Bericht van Inlia: “De sleutel is: we zijn er voor elkaar”

De een neemt met pijn in het hart afscheid, de ander is nog maar net begonnen: maatschappelijk werkers Biella en Dewi van INLIA. Een gesprek over mooie en heftige kanten van de opvang, over de menselijke maat en doen wat werkt.

Na de eerste week schrijft ze voor zichzelf op hoe ze geraakt is door de gasten. Het is ongelooflijk om mee te maken dat gasten mij eten aanbieden, een glimlach geven, hun verhaal met me willen delen, noteert Dewi, ik hoef er niks voor te doen. Alleen maar te zitten, er te zijn, te luisteren. Ze kijkt in hun ogen en ziet de behoefte aan medemenselijkheid, aan erkenning. En soms ziet ze angst. Ze laat het aan de mensen zelf over om die met haar te delen of niet.

“Jij loopt hier als mens rond, niet als functionaris”, constateert Biella goedkeurend, “Dat past bij de methodiek hier en bij wat werkt.” Biella werkt ‘al’ sinds 2019 bij INLIA. Een veteraan vergeleken bij Dewi, die net dit najaar begonnen is in de opvang voor dakloze (veelal ongedocumenteerde) asielzoekers in Groningen. Biella staat op punt van afzwaaien.

Niet in de steek laten

Als het aan haar had gelegen was ze nog lang niet vertrokken, maar ja: de liefde. Ze had eerder een lange-afstandsrelatie, sinds september hebben zij en haar vriend een appartement. In Arnhem. Toch even te ver om in Groningen te blijven werken. Ze wilde niet abrupt weg: een maand opzegtermijn, wat is dat nou helemaal? Dus werkt ze tot de Kerstvakantie door. Om INLIA niet in de steek te laten in deze drukke periode met nieuwbouw en verhuizing.

Zo pendelt ze op en neer tussen werk hier en vriend daar. Doordeweeks blijft ze vaak in Groningen logeren. Dus als mensen aan haar vragen hoe het samenwonen bevalt, zegt ze: “Geen idee!” Dat gaat ze straks pas ervaren. “Nou maar hopen dat die jongen het waard is,” zegt Dewi met een knipoog. Want zo’n werkplek opgeven: het is nogal wat, vindt ze.

Baan door Beau

Biella moet het beamen. Funfact: ze kwam bij INLIA terecht via een tip van haar moeder. Die had op tv de aflevering van ‘Beau Five Days Inside’ gezien waar hij in INLIA’s opvang verbleef, in het oude Formule 1 Hotel. Daar moet jij stage gaan lopen, zag moeder. En gelijk had ze, vindt Biella: “Je doet ook iets dat van belang is. Als wij er niet waren, hoe hadden deze mensen het dan?”

Dewi herkent het. “Er zijn voor mensen die in een heel andere situatie zitten, geeft jou ook iets. Dat is mooi.” Haar sollicitatiegesprek met INLIA-directeur Van Tilborg was bijzonder: “Ik was verrast en verbluft door zijn passie voor de rechtsstaat, voor mensenrechten én voor deze bijna onzichtbare groep. Ik besefte: je maakt je hier hard voor mensen die dat zelf niet kunnen. Dat sprak me enorm aan.”

Inspringen waar nodig

Ze was zich er terdege van bewust dat het werk veel eist: “Het is hier niet even een spreekuurtje draaien en door.” Het werk hier is inderdaad heel breed, zegt Biella; overleg met het medische team, met juridische zaken, perspectiefmedewerkers, woonbegeleiders. “Het is echt divers en je springt in waar nodig. Om de gast te helpen en elkaar te dragen.”

De gasten hebben veel meegemaakt en zitten in een vreselijk moeilijke positie. Heftig en pittig. Sommigen zijn fysiek ziek, anderen psychisch, soms agressief. Dewi: “Je zou iedereen willen redden, maar dat kun je niet.” In die eerste week schrijft ze: Ik kan de pijn, de onmacht en het verdriet samen met de gast dragen. Ik kan het allemaal niet wegnemen of oplossen voor ze, maar ik kan hen wel laten voelen dat ze niet alleen zijn.

Een partijtje huilen

Het is een man uit Gambia die haar die eerste week treft.  Ze vraagt hem wat ze kan doen. Geef mij een verblijfsvergunning, zegt hij. In zijn ogen ziet ze de angst voor uitzetting. Er is veel gebeurd in Gambia. Ze moet antwoorden dat ze dat niet kan: een status regelen. En zelf bedenken wat ze wel kan: hem iedere dag wat aandacht geven.

“Het van je afzetten is soms ook deel van het werk”, zegt Biella, “En haalbare doelen stellen. Valt soms niet mee.” Dewi: “Het mág je ook raken, hé? Emoties zijn menselijk. Als er een heftig incident is geweest met een psychiatrisch patiënt die door het lint gaat, of een gast die in elkaar zakt, is een partijtje huilen heel gezond.”

Ze verhaalt over het eerste incident dat zij meemaakte; een gast die een hartinfarct kreeg. “Daarna belde een collega van het medische team; hoe is het met je? Het ging goed, maar het was toch fijn dat ze informeerde.” Biella glimlacht: “Dat bedoel ik. Het is hier echt niet alleen de theorie, het is ook de praktijk: we doen het samen. De sleutel is: we zijn er voor elkaar. Zoals je in het Engels zegt: we hebben elkaars rug.”