Bericht van Inlia – “Werken in tijden van corona”

“Je moet er niet aan denken dat we het corona-virus hier krijgen”.
INLIA neemt vele maatregelen om gasten en medewerkers te beschermen.

Ze schuift het onderste luikje een centimeter of tien open. Daar kan ze dan nét de envelop met het leefgeld en de brief met de nieuwste corona-instructies doorheen steken. Door het raam van de bouwkeet glimlacht ze nog even naar de man die het aanneemt. Geen handdruk, geen schouderklopje. De uitbetaling van het leefgeld aan de gasten in de opvang van INLIA is dezer dagen wezenlijk anders dan gebruikelijk. Het corona-virus eist ook hier strenge maatregelen.

“Het is zo kaal”, zegt woonbegeleider Britt met spijt in haar stem, “Mensen kunnen zo’n moment van contact zó goed gebruiken. Maar we kunnen geen enkel risico nemen. Niet met onze gasten, niet met onszelf. De mensen hier zijn van ons afhankelijk.” De medewerkers van INLIA zijn doordrongen van dat besef én van de risico’s van corona. Ze vangen honderden mensen op, onder wie veel kwetsbare gasten. Bejaarden, mensen met longaandoeningen, iemand met een auto-immuunziekte, een ex-kankerpatiënt, iemand die een transplantatie heeft gehad, ga zo maar door.

INLIA is feitelijk een zorginstelling. Zo’n 400 gasten zijn afhankelijk van INLIA voor een dak boven hun hoofd, voor leefgeld om te voorzien in eten en andere directe levensbehoeften, voor douche en toilet. Maar niet alleen dat: ze zijn ook van INLIA afhankelijk voor medische zorg, psychische ondersteuning, maatschappelijke en juridische begeleiding, voor het werken aan een oplossing voor hun situatie. Het grootste deel van hen zit in 3 centrale locaties, zoals het voormalige Formule 1 hotel aan de rand van Groningen waar Britt werkt.

Al direct in het begin van de uitbraak van het coronavirus zijn veel hygiëne-maatregelen genomen. Er is extra zeep uitgedeeld aan alle gasten, samen met instructies in allerlei talen over hoe je verspreiding van het virus zo goed mogelijk kunt beperken. Die instructies worden steeds weer vernieuwd. Zodat de gasten steeds de nieuwste regels kennen, zoals anderhalve meter afstand houden en de boetes die je kunt krijgen. “Dan zitten we weer met ons team honderden flyers te knippen”, vertelt Britt, “En hoe bizar ook: dan ervaar je de saamhorigheid.”

Ze spreken mensen onmiddellijk aan als die zich niet aan de regels houden. “Soms hebben mensen het niet goed begrepen of vergeten ze het even. Of het zijn psychiatrische patiënten, die het allemaal niet zo scherp kunnen krijgen. Maar iedereen werkt mee. In het begin was er nog wel een enkeling die dacht dat het allemaal niet zo nauw kwam, maar dat is wel voorbij. Iemand zei eerder “Als God het mijn tijd vindt, dan is dat maar zo”, maar die trok ook bij met het argument dat je moet voorkomen dat een ander het krijgt. Samen voor elkaar zorgen, daar zet iedereen zich voor in.”

Ze letten goed op of mensen geen klachten krijgen. Wie ziekteverschijnselen heeft wordt onmiddellijk de temperatuur genomen. Met handschoenen aan uiteraard. “Of ik bezorgd ben? Ja, natuurlijk,” zegt Britt, “Je houdt je hart vast voor als er mensen hier besmet worden met corona.” Ik bedoelde eigenlijk of ze bang was om zelf besmet te raken, zeg ik. “Oh!”  Daar moet ze even over nadenken.

“Weet je: het kan niet anders. Wat ik al zei: de gasten zijn van ons afhankelijk. We hebben goede werkinstructies, die worden voortdurend vernieuwd, we sluiten risico’s echt zoveel mogelijk uit. En we passen goed op elkaar. Dat is ons op het hart gedrukt. We zijn op elkaar ingespeeld en we zijn scherp op het geringste signaal.” De desinfecterende gel is voortdurend in gebruik, de deurknoppen glimmen als nooit tevoren.

“Maar echt: je moet er niet aan denken dat we hier binnen corona krijgen. Er zitten hier bijna honderd mensen, de meesten met z’n tweeën op een kamer. Dan kom je echt wel dichter dan 1,5 meter bij elkaar, dat kan niet anders. Er zijn op deze locatie alleen gezamenlijke douches en toiletten. En we hebben echt veel kwetsbare mensen. Als dat virus hier komt…” Ze huivert bij de gedachte. Het vervolg is even realistisch als ontnuchterend: “We zijn al bezig met het doorspreken van overlijdensprotocollen.”

“Maar het is gewoon goed, dat we op alles voorbereid zijn’, zegt Britt. Protocollen, maatregelen en (werk)instructies, geven duidelijkheid en vertrouwen. Medewerkers weten dat de directie ook werkt aan noodscenario’s. Ook dat geeft vertrouwen. “We doen er alles aan en we slepen elkaar er doorheen. We gaan dit samen fiksen”, besluit Britt. Op de achtergrond hoor ik bijval.