Bericht van Inlia: Een aanwinst voor de maatschappij

“Kun je niet ‘ns een verhaal schrijven over gasten van ons die een aanwinst zijn voor de maatschappij?”, vraagt INLIA-medewerker Jinke. De mensen die altijd klaar staan om te helpen mogen wel eens belicht, vindt ze. Mensen zoals Bryan. “Daar mag je blij mee zijn als land.”

Hij wordt ’s ochtends altijd vroeg wakker. Uurtje of zes, dan is het wel gedaan met de slaap. Dan kan een mens gaan liggen piekeren óf uit de veren en zichzelf nuttig maken. Bryan kiest voor het laatste. Schoonmaken, bijvoorbeeld, bij de receptie of in de keukens. Iets omhanden hebben helpt tegen de stress. “Ik wil niet gek worden.”

Bovendien: hij vindt het fijn om te helpen. Tolken voor andere gasten. Gras maaien om de opvang heen, om wat terug te doen voor INLIA. Soms kan hij ook een zakcentje bijverdienen. Gasten in de opvang hebben corveetaken, maar mogen die aan een ander uitbesteden tegen een kleine vergoeding. Zo sprokkelt Bryan geld bijeen voor zijn dochter. Hij spaart het soms letterlijk uit eigen mond. “Ik wil voor mijn dochter kunnen zorgen.”

Zes jaar oud is ze nu, zijn mooie meisje. “Ze heeft me gered”, zegt Bryan, “Zonder haar was ik doorgedraaid. Nu denk ik, als ik slechte gedachten krijg: ik moet volhouden voor haar. Sterk zijn, doorgaan.” Want slechte gedachten heeft hij wel eens. Bryan heeft PTSS (posttraumatische stress stoornis).

In 2004 wordt hij in de burgeroorlog in Burundi ontvoerd en mishandeld door de rebellen, vervolgens gevangen gezet en gemarteld door de andere partij. Uiteindelijk weet zijn familie een militair om te kopen om hem vrij te krijgen. Daarna moet hij het land uit natuurlijk; naar Italië is het plan.

Maar bij een tussenlanding op Schiphol pakt de politie hem op. Gevalletje persoons­verwisseling, maar Bryan is doodsbenauwd. “Ik dacht ‘hij gaat mij vastbinden en slaan’. Die agent zag mijn angst en vroeg wat er was. Ik dacht ‘wauw, wat is de politie hier goed’.” Bryan wordt met een strippenkaart in de hand naar Ter Apel gestuurd om asiel aan te vragen.

In die tijd krijgt iedereen uit Burundi een tijdelijke vergunning. Zijn persoonlijke verhaal wordt echter niet gecheckt. Als Nederland in 2008 het beschermingsbeleid opheft en mensen uit Burundi terug gaat sturen, vreest Bryan het ergste. Een spannende tijd volgt, waarin hij zich elke week bij de politie moet melden. “Ik ben elke afspraak geweest.” Toch – of misschien juist daarom – is hij nooit opgepakt en uitgezet.

In 2011 doet hij een nieuwe asielaanvraag, opnieuw in Ter Apel. En hoewel die aanvraag uiteindelijk wordt afgewezen, is dat toch zijn grote geluk. Want in Ter Apel ontmoet hij zijn vriendin. Een Congolese weduwe, die in 2012 asiel krijgt en in 2013 haar 4 kinderen over mag laten komen. En die inmiddels dus een vijfde kind heeft; de dochter die ze met Bryan heeft gekregen.

Die andere kinderen, die zijn eigenlijk ook gewoon zíjn kinderen nu. “Ze waren nog klein toen ze in 2013 aankwamen.” Inmiddels zijn de oudste 2 al volwassen. Trots: “Ik ben opa geworden, de oudste dochter heeft een baby gekregen.” Opgetogen toont hij de foto.

“Hij is zo’n zorgzame vader”, zegt zijn begeleider Anne, “Hij brengt zijn dochter naar school, overal naartoe eigenlijk. Maar ook de andere kinderen helpt hij met alles.” Bryan zelf haalt zijn schouders op: “Ik ben blij als ik iets kan doen voor mijn dochter. Of voor de andere kinderen. Ik houd van helpen. Als iemand iets nodig heeft, is het toch fijn als je kunt helpen? Ik kan geen nee zeggen.”

Geen nee kunnen zeggen is niet een probleem waar de Nederlandse overheid mee kampt. In 2016 wordt Bryans derde aanvraag voor een verblijfsvergunning afgewezen. Maar er gloort hoop: inmiddels kan Bryan een beroep doen op een verblijf op basis van gezinsleven, zoals dat heet. De juristen denken dat dit een goede kans van slagen moet hebben, want het mag duidelijk zijn dat Bryan een gezinsleven heeft.

Wat hij dan gaat doen? Terug naar school om de opleiding die hij eerder startte af te maken: monteur van deuren, kozijnen, rolluiken etc. Zodat hij echt voor zijn gezin kan zorgen. En INLIA mag hem dan heus nog wel eens bellen om bij te springen.

Wat je zegt, Jinke: een aanwinst voor de maatschappij.