kunt er meteen mee spelen. Een auto, een pop. Maar er zijn ook cadeaus, die moet je eerst in elkaar zetten. Daar moet je iets voor doen. Als je lego hebt gekregen bijvoorbeeld. En er zijn cadeaus daar heb je eerst niet zoveel aan, totdat je er iets voor leert. Een gitaar bijvoorbeeld. Die kan je aan de muur hangen, maar het is de bedoeling, dat je erop leert spelen. En daar zijn regels voor: akkoorden. Die kan je leren. En dan kan je spelen. Dat moet je oefenen en oefenen en oefenen. Onze liefde is een cadeaus dat je moet oefenen.

En dan moet je het doel niet uit het oog verliezen. God is liefde, maar de liefde is geen god. Als de liefde een god wordt, dan wordt het een duivel in je leven. Weer zo’n schijnbare tegenstelling. Uit liefde voor het vaderland zijn de meest verschrikkelijke misdaden gepleegd. In naam van de liefde zijn relaties tussen mensen stukgemaakt, wat nooit Gods bedoeling kan zijn geweest. Kaïn pleegde een moord, omdat hij teveel van aandacht hield en die voor zichzelf opeiste. Abel mocht zijn plaats niet hebben, die kwam hem toe. Onder het vaandel van de liefde is er ook veel verstikt en kapotgemaakt. Drank maakt meer kapot dan je lief is, maar wat houden velen van de fles met alle gevolgen van dien.

Daarom is het, dat als we God naderen, het steeds duidelijker wordt, dat we komen met onze angsten, met ons verdriet, met ons gemis en ons falen. En we God vragen om zijn nabijheid, zijn genade, zijn liefde. Wie dichterbij God komt, valt zijn eigen  mens-zijn op. En hoe groot dan het verschil tussen God en mens is.

Samengevat: als God ons de liefde gebied, dan komt het aan om liefde te geven en liefde te vragen. De gevende liefde lijkt het meest op de liefde van God, omdat God altijd liefde geeft. Maar je merkt dat wij en naar elkaar en naar God niet zonder vragende liefde kunnen. We zijn mensen. Liefde vraagt om oefenen. Dat gaat met vallen en opstaan. Soms lijken we op het pad van de liefde verder van God vandaan, dan dat we zouden verwachten. Maar we kunnen niet alleen maar een beroep doen op het feit, dat we op God lijken. Dan komen we geen stap dichterbij God. Wat is het dan goed om te weten, dat onze God genadig is. Wanneer wij gevallen zijn, richt Hij ons op. Wanneer wij leeg zijn, wil Hij ons vullen. Als we als bedelaars komen, maakt Hij ons tot koningen.

Ps: God is liefde – vraag maar!