Bericht van Inlia: Verhuizen valt nooit mee

Sommigen verkeren nog lichtelijk in shock, anderen steken al direct de handen uit de mouwen: ruim 200 gasten uit INLIA’s opvang verhuisden afgelopen week naar het nieuwe Gasthuis. Ze werden er ontvangen met baklava, welkom geheten, rondgeleid en kregen voor één keer lunch en diner ‘van het huis’. Toch valt een verhuizing nooit mee. Zeker niet voor mensen die al zo weinig zekerheid hebben in het leven.

Een wat oudere man staat verloren in de gang. “Hoe gaat het?”, vraagt een gast die net voorbijloopt. “Dit is mijn dertiende verhuizing in Nederland”, antwoordt de man, “Ik heb de hele nacht niet geslapen” Hij houdt zijn stem met moeite in bedwang. De ander pakt hem bij de arm: “Kom, we gaan even koffie doen.” Op naar de gemeen­schappelijke recreatiezaal, de ‘living’.

Daar doet een man uit Somalië zijn best het gloednieuwe gebouw in ere te houden. Hij dweilt met overgave de grote living met de kleurige stoelen die INLIA van de Hilton hotelketen cadeau kreeg. Wat mooi is, moet mooi blijven. Het is inderdaad een hele verbetering ten opzichte van het uitgewoonde voormalige Formule 1 hotel, waar de opvang vanaf 2015 zat.

Nieuw, fris en heel

En dat geldt niet alleen voor de living. Kamers, keukens, toiletten, douches: alles is hier nieuw, fris en heel. “En kijk: de wasruimte,” wijst een gast die eergisteren inhuisde een man die net gearriveerd is. Mooi, vindt die laatste, maar het duizelt hem nog even: “Waar zijn we nu, welke kant op is mijn kamer?” Mooi om te zien hoe gasten elkaar helpen, vindt een INLIA-medewerker die hen passeert.

Even later komt de geïmproviseerde ‘rondleiding’ aan bij de net gedweilde living. Het is om gek van te worden, voor de man die probeert de vloer te doen glimmen. Met die voortdurende regen buiten loopt iedereen zand en modder binnen. Hij had dat stukje daar net overnieuw gedaan. Hij schudt het hoofd. “Ik kom straks nog wel terug.”

Logistieke operatie

Het zijn de gasten uit INLIA’s opvang voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening die verhuisden naar het INLIA Gasthuis Groningen. Ze komen uit het voormalige Formule 1 hotel, vanaf de twee opvangboten de Amanpuri en de Arkona en uit een handjevol appartementen in de stad. Alleen logistiek al een behoorlijke operatie. Medewerkers van INLIA rijden af en aan met busjes, volgepakt met de bezittingen van de gasten; kleren, toiletartikelen, een paar spulletjes.

Daar komt er weer een, twee gasten schieten het pand uit om te helpen met uitladen. Een groepje nieuwkomers verzamelt zich achter de bus. “Van wie is deze zak?” Een vrouw loopt ondertussen met een doos het pand binnen; een paar dingetjes om de kamer gezellig te maken. Op haar bed heeft ze al een kleurige lap stof gelegd, in het hoekje aan het hoofdeinde zit een teddybeer. Het bed van haar kamergenote is ook al opgefleurd, met een paar vrolijke kussens.

Privacy

Voor de meeste gasten is het een ingrijpende wijziging om in het nieuwe pand weer met z’n tweeën op één kamer te komen. De afgelopen jaren hadden ze vanwege de coronamaatregelen allemaal hun eigen kamer. In de kleine kamers in het hotel en op de boten was het immers niet mogelijk om 1,5 meter afstand te houden. In de kamers van het nieuwe Gasthuis kan dat wel; hier moeten ze de kamer weer delen (tenzij medische gronden dat verhinderen). Een grote omschakeling. Ineens zijn ze hun privacy weer kwijt.

Gescheiden

Andersom worden een moeder en haar twee dochters die op de boot een gezinskamer hadden hier juist gescheiden: er is maar plek voor twee bedden dus een van de dochters moet bij iemand anders op een kamer. En nog een grote verandering die omschakelen behoeft: op de boten had iedere kamer een eigen douche en toilet. Hier moeten ze die per gang delen. “Zal wel wennen”, zegt een van de dochters. Haar zus: “En we zijn blij dat we een dak boven ons hoofd hebben!”

De kamers zijn echt netjes, zeggen beiden terwijl ze nog wat onwennig om zich heen kijken. “Wel weinig kastruimte”, voegt de oudste zus toe, als haar blik valt op de ranke lockerkast die je moet delen met de andere gast op de kamer. “Misschien dat dit voor mannen genoeg is, maar als vrouw heb je toch meer kleding.” Klopt, zo te zien: er staan nog 3, 4 hele grote tassen met kleding op de grond. “Jij gooit ook nooit iets weg”, werpt de jongste zus tegen. Dat moet de oudste toegeven. Misschien is dit dan toch het moment om daarmee te beginnen, lacht ze.