Overdenking zondag 31 mei

Vooraf:

Psalm 87:     https://www.youtube.com/watch?v=BgJlCqyqyN8

votum groet

Kijkdoos

Nu bidden wij met ootmoed en ontzag

Gebed

Groeten uit de gemeente     https://youtu.be/4Nkw7FDpYH0

Overdenking

We geven het licht door   https://vimeo.com/user21828330/review/420703183/188ff131d7

Samen in de naam van Jezus

gebed

Wat de toekomst brenge moge

Zegen

U geeft rust (door alles heen)  https://www.youtube.com/watch?v=HEqe9KUPKK0

 

We vieren Pinksteren vandaag. Oogstfeest. Vijftig dagen geleden vierden we het begin van de oogst. Nu na zeven weken van zeven dagen vieren we dat de oogst is binnengehaald. Vijftig dagen geleden ging het om de eersteling. Nu gaat het om de overvloed. Vijftig dagen geleden vierden we Pesach: het herinnert aan de verkregen vrijheid. God bevrijdde zijn volk uit Egypte. Hij verloste het van slavernij. En op dat feest stond Jezus uit de dood weer op. Daarvoor was Hij gekruisigd. Gestorven en in een graf gelegd. Met Pesach vieren we de overwinning op de dood. Jezus is de eersteling, die uit de dood is opgestaan. Toen het volk bevrijd was, begon het aan de reis door de woestijn. En na vijftig dagen stond het bij de berg. Een berg gehuld in vuur en wind. En God sprak. Hij sprak al de woorden, die nodig zijn om het volk bij de verkregen vrijheid te bewaren. God bevrijdde en Hij gaf.

Vijftig dagen na het feest van de bevrijding is het nu het feest om ons bij die vrijheid te bewaren. God laat ons niet alleen. Hij stort zijn Geest over ons uit. Om ons bij te staan, om ons de weg te wijzen, om ons te inspireren, om te zuchten, om ons te troosten, om ons woorden te geven, zodat wij kunnen spreken. Zijn tekens zijn vuur en wind. Adem. Van levensbelang. Je kunt geen dag zonder. En vuur. Dat je verwarmt, dat veiligheid betekent. Vuur dat zuivert.

Het is mogelijk om met je adem een kaarsje uit te blazen. Maar het is onmogelijk om met je adem een vuur te doven. Als de wind het vuur aanwakkert, wordt het alleen maar groter. Vuur kan lang ondergronds blijven branden. Maar het wil weer naar de oppervlakte.

Wij hebben de Geest gekregen om getuigen te zijn. Om woorden te geven aan vrijheid. Gekregen vrijheid. Begrensde vrijheid. Want ons leven is niet van onszelf. Wij leven in afhankelijkheid van God.

 

Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Genade en vrede van God, Onze Vader door onze Heer Jezus Christus.

 

We vieren vandaag feest. En bij feest passen slingers en ballonnen. Vorige week ging het daar al over. En er moesten dus slingers komen voor de kijkdoos.

En deze week gaat het over de Geest. De Geest die ervoor zorgde, dat gewone mannen door iedereen in hun eigen taal te verstaan waren. De Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan. Daarom komt er deze zondag naast de slingers ook een tong van vuur erbij. En je moet er God in een andere taal op schrijven.

En dan is de kijkdoos af. We hebben een hele reis gemaakt. Van Pasen tot Pinksteren. Elke week kwam er iets bij. En nu is het klaar.

Nu bidden wij met ootmoed en ontzag

Gebed

Groeten uit de gemeente

Lezen Handelingen 2: 1-13

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

We geven het licht door

Want de Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt. De Geest breekt muren af. En het doel is dan om mensen bij Jezus te brengen. Hij trekt mensen aan. Dat zie je die eerste Pinksterdag al gebeuren. De mensen komen af op het geluid van de wind, en ze zien de tongen van vuur. Als ze willen weten wat er hier aan de hand is, dan geef het Petrus de gelegenheid om over Jezus te vertellen. Jezus is de Redder van de mensen. En de vraag is dan: wat moeten wij doen? En het antwoord is: keer je naar God. Laat je huidige leven achter je. Laat je redden door Jezus. Laat je dopen in zijn Naam. Dan zullen je zonden je vergeven worden. En krijg ook jij de Heilige Geest.

Dat is Pinksteren: heel de wereld moet horen van Jezus. Met de oproep om Hem te volgen. En zo de Geest te ontvangen. En vertel dan zelf over Jezus. Over de gekregen vrijheid. Over de hulp van de Geest. Waarom je blij bent met een God die zo overvloedig geeft.

Zo brengt de Geest ons samen in de naam van Jezus.

Uit en voor de gemeente

Komende zondag is het Pinksteren. We vieren het feest van de uitstorting van de Heilige Geest.

God laat ons niet alleen, Hij geeft zijn Geest om in ons hart te wonen. Pinksteren is een oud oogstfeest. Jezus zei zelf al, dat de velden wit waren om te oogsten. Het Goede Nieuws moet verspreid en door het werk van de Geest komen mensen tot geloof. En dat begint bij Pinksteren. De leerlingen moesten wachten tot de Geest zou komen. Daarna moesten ze de wereld in. Alle volken over heel de aarde moeten horen, wie Jezus is en wat Hij heeft gedaan.

We beginnen met Psalm 87: al de volken die in Israël worden ingelijfd. Verder zal er worden gespeeld: nu bidden wij met ootmoed en ontzag (Het “oude” Liedboek gez. 95) en Wat de toekomst brenge moge (“Nieuwe Liedboek gez. 913). En er is een opname van: samen in de naam van Jezus (Gkv 06 gez 167)

We hebben het licht gekregen, niet om voor onszelf te houden. Maar om het op onze beurt weer door te geven.

HJJP

Overdenking zondag 24 mei

Voor de overdenking:

Psalm 71: https://www.youtube.com/watch?v=l5rNEX05sOM

votum groet
kijkdoos
gebed

Groeten uit de gemeente: https://www.youtube.com/watch?v=q6I_uI7FWLs&feature=youtu.be

Psalmen voor nu 126: https://www.youtube.com/watch?v=EUHrhGSQV9g

overdenking

Opwekking 553: Laat het feest zijn in de huizen https://www.youtube.com/watch?v=SdIJLZZ8iYA

Gebed
Zegen

De zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren heet Wezenzondag. De Heer is naar de hemel gegaan. En de Geest is nog niet uitgestort. Eén zondag waarop we alleen zijn. Op onszelf aangewezen, zo lijkt het. Wezen, kinderen zonder ouders. Een zondag om even na te denken. Tot jezelf te komen. God vond jezelf zoveel waard, dat Hij zijn Zoon voor jou naar deze aarde stuurde. En toen de Zoon weer naar huis ging, liet God ons niet alleen. De Geest wordt op mensen uitgestort. Zodat ieder een profeet, priester en koning is. Dat was de verzuchting van Mozes: legde de Heer zijn Geest maar op heel het volk. Dat iedereen een profeet was. En met Pinksteren is het zover.

De Geest komt en brengt zijn gaven mee. Daaronder bevindt zich vreugde en zelfbeheersing. Daarover gaat het vandaag. Over die vreemde combinatie van jezelf beheersen en tegelijk vol vreugde zijn.

Ik houd wel van een feestje. Vooral als het door een ander georganiseerd is. Niet om in het middelpunt te staan. Wel aan de zijkant. Wat drinken en eten, praten en lachen. Soms wat gek doen. Op zich is er niet veel voor nodig om vrolijk te zijn. Een goed humeur, als je buiten bent, aardig weer. En je kunt zo een dansje doen. Even alles om je heen vergeten. Onbezorgd zijn, onbelast.

Feestjes: als je jarig bent. Je viert dat er weer een jaar voorbij is. Een jaar ouder geworden. Een dag van bezoek, van cadeaus. Met slingers en ballonnen. Gebak. Of als je trouwt. Kan je die dag nog herinneren. Je mooiste kleren aan. De mensen om je heen, van wie je houdt. Zoveel jaren aan het werk. Een mijlpaal die je hebt bereikt: reden voor een feestje. Een klassenfeestje, je bent geslaagd voor je opleiding, je hebt een diploma gehaald: reden voor een feest.

Probeer in deze tijd maar eens een feestje te vieren. Dat is niet leuk. Een verjaardag met al die kaarten is nog zo leuk, maar je mist het spontane bezoek. Je viert een huwelijksdag met je gezin, maar dat is het dan, en je kunt samen langs alle plekken, die belangrijk zijn. Dat is leuk en geeft plezier. Maar je mist het delen, het delen met elkaar.

Er stonden een aantal huwelijken in mijn agenda: afgezegd. We trouwen wel voor de wet, maar het feest geven we later. Als iedereen er ongestoord bij kan zijn. Als het echt feest kan zijn.

Je leert blij te zijn met het kleine. Ik hoop dat je nog vrolijk kunt zijn met elkaar. Vrolijk in kleine kring. Dat er nog vreugde is.

Waar ben jij in deze tijd blij mee?

Hoe vier jij het liefst een feest?

L: Exodus 23: 10-17

Zes jaar achtereen mag je je land inzaaien en de oogst binnenhalen. Maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen en het met rust laten, dan kunnen de armen onder jullie ervan eten; wat zij nog overlaten is voor de dieren van het veld. Met je wijngaard en je olijfgaard moet je hetzelfde doen. Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden; dan kunnen ook je rund en je ezel uitrusten en kunnen je slaven en de vreemdelingen die voor je werken op adem komen. Houd je verre van alles waarvoor ik jullie heb gewaarschuwd. Roep geen andere goden aan, laat hun naam niet over je lippen komen. Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren. In de maand abib, de maand waarin jullie uit Egypte weggetrokken zijn, moet je op de daarvoor vastgestelde dagen het feest van het Ongedesemde brood vieren. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. Niemand mag dan met lege handen voor mij verschijnen. Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest. Driemaal per jaar dus moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, verschijnen.

 

God organiseert feesten. Jezus gaat naar veel van deze feesten toe. Ik kan me niet herinneren, dat Jezus zelf een feest geeft, wel dat Hij op feesten aanwezig is. Vreugde past wel bij God en bij Jezus.

God organiseert drie feesten: Pesach, wekenfeest en loofhutten. Feest van bevrijding, feest van het begin van de oogst en inzamelingsfeest, als de oogst in binnengehaald. Drie feesten, die uitbundig gevierd moeten worden.

Het zijn feesten van het volk en voor het volk. Maar ook feesten voor God. Het volk moet voor God verschijnen bij het heiligdom. Dankbaar voor de vrijheid, dankbaar voor wat God geeft en gegeven heeft. Dankbaar voor Gods bescherming. Het volk viert het leven. En daar hoort bij dat God het leven, het goede leven beschermd. Daar horen zijn woorden voor het leven bij: heb God lief met alles wat in je is en je naaste als jezelf.

Wij kennen het feest van de geboorte van Gods Zoon, de opstanding en de uitstorting van de Geest. Kerst, Pasen en Pinksteren. Dat zijn de feesten die wij vieren. Die we uitbundig kunnen vieren. Blij met wat God geeft: leven, vrijheid, bescherming. Enthousiasme. Begeesterd zijn. Vol vreugde om wat God geeft.

En soms heb ik daar mijn vragen bij. Of we die vreugde, die geestelijke vreugde nog kennen. Die vreugde van een David, die aan niets dacht, dan voor God te dansen. En wat de mensen er ook van dachten, het maakte hem niet uit. Hij danste voor God!

Vreugde is ook iets van samen. Iets wat je deelt. Ik kan wel alleen dansen bij het zien van een mooie libel, een prachtige vogel, een schitterende vlinder. Maar je wilt het moment delen. Vertellen. Verhalen vertellen. Vreugde is van samen. Juist dat wat we missen in deze tijd.

Nu kan jezelf in vreugde helemaal laten gaan. Maar bij deze feesten geeft God ook een regel voor zelfbeheersing. De schepping moet je niet helemaal uitputten. Het is niet alleen maar aan jezelf denken en er dan uithalen wat erin zit. Je moet ook durven leven van wat God geeft. God gaf het sabbatsjaar. Een jaar lang uitrusten.

Volgens mij zijn er velen al zat van. Niets kunnen doen. De horeca die dicht is, ze willen open. Gyms die gesloten blijven, ze willen open. Het is hun brood. Wie kijkt er naar hen om, als er geen geld binnen komt? Wie zorgt er dan dat zij kunnen leven? God had daar regels voor: je deed het samen. Schulden werden kwijtgescholden. En je leefde van wat het land opbracht.

Het is de vraag, of het werkelijk zo gewerkt heeft. Kunnen we ons zo beperken. Onszelf beheersen. Maar aan de andere kant: laat deze tijd ook niet zien, wat er gebeurt, als wij de aarde uitputten

 

Overdenking voor Hemelvaart

Psalm 47 : https://www.youtube.com/watch?v=9kySGhP_xJI

votum groet,

gebed

Jesus bleibet meine freude https://www.youtube.com/watch?v=WUo7tQOvapE

Lucas 24: 47 – 53

Overdenking

Johannes 16: 16-21

In de hemel is de Heer

gebed

zegen

Soms groet een licht van vreugde https://www.youtube.com/watch?v=h_TWVIZrgUw

 

Lucas 24: 47 – 53

Hij zei tegen hen: ‘Er staat geschreven dat de messias zal lijden en sterven, maar dat hij op de derde dag zal opstaan uit de dood, en dat in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. Jullie zullen hiervan getuigenis afleggen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zal ervoor zorgen dat de belofte van mijn Vader aan jullie wordt ingelost. Blijf in de stad tot jullie met kracht uit de hemel zijn bekleed.’ Hij nam hen mee de stad uit, tot bij Betanië. Daar hief hij zijn handen op en zegende hen. Terwijl hij hen zegende, ging hij van hen heen en werd opgenomen in de hemel. Ze brachten hem hulde en keerden in grote vreugde terug naar Jeruzalem, waar ze voortdurend in de tempel waren en God loofden.

Een Zoon die na jaren weer naar huis gaat. Lang is Hij weggeweest. Nu is het tijd om terug te keren. Naar Vader. Niet omdat de Zoon aan lager wal is geraakt. Niet omdat Hij zich te goed moet doen aan varkensvoer. Nee. Er is nog genoeg om van te leven. Maar het zit erop. Het is klaar. Wat gezegd moest worden is gezegd. Wat gedaan moest worden is gedaan. Hij kan naar huis.

Jezus gaat naar huis. Dat is Hemelvaart. De hemel is zijn woonplaats. Daar komt Hij vandaan. Daar gaat Hij ook weer heen. Hij werd als een baby op aarde geboren. Hij komt als overwinnaar weer thuis. De strijd is gestreden de overwinning behaald. Dat neemt Hij mee, dat is zijn bagage. Wonden in zijn handen, een wond in zijn zij. Herinnering aan het kruis. Veertig dagen na zijn Opstanding is het tijd om te gaan. In de tussentijd heeft Hij nogmaals uitgelegd: zo moest het. Zo staat het al in de Bijbel. Lees maar. Hij moest lijden en sterven, Hij moest weer opstaan. Hij heeft het de discipelen uitgelegd: het was en is voor jullie. Hij heeft het ons uitgelegd: het is voor jou. En Hij geeft een opdracht mee: getuig ervan. Vertel erover.

Dan gaan ze opnieuw naar de Olijfberg. Even buiten Jeruzalem. En dan gaat Jezus naar de hemel. En de leerlingen kijken Hem na. Tot er een wolk komt. Een Zoon komt thuis.

De discipelen zijn er dus getuige van: Jezus gaat naar de hemel. Ze zien het gebeuren. Niet de aankomst in de hemel zelf. Daar schuift een wolk voor. Wel zijn reis naar de hemel.

Jezus  had het al direct na zijn opstanding gezegd: houd Mij niet vast. En voor zijn lijden had Hij het al vertelt: Ik moet gaan. En waar Ik ga, daar kunnen jullie Mij niet volgen. Nog niet. Nu nog niet. Straks wel. Later. Misschien voel je jezelf wel alleen, verlaten. Maar daar hoeft geen reden voor te zijn. Jezus had namelijk gezegd: Ik ga wel weg, maar Ik zal mijn Geest sturen. Hij zal bij jullie zijn. En Hij zal jullie helpen. Bij alles wat op je pad komt.

Ik ga straks vier dingen zeggen, waarom Hemelvaart belangrijk is. Maar misschien denk jij daar wel heel anders over. Heb je het idee, dat het beter was geweest als Jezus nog op deze aarde was. Had jij Jezus hier willen houden. Vast willen houden. Maar volgens Jezus zelf is dat dus niet een goed idee. En dan komt de vraag op je af: wat heb ik er nu aan, dat Jezus naar de hemel is? En een vraag van iets andere orde: Jezus gaat naar huis. Wat vind jij belangrijk als het om je huis gaat? Wat is jouw thuis?

Johannes 16: 16-21a

Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug.’ Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat betekent wat hij nu zegt: “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? En: “Ik ga naar de Vader”? Wat betekent “nog een korte tijd”? Wat bedoelt hij toch?’ Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei: ‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met “Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug”? Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen. Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter wereld is gekomen.

Ik zei al ik ga vier dingen noemen, waarom Hemelvaart belangrijk is:

  1. Jezus krijgt in de hemel alle macht op heel de aarde. De Vader zegt tegen Hem ga naast Mij zitten. Jij mag regeren over heel de aarde. De macht van Jezus is dan niet beperkt tot waar Hij is: in Galilea, of in Jeruzalem. Zijn macht strekt zich uit over heel de aarde.
  2. Jezus bidt voor je bij de Vader. Alles wat je bezig houdt, Jezus heeft beloofd het bij de Vader te brengen. Alles wat je vraagt in zijn Naam, de Vader zal het doen. Je hebt via Hem toegang.
  3. Jezus vergadert, beschermt en onderhoudt. Zijn werk zit er in de hemel niet op. Nu Hij verhoogd is, gaat Hij er op een andere manier mee door. Hij blijft de goede Herder. Hij brengt zijn schapen bij elkaar. Hij biedt de gemeente veiligheid. Zijn Geest en Woord bouwen de gemeente op.
  4. Eén van ons is in de hemel. Dat geeft ons garanties. Het is echt mogelijk om alle ellende achter je te laten. Het is echt waar, dat de dood is overwonnen. Er is werkelijk leven na de dood. Na de woestijn lonkt het beloofde land.

Jezus regeert over heel de aarde, Hij spreekt voor jou bij God, Hij blijft het hoofd van zijn kerk en Hij biedt garantie dat het met jou echt goed komt. Deze vier dingen. Daarom kunnen we blij zijn dat Jezus in de hemel is.

Een moment van afscheid doet pijn. Afscheid van iets of iemand, die je dierbaar is. Als je dat meemaakt heb je verdriet. Verdriet omdat je moet loslaten, wat je zo graag vast had willen houden. Maar Jezus draait het om. Hij heeft het ook over verdriet, maar vooral over de vreugde. Blijdschap. Zijn afscheid duurt maar kort. Daarna zal Hij hen weer zien.

De discipelen hebben hier al vragen over: wat bedoelt Hij toch? En wij kunnen ook die vragen hebben: nog een korte tijd … Het duurt nu al bijna tweeduizend jaar. Dat is in onze ogen niet kort. Het lijden is zo groot. We zitten zelf midden in een crisis. Een crisis die heel de wereld raakt en vooral weer de zwakken en de armen zal treffen. En wat vooral ontbreekt lijkt perspectief te zijn. Hoe zal het gaan? Wat is de toekomst, waar moeten we ons op voorbereiden? Niemand lijkt het te weten. Die onzekerheid knaagt. De twijfel …

Een korte tijd van lijden. Zeker. Een korte tijd van pijn en verdriet. Maar het weegt niet op tegen de vreugde. Een vrouw is de pijn van een bevalling snel vergeten. Anders zou het bij één kind blijven. Bij nieuw leven blijft de vreugde. De lach. Dat is het beeld dat Jezus gebruikt.

Jezus ging naar de hemel. Hij ging naar huis. Er ligt de belofte: Hij komt terug. Om alles te veranderen. Om ons thuis te brengen. Tot die tijd kunnen we alles vragen in zijn Naam. Hij heeft het zelf gezegd. En als Hij dan terugkomt, vergeten alle pijn, vergeten alle tranen. Dan blijft alleen de vreugde over.

Overdenking zondag 17 mei

Alleen

Ik

Ben

Rust

Respecteer

Leven

Verbonden

Delen

Eerlijk

Genoeg

 

Regels. Daar vinden we allemaal wel iets van. Wetten en regels. 17 miljoen mensen op dat kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Maar een ellenboog is nog nooit zo beschaafd geweest. Je niest in je ellenboog. Bij klachten blijf je samen met je gezin thuis. We blijven zo veel mogelijk thuis. We houden anderhalve meter afstand. En straks als we met het openbaar vervoer gaan, dan dragen we een mondkapje.

We blijven zoveel mogelijk binnen. Wat is de ruimte binnen deze regel? Wat mag wel en wat niet? Deze week hadden we een gesprek over wat een samenkomst en wat groepsvorming was. Daar zijn verschillende regels voor namelijk. Afspreken mag niet, elkaar spontaan tegen komen wel, op anderhalve meter ….

Regels. Niet je telefoon mee naar bed. Niet eten op je slaapkamer. Niet voetballen in de woonkamer. Er zijn een heleboel regels. Regels waar jij je aan moet houden. Of je ze nu leuk vindt of niet. En eraan houden vinden we best lastig. De jongeren die de vakken vullen in de winkels kunnen erover meepraten: dan is anderhalve meter best lastig …

  1. hoe ga jij om met huidige regels? Vind je ze lastig, gemakkelijk?
  2. wat vind jij een domme regel en waarom?

God bevrijdt zijn volk. Hij leidt ze door de woestijn. Hij geeft ze eten, drinken. Hij is er om hen te beschermen en bij de vrijheid te bewaren. Dan brengt Hij ze bij de berg waar het allemaal begonnen is. En God begint zelf te spreken: Ik ben de Heer, diegene die jullie verlost heeft uit het slavenbestaan.

Exodus 20

Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan. Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard. Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal. Pleeg geen moord. Pleeg geen overspel. Steel niet. Leg over een ander geen vals getuigenis af. Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’ Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’ Maar Mozes antwoordde: ‘Wees niet bang, God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.’ En terwijl het volk op een afstand bleef staan, ging Mozes naar de donkere wolk waarin God aanwezig was.

God spreekt zelf. Nu niet via Mozes. Het is zijn eigen stem. En God stelt zich voor. Er is niets te zien. Geen gedaante. Alleen vuur en rook. God spreekt: Ik ben diegene, die jullie bevrijd heeft. Ik heb iets te zeggen, over Mijzelf, over jullie, het leven, de wereld. Ik spreek woorden om jullie bij de vrijheid te bewaren. Het zijn woorden voor jullie eigen veiligheid.

De tien woorden beginnen niet met: je zult alleen mij dienen. Geen andere goden in mijn aanwezigheid. Nee, het begint met God die spreekt: Ik ben je bevrijder. Je hebt jezelf niet kunnen redden, maar Ik red jou.

Het is begrijpelijk dat het voor het volk Israël geldt, dat daar voor de berg verzameld is. Maar je kunt zeggen: het geldt voor alle mensen. God is onze bevrijder. Je kunt jezelf niet redden, maar Hij redt jou. Hij redt je uit ziekte, uit je angsten, bevrijdt je van je karakter, waar je mee worstelt, van de dood. Hij redt je uit de ellende. Uit je verslaving, wat je bindt en je verwondt. God is je bevrijder, die je redt uit de macht van de zonde.

In de woestijn werd meteen duidelijk dat die vrijheid aangevochten werd: er was honger, dorst, vijanden. Daarom zijn die eerste woorden zo belangrijk: God is te vertrouwen: Hij heeft je toch zelf bevrijdt, van alles wat je drukt?

God wil je bij die gekregen vrijheid bewaren. En dus brengt Hij onder woorden, wat er voor die vrijheid nodig is: God is geen God tussen de goden. Haal nergens anders je zekerheid, zoek nergens anders je veiligheid. Alleen bij Hem. Hij is te vertrouwen.

God is groter dan wij ooit kunnen denken. Maar zo kan je God ook op afstand zetten. Dan wordt Hij vaag. Zo wil God niet zijn: Hij spreekt en is zo heel dichtbij. God is niet in een beeld te vatten. Hij wil ook niet, dat je Hem naar jouw eigen hand zet. Daar is Hij te machtig, te heilig, te groot voor. Maar Hij zegt van zichzelf ook: dat Hij jaloers is. Hij wil zijn aandacht en liefde niet verdelen. Hij wil de eerste en de laatste zijn. Zo stelt God zich voor. Zo komt Hij naar ons toe.

Regels en wetten: blijf zoveel mogelijk binnen, werk vanuit huis. Er mogen niet meer dan dertig mensen in een kerkgebouw … Allemaal regels. En het lijkt te knellen. Je voelt je in je vrijheid aangetast: als ik naar buiten wil, dan zal ik dat zelf weten. Als ik mijn café wil openen, omdat anders mijn zaak eraan gaat, als ik mijn sportschool met de regels open wil doen, dan …

Maar wat als jij de bron wordt van een nieuwe besmetting? Wil je dat op je geweten hebben …

Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Dan doe je een beroep op het gezond verstand. En dan gaan we met elkaar naar het strand, naar een park, in een volle trein, pakken we het pak melk over de rug van een vakkenvuller.

Ik maak zelf wel uit hoe snel ik over de snelweg rijd, ik maak zelf wel uit of ik licht op mijn fiets heb op niet, ik maak zelf wel uit waar ik belasting betaal, ik maak zelf wel uit of ik een bonus opstrijk. Ik maak zelf wel uit of ik aan het bezit van een ander kom …

Zonder regels raakt het leven ontregelt. Dat lijkt op een spel spelen zonder spelregels. Of waarbij ieder zijn eigen spelregels bedenkt, of de spelregels tijdens het spel iedere keer aanpast. Daar wordt het niet echt leuker van. En het kan ook nog erge gevolgen hebben.

Regels is het volgen van richtlijnen. Ik zag iets over een grote brug met enorme pijlers. Maar het kwam heel precies: als ze beneden maar een beetje miszaten, dan scheelde het op hoogte een aantal meters. En dan kon de weg er niet overheen. Soms kan je iets in de geest van de regels doen, soms kan het alleen maar precies zo en niet anders.

We mochten niet voetballen in de huiskamer. We deden het toch. En toen ging er iets dierbaars stuk. Dat was niet de bedoeling, maar wel het gevolg van het niet luisteren.

God geeft tien woorden om zijn volk bij de vrijheid te bewaren. Tien woorden. Niet meer. Ze worden helemaal uitgesplitst in wetten en regels. Of dat de bedoeling was?

Tien woorden samen te vatten in: heb God lief met alles wat in je is en je naaste als jezelf. Liefhebben dus. Liefde geven. Daar ging Jezus ons in voor. De God die spreekt en zelf het woord neemt. Hij komt in Jezus heel dichtbij. En Jezus zegt: Ik laat alles van die wet staan. Er komt niets bij, er gaat niets af. Maar Ik kom je wel bevrijden. Ikzelf. Door lief te hebben en mijn leven voor jullie te geven. Hij geeft zelf het voorbeeld.

Liefhebben kan altijd. Als dit de regel is: heb lief. Hoe ga jij dat de komende tijd doen?

Overdenking zondag 10 mei

Ik heb wel een aantal bergen gezien. Heb zelfs bergen beklommen. Maar nooit in een woestijn. Waar het begin van de berg meteen duidelijk is. Geen bomen, geen struiken, opeens gaat het omhoog. En vanuit de woestijn kan je dan de top van de berg zien.

Dat is altijd indrukwekkend. De top van de berg. In Tanzania keken we altijd naar de top van Kilimanjaro. Als een wachter die over je waakt. Soms helder, soms in de wolken.

Het volk Israël heeft Egypte verlaten. Het slavenbestaan. Het is op weg naar het beloofde land. Land van vrijheid. Daartussen ligt de woestijn. Met alles wat daarbij hoort: honger, dorst. Oases met palmbomen en water. De dagen zullen op elkaar geleken hebben. Steeds weer hetzelfde. En nu na twee maanden zijn ze bij de berg. De berg waar het allemaal begon. Toen zij nog slaven waren, heeft God zich hier aan Mozes geopenbaard. Hij heeft hem hier geroepen om leider van het volk te zijn. Om naar farao te gaan en de vrijlating van het volk te eisen.

Nu zijn ze terug. Mozes en het volk.

  1. Exodus 19: 3-8

Mozes ging de berg op, naar God. De HEER riep hem vanaf de berg toe: ‘Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: “Jullie hebben gezien hoe ik ben opgetreden tegen Egypte, en hoe ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.” Breng deze woorden aan de Israëlieten over.’ Mozes ging terug, riep de oudsten van het volk bijeen en deelde hun alles mee wat de HEER hem had opgedragen. En het hele volk antwoordde als uit één mond: ‘We zullen alles doen wat de HEER heeft gezegd.’ Mozes bracht het antwoord van het volk aan de HEER over.

Ik wil er deze keer twee dingen uithalen, die opvallen, als je heel het hoofdstuk op je in laat werken.

  1. God is de totaal andere. Hij is de heilige. Het volk moet zich voorbereiden op de verschijning van God. Ze moeten zich wassen en reinigen. En ze mogen niet de berg beklimmen. Dat kan alleen Mozes. Ze kunnen wel de rook zien, de bliksem, de donder horen. Het is zo indrukwekkend, dat 1,5 meter te weinig is. Het volk blijft op grote afstand. Als Gods stem klinkt, de horens schallen. Dan kunnen hun oren daar niet tegen. Mozes moet ook maar hun oren en stem zijn. Een tussenpersoon.

God verschijnt op vele manieren aan mensen. In een visioen, in een droom. Als mens. Jezus de Zoon van God wordt als een gewoon kind geboren. Hij wandelt tussen de mensen. Aan Hem gingen de mensen gewoon voorbij. Twee keer gaat God aan mensen voorbij: aan Mozes en Elia. Twee keer op deze berg. Niet in zijn heerlijkheid. God blijft verborgen. Als God zich hier aan het volk openbaart: de mensen kunnen er niet tegen. Ook al zien ze God zelf niet. Zijn heerlijkheid is te groot.

Je kunt veel beelden van God hebben. Dit is er ook één. De geweldige. De heilige. Waarbij je als mens op afstand blijft. God die totaal anders is. Zo ontzaglijk groot. Zo onnoemlijk geweldig. Dat is onze God. Dat is jouw Vader. Laten we dit indrukwekkende van Gods verschijning niet vergeten.

  1. Het volk is al even onderweg. Het heeft geklaagd, zich uiteindelijk geschikt. En het heeft gekregen. God heeft steeds voor het volk gezorgd. Ze hebben de macht van God gezien. En gemerkt hoe Hij hen telkens heeft beschermd.

Het beeld is dan een arend. Een imposante roofvogel. Die als hij glijdt met zijn vleugels ontzettend groot is. Jullie hoefden niets te doen, Ik heb je als op vleugels gedragen. Dat was natuurlijk niet echt zo. Een arend kan haar jongen niet op haar vleugels dragen. Ze hebben zelf gelopen. Maar God ging voor hen uit. Hij was achter hen. Ze hadden het net met de aanval van Amalek nog gemerkt.

God heeft drie benamingen voor zijn volk: 1. Een geweldige schat. 2. Een koninkrijk van priesters en 3. een heilige natie

  1. Voor God is het volk kostbaar. Een geweldige schat. Niet het individu, maar het volk in zijn geheel. Dat heeft Hij uitgekozen om te beschermen. Misschien heb jij zelf ook iets dat kostbaar is, dat dierbaar is. De gevoelens die je dan voelt: God kijkt zo naar zijn volk
  2. Ze zijn voor Hem een volk van priesters. God heeft al veel meegemaakt met het volk. En toch: zij dienen Hem. Zoals priesters bij een heiligdom. Een volk om God te vertegenwoordigen op de aarde. Dat is dat koninklijke: om te heersen door te dienen.
  3. Een volk apart van alle andere volken. Niet omdat het volk nou zo bijzonder is. Zoveel beter dan de andere volken. Ze konden in elk geval goed klagen ….

God zet het volk apart omdat Hij het wil. Heel de wereld is al van Hem. Dit is zijn volk, het volk waaraan Hij zich verbindt.

Dat vind ik  het tweede dat opvalt. Naast Gods heerlijkheid: God spreekt het volk als geheel aan. En met hen sluit Hij een verbond. Een verbond, dat bij Adam begonnen is. Dat via Noach, via Abram gaat. En nu hier bij de berg: God verbindt zich aan mensen. Aan een heel volk.

Niet jij bent een parel in Gods hand, maar wij zijn Gods schat …

Petrus gebruikt later precies deze woorden: een koninkrijk van priesters, een heilige natie. (1 Petr2: 1-10) Na Jezus sterven op een andere berg komt God uit bij alle volken. En God sluit zijn verbond. Luister naar mijn woorden. Word wijs en handel erna. En doe het samen … verkondig met elkaar als volk Gods grote daden. Van verlossing en bevrijding door Jezus.

Een volk van priesters, verzamelt bij de berg om God te dienen.

God toont zijn heiligheid aan een heilig volk.

En het volk zegt: ja wij zullen alles doen, wat God gezegd heeft. We zullen zijn priesters onder de volken zijn.