Bericht van Inlia

Bericht uit de BBB+ van INLIA in Groningen  –  vervolg op ‘Wie maakt onze kleren?’

Onze kleermaker heeft nog steeds geen identiteit

Hij had al zijn hoop gevestigd op deze rechtszaak. Nu zou zijn identiteit erkend worden en zou hij een verblijfsvergunning krijgen. Dat was de droom. Maar Sa’ir, de Rohingya-kleermaker uit ons vorige verhaal, heeft verloren. De rechter vindt dat hij niet afdoende kan aantonen wie hij is. En dus zit Sa’ir klem; hij kan niet vooruit, hij kan niet achteruit. Geen identiteit = geen toekomst.

De autoriteiten kunnen je niet uitzetten naar een ander land, maar een bestaan hier opbouwen kun je ook niet. Want zonder identiteit kun je geen diploma halen, geen baan krijgen, geen rijbewijs halen, niet trouwen, niks. Las u het vorige verhaal over Sa’ir al? Een jonge man in onze bbb+ opvang in Groningen.

Hij vertelde over zijn leven op de vlucht, altijd weer verder trekkend, op zoek naar een mogelijkheid een bestaan op te bouwen. Ergens wonen & werken, mensen om je heen, gezelligheid, vrienden maken, misschien wel de liefde vinden. Meer dan dat behelst zijn droom niet. Een bestaan. Gezelligheid.

Vanaf zijn dertiende werkte hij in kledingateliers in India, Pakistan, Iran en Turkije. U draagt misschien iets wat hij heeft gemaakt. Of een van zijn ontelbare lotgenoten. De kans is niet denkbeeldig. Veel, heel veel, van onze kleding komt uit dit soort ateliers.

Zijn ouders vluchtten met hem uit Myanmar toen hij nog klein was, vertelde Sa’ir eerder. Daar, in het vluchtelingenkamp in Bangladesh, stierven ze. Zijn oom zorgde nog een poosje voor Sa’ir en zijn broer. Daarna trokken de broers verder. Dergelijke reizen gaan niet met een ticket op naam. En op de vlucht worden geen paspoorten aangevraagd. Hij belandde uiteindelijk in Nederland.

Sa’ir zegt Rohingya te zijn. Deze etnische groep in Myanmar, het vroegere Birma, is volgens de VN een van de meest vervolgde minderheden ter wereld. De IND twijfelt aan dat verhaal. Het helpt niet dat Sa’ir eerder een andere naam heeft opgegeven. Daarmee laadt hij de verdenking op zich dat hij zegt dat hij Rohingya is, omdat hij dan een verblijfsvergunning zou kunnen krijgen.

Maar de Rohingya gemeenschap in Nederland ziet hem als een van hun. Zij hebben de kwestie onderzocht; ze hebben Sa’ir bevraagd en zijn identiteit gecheckt bij mensen uit de kleine gemeenschap waar hij opgroeide. Hun conclusie: hij is Rohingya. De rechter vindt echter dat Sa’ir onvoldoende kan bewijzen dat de documenten betrekking hebben op hemzelf. Ze zouden over iemand anders kunnen gaan.

De kleermaker is terug bij af. Geen identiteit, geen toekomst.