Bericht van Inlia: Ontsteek een lichtend vuur

Toen: een tentenkamp opgericht door kerken, een stormlamp, een verontwaardigde staatssecretaris en woedende politici. Nu: 46 stormlampen en evenzovele kerken die asielzoekers in nood opvangen – ditmaal op verzoek van de overheid. In Lheebroek werd donderdag het tentenkamp van 1997 herdacht en het licht van hoop opnieuw verspreid. Voor alle vrijwilligers van nu en alle asielzoekers die zij in de kerken opvangen.

“We hadden wel honderd argumenten om het niet te doen”, vertelt Egbert Kraal bij de plechtigheid, over destijds, “Maar uiteindelijk mondde de discussie uit in één simpele vraag: wat doe je als een vreemdeling aan je deur klopt en onderdak vraagt?” 25 jaar geleden gaven ‘zijn’ kerk en andere kerken in Beilen en omgeving het antwoord op die vraag. Zij namen de verantwoordelijkheid op zich voor een tentenkamp voor uitgeprocedeerde asielzoekers die op straat stonden.

Satellietwagens

Kraal was degene die de vrijwilligers coördineerde. Zo’n honderd mensen gaven gehoor aan het verzoek van de Raad van Kerken in Nederland en stroopten de mouwen op. Ze vingen twintig mensen op, daar in de bossen bij Dwingeloo. Mensen die uitgeprocedeerd waren maar nergens heen konden. Satellietwagens van de halve wereldpers, tot en met CNN toe, kwamen het nieuws verslaan.

Op deze zonnige donderdagochtend, 25 jaar later, wordt dat tentenkamp herdacht. En dat niet alleen, want de kerken doen het nu weer: ze vangen opnieuw asielzoekers op die op straat staan. Dit keer de mensen die in het aanmeldcentrum in Ter Apel terecht zouden moeten kunnen, maar voor wie geen plek is. Zonder de kerken zouden zij buiten liggen, zoals zovelen daar dit jaar onbeschut en zonder sanitaire voorzieningen lagen.

Grenzen van de rechtsstaat

Destijds sprak ‘Den Haag’ er schande van dat kerken uitgeprocedeerde vluchtelingen onderdak boden. De kerken zouden daarmee volgens sommigen de grenzen van de rechtsstaat overschrijden. Het kan verkeren, want nu heeft de overheid juist via INLIA de hulp van de kerken ingeroepen en bedankt de staatssecretaris de kerken voor hun inzet.

De mouwen opstropen

Vandaag zijn er zo’n dertig vrijwilligers van die kerken en geloofsgemeenschappen naar Lheebroek gekomen; degenen die zich vrij konden maken. In totaal zijn er rond duizend vrijwilligers betrokken bij de huidige crisisopvang. Zij vangen deze weken in 46 kerken en kerkelijke gebouwen honderden asielzoekers op, hebben dat gedaan of staan op het punt dat te doen.

Kraal: “Kerken en burgers stropen opnieuw de mouwen op. Dat geeft mij hoop.” “Partij kiezen voor vluchtelingen is voor kerken een fundamentele zaak, omdat de Bijbel dat appèl op ons doet”, zegt Ineke Bakker, vandaag ook een van de sprekers en 25 jaar geleden secretaris van de Raad van Kerken in Nederland. Zij ontstak namens de Raad toen de stormlamp in het tentenkamp.

Dubbele gevoelens

Ze staat er nu met dubbele gevoelens. “Ik ben ten eerste dankbaar en trots, dat we mensen hier destijds een gezicht hebben gegeven, dat de meesten van hen alsnog een verblijfsvergunning kregen, dat kerken in deze 25 jaar zijn blijven opkomen voor asielzoekers en opvang hebben gecreëerd, dat er mede dankzij die inzet uiteindelijk Landelijke Vreemdelingen Voorzieningen (LVV’s) zijn gekomen.”

Maar ze is ook boos en verontwaardigd. Over de plannen van het kabinet om diezelfde LVV enkel nog op terugkeer te richten (“wie in de opvang werkt, weet dat dat niet werkt”). En over de situatie in Ter Apel. Daarom steekt zij opnieuw de stormlamp aan. Als alarmbel, als oproep tot actie. En als teken van hoop, licht en perspectief.

Schaamte

Ook huidig secretaris van de Raad Christien Crouwel staat er vandaag met dubbele gevoelens: ze is dankbaar voor “de lange adem van de kerken” in de afgelopen 25 jaar, maar voelt schaamte voor Ter Apel. Schaamte “dat we als samenleving er niet in slagen om mensen op de vlucht een veilig onderdak te bieden”.

Ze bedankt de vrijwilligers namens de Raad van Kerken in Nederland: “Het is onvoorstelbaar wat u nu doet om mensen onderdak te bieden, belangrijker: om mensen te verwelkomen.” Dat geldt alle vrijwilligers, benadrukt ze: ook de bijna duizend mensen die er vandaag niet zijn, omdat ze druk bezig zijn met de opvang.

Een gezicht, een naam

“Wat jullie doen is niet enkel een bed, een bad en brood bieden. Het is meer dan dat. Het gaat om mensen die zijn gevlucht voor oorlog, geweld, honger of diepe armoede. Mensen die hun veiligheid zijn verloren, hun familie, een stuk van hun identiteit. Die mensen maken jullie weer tot medemens, iemand met een gezicht, met een naam. Daarvoor dank ik jullie.”

De storm is niet geluwd, stelt Crouwel vast. “Daarom ontsteken wij de stormlamp, als appèl aan de politiek verantwoordelijken. En tegelijk als teken van het ondoofbare, onstuitbare licht van hoop dat Christus ís.” De vrijwilligers krijgen de stormlampen straks mee naar de kerken, als baken van hoop voor zowel de collega-vrijwilligers als de asielzoekers.

“Een lichtend vuur”

In de gelederen slikken diverse mensen de emotie weg. Eerder was het publiek al geraakt door de gevoelige muziek van Sylvia: destijds een baby in het tentenkamp, nu een vrouw die cum laude afgestudeerd is, aan haar loopbaan is begonnen en vandaag een dwarsfluitsolo geeft. Het kan niet mooier.

Als daarna alle stormlampen worden aangestoken, zingt iedereen mee: “Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft.”



Foto’s: Peter Wassing.
Lheebroek. De bijeenkomst in Taribush-Kamp De Marke
t.g.v. de eerste noodopvang voor asielzoekers, 25 jaar geleden.