Bericht van Inlia – BBB+ in Emmen; de ‘jonge meiden’ doen het goed

“We hebben er zeker geen spijt van”, zegt Bert Vastenburg opgeruimd. De voorzitter van Stichting Op ’t Stee blikt terug op de overdracht van de ‘bed, bad, brood’-opvang in Emmen aan INLIA-Projecten, bijna een jaar geleden.

Het was een wijs besluit, vindt hij nog steeds: “Er kwamen steeds meer gasten in de opvang, wij konden dat simpelweg niet meer behappen. Wij hielden de mensen in leven, meer niet. Ondersteuning en werken aan perspectief: dat konden we niet bieden. INLIA wel.” In overleg met de gemeente ging de uitvoering van de opvang over naar INLIA. Op ’t Stee is nog wel steeds huisbaas van de acht huizen waarin de vluchtelingen worden opgevangen.

En de vrijwilligers van Op ’t Stee draaien ook nog steeds mee; ze zijn huismentor geworden. Dat wil zeggen; praatpaal, beheerder, manusje van alles, regelneef en begeleider, bijvoorbeeld bij artsen- of advocatenbezoek. “Ik ben nu vrijwilliger van INLIA geworden”, lacht Bert Vastenburg. De vrijwilligers werken samen met de beroepskrachten. Naar ieders tevredenheid.

Deze zomer organiseerden ze bijvoorbeeld gezamenlijk het Suikerfeest voor gasten, vrijwilligers en medewerkers. Op de parkeerplaats achter het kantoor van INLIA. “Dat was ontzettend leuk.” De foto’s getuigen ervan. En dat terwijl Emmen best een ‘moeilijke populatie’ heeft, zoals dat in jargon heet. Er zit een aantal jonge mannen die al lang in Nederland zijn en van wie de situatie heel ingewikkeld is. Een oplossing voor hen is er zo maar niet. Dat uit zich vaak ook in gedrag.

Waarnemend locatieleider Marusjka Bottema van INLIA herkent dat. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan de start vorig jaar. Het waren vooral jonge vrouwen die namens INLIA in Emmen aantraden. Sommige medewerkers van samenwerkingspartners fronsten de wenkbrauwen. “Je zag ze denken ‘krijgen die jonge meiden die mannen wel in het gareel?’ Er was hier immers best vaak politie-inzet geweest. Maar de INLIA-methodiek werkt ook voor deze doelgroep heel goed. Inmiddels heeft iedereen wel door dat wij professioneel ons mannetje staan.”

In de loop van het jaar is het veel rustiger geworden. Komt ook omdat de ‘makkelijke’ en de ‘moeilijke’ huizen zijn gemixt. Daardoor is de sfeer veranderd.  En al gaat het om complexe dossiers, Marusjka merkt dat het ook voordelen heeft om met jongere mensen te werken aan hun toekomstperspectief: “Het verschilt natuurlijk per persoon, maar jongere mensen hebben over het algemeen wel wat meer energie, zien meer mogelijkheden. Ze willen door met hun leven, dat ligt nog voor hen. Dus als je daarop aanhaakt, dan gebeurt er wel wat.”

De gesprekken vinden nu plaats op kantoor in plaats van in huis, dat maakt ook verschil, vertelt ze: “Mensen zijn letterlijk even uit hun eigen situatie én er is meer privacy en focus dan wanneer je in de huiskamer van het gezamenlijke huis zit.” INLIA zoekt nog naar een locatie waar alle gasten gezamenlijk centraal kunnen worden opgevangen. “Dan heb je veel meer contact-momenten en heb je dus meer zicht op hoe het met mensen gaat.”

Als er een centrale locatie komt en de huizen niet meer nodig zijn voor de gasten, wat betekent dat dan voor de rol van Op ’t Stee? Is er kans dat Op ’t Stee zichzelf opheft? Bert Vastenburg verzekert van niet: “Wij willen blijven bestaan. We willen bijvoorbeeld een huis aanhouden als vangnet voor noodgevallen. Mensen die door de regels net buiten de boot van de opvang vallen. Zo blijven INLIA en Op ’t Stee elkaar aanvullen.”

De barbecue ter gelegenheid van het Suikerfeest was een succes.

 

 

 

 

 

De zogeheten perspectief-gesprekken vinden plaats op het kantoor van INLIA.