Overdenking zondag 11 april

Psalm 111
Wet
Gebed
Vrede zij U
Johannes 20: 24 – 31
Preek
Jezus, overwinnaar
Gebed
Collecte (Kerk en Pastoriefonds)
Ga met God

 

Goedemorgen broeders en zusters en gasten, iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De eerste collecte is vandaag bestemd voor de kerk, de tweede voor het pastoriefonds. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.
  • Maandagavond 12 april vergadert de kerkenraad.

 

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

 

Je komt ergens binnen. En meteen lijkt iedereen je te kennen. Je voelt de blikken, je ziet het gefluister. Kijk dat is hem. Herken je dat misschien? Zo is het ook met mij. Iedereen denkt mij te kennen. Ze zeggen, dat ik een twijfelaar ben. Dat ik niet kan kiezen. En dat als steuntje in de rug voor ieder die wel eens twijfelt in zijn leven. Twijfel hoort erbij. En misschien gaat het bij mij nog wel een stukje verder. Ik ben tot een spreekwoord geworden: de ongelovige. Ik moest het eerst zien en dan geloven. Eerst voelen, dan pas zou ik het zeker weten. Nu kan je daar heel veel over zeggen. Maar laat ik het nu hierbij houden: was ik zo anders? Maria geloofde pas toen ze Jezus had gezien en haar ogen waren geopend. Johannes en Petrus zagen het lege graf. Ze snapten er eerst niets van. Ja bij Johannes brak al iets door. Maar pas echt toen Jezus aan hen verschenen was. De twee die naar Emmaüs liepen: het kwam pas tot geloof, toen ze zagen.

Ik ben een realist. Altijd al geweest. Ik denk, dat me dat het beste typeert. Neem die dag in Bethanië. Jezus wilde naar Jeruzalem. Dat zou zijn dood worden, dat was toch duidelijk. De voortekenen logen niet. We probeerden Hem er nog vanaf te brengen. Hij wilde niet. Hij moest naar Jeruzalem. Laten wij dan maar meegaan, om met Hem te sterven. Dat was mijn reactie. (Joh. 11: 16)

En Jezus had het over zijn Vader. En een huis waar Hij naar toe ging. En dat Hij ons als alles klaar was zou komen halen. En dat wij de weg daarheen wel wisten. (Joh. 14: 5). Maar we waren er nooit geweest. Waar sprak Hij over? Dus ik vroeg het Hem toen maar: hoe kunnen wij de weg weten, als we er nog nooit geweest zijn? Als we niet weten, waar U heengaat? Dat ben ik …

En toen gebeurde, waar we al die tijd al bang voor waren: Jezus werd gevangen genomen. We zagen op een afstand, hoe Hij gemarteld werd. We waren erbij toen Hij gekruisigd werd. Hij stierf daar aan het kruis. Mijn Heer. Anderen had Hij genezen. Anderen had Hij uit de dood opgewekt. Hij had ons onderwezen. We hadden er niet alles van begrepen, ook ik niet. Zo eerlijk wil ik wel zijn. En nu was Hij dood. Begraven. Dit leek het einde.

De dagen erna was ik op mezelf. Ik moest het even op me in laten werken. Nadenken wat er was gebeurd. Alle woorden, alle gebeurtenissen. En toen kwamen de eerste geruchten: Jezus zou zijn opgestaan. Hij zou weer leven. Maar hoe zou het kunnen? Dat Hij anderen weer liet leven. Ja. Maar Hij was zelf dood. Dat was toch het einde. Sommigen zeiden, dat ze Hem zelf gezien hadden. Ik was daar niet bij geweest. En dus zei ik: eerst zien, dan geloven. Is dat zo gek?

Gaat het bij Tomas wel om twijfel? Zodat je kunt zeggen: het is goed, dat je twijfelt. Kijk maar Tomas doet het ook. Maar Tomas kijkt naar de feiten. Zijn houding verschilt niet zoveel van de anderen. Het enige verschil is, dat hij de eerste keer er niet bij was.

De groep neemt hem wel op. Ze laten hem niet vallen. Ze sturen hem niet weg. Hij is er altijd bij geweest. Dus ook nu. En zo is hij er een week later wel bij.

Een week later was ik er wel bij. Een deel was opgetogen over wat ze gezien en gehoord hadden. Maar er was ook nog bezorgdheid en angst. Hoe zouden de leiders reageren? Zij die Jezus hadden laten ombrengen. Dus we hadden de deur op slot gedaan. Net als een week ervoor. Je kunt nog zulke geweldige dingen meemaken. Je angst is niet meteen verdwenen.

En dan opeens staat Jezus in ons midden. Hij toont zijn wonden. Hij nodigt me uit ze aan te raken. Ik heb het niet nodig. Hij leeft! Hij leeft! Wees niet langer ongelovig, maar gelovig. Dat hoor ik Hem zeggen. Oei. Die kwam wel hard aan. Als je met je eigen gedachten bent, daar kan je in ronddraaien. In vastzitten. Maar als je Jezus hoort zeggen: wees niet ongelovig. Het klinkt niet als een verwijt. Hij neemt het me niet kwalijk. Maar Hij spoort me wel aan. Tijd om van weg te veranderen. Geen boze woorden. Niet hoe kan je dit nu doen, je kunt je medeleerlingen toch op hun woord geloven. Nee niets van dat. Wordt gelovig. Dat is het enige. En zo kan ik ook alleen maar antwoorden: Mijn Heer, Mijn God. Dan volgen nog de woorden van Jezus: jij gelooft, omdat je gezien hebt. Zalig zijn zij, die niet zien en toch geloven. En meteen zit ik weer op de berg. Daar waar Jezus onderwijs gaf. Ook toen was Hij begonnen met die woorden: zalig zijn zij. Hier voegt Hij er nog een groep aan toe: zij die niet zien en toch geloven …

En dat is precies waarom Johannes alles heeft opgeschreven: zodat wij, die niet gezien hebben en het ook niet hebben kunnen zien, toch geloven. De leerlingen zijn onze ogen en oren. Zij horen en kijken voor ons. Dat is precies hun taak. Zij moeten getuigen. Maar wil je een getuige zijn, dan heb je niets aan van horen zeggen. Dan moet je er zelf bij geweest zijn. Dat is één van de criteria voor de vervanger van Judas. Hij moet erbij geweest zijn. Paulus kan apostel worden, omdat Hij Jezus zelf in al zijn heerlijkheid gezien heeft. Wil Tomas een getuige kunnen zijn, dan moet hij het gezien hebben.

Johannes besluit zijn evangelie. Hij komt tot een slot: alles draait hierom: Jezus is de beloofde Messias. Daar is hij mee begonnen, daar wil hij ook mee eindigen. Dat is zijn slotregel. En het hoogtepunt is dan de belijdenis van Tomas even daarvoor. Hij brengt precies onder woorden waar het om gaat: mijn Heer, mijn God. Beter is het niet onder woorden gebracht. Door niemand. Door Petrus niet. Door Johannes niet, door Jacobus niet. Wel door Tomas: mijn Heer, mijn God.

En die Heer en God, is de gewonde. Is de gekruisigde. Hij toonde zijn wonden. Zover ging de Heer voor zijn schapen. Hij gaf zijn leven. Het draait niet om de woorden. Hoe belangrijk zijn woorden ook zijn. Het draait om wat Jezus aan het einde van zijn leven heeft gedaan. Zijn leven gegeven. Velen zien de woorden van Jezus nog wel als inspiratie. Daar willen ze zichzelf nog wel door laten aansporen. Daar kunnen ze over nadenken, erover kauwen. Eventueel zelfs toepassen in het leven. Velen struikelen over het kruis. En misschien nog niet eens over het kruis. Dan is het een noodlottig einde van een goed mens. Nee ze struikelen over de opstanding. Liever de woorden dan een levende Heer. Maar juist die levende Heer maakt al het verschil.

Bij alle twijfel, als alles wegvalt, wat is dan je vangnet, wat is je fundament. Waar val je op terug, waar kan je niet zonder. Eén zo’n zekerheid kan zijn: er komt een moment, dat ik zelf een keer zal sterven. En dan … je kunt denken: wat er ook zal komen, we blijven altijd samen. Of ook: wat er ook gebeurt, ik zal er altijd voor mijn kinderen zijn. Of ik zal altijd van mijn kinderen houden. Ik zal er voor mijn vader en mijn moeder zijn. God is er altijd bij. Dat kunnen ook van die zekerheden zijn.

God wil je leren: God is sterker dan de dood. Hij heeft de dood overwonnen. Dat heeft Hij door Jezus bewezen. Dat is het goede nieuws. Beter dan al de woorden van Jezus. Nou ja: hier wezen al de woorden van Jezus heen. Ze krijgen extra lading door zijn opstanding. Hier staat of valt alles mee.

Maak dit voor jezelf het fundament van je leven: Jezus is mijn Heer, mijn God. Laat dit je belijdenis zijn. En Hij is het omdat Hij is opgestaan.

Wat er dan op je afkomt is dit:

  • Blijf bij het onderwijs van de apostelen. Zij zijn voor ons de oren en de ogen geweest.
  • Heb geduld met elkaar. Zoals Jezus ook geduld heeft. Hij veroordeelt Tomas niet, maar toont zijn wonden. Kijk maar. Jezus had geluisterd en was er steeds bij geweest. Hij wist wat Tomas wilde. En Hij gaf hem er de mogelijkheid voor. Luister naar elkaar, geef elkaar de tijd en wijs elkaar dan steeds weer naar het kruis en de opstanding.
  • Kijk naar de wonden. Jezus liet zijn wonden zien. De Heer is een gewond mens, geen verheerlijkte God. Die wonden waren nodig. Die wonden dekken ook je twijfel, je ongeloof. Ik geloof Heer, kom mijn ongeloof te hulp
  • En het kruis en de opstanding is sterk genoeg, om je te dragen. Tomas weet genoeg. Hij hoeft zijn handen er niet te leggen. Als ik … nee, hij heeft geen voorwaarden meer. Geloven is voldoende. En volgens Jezus kunnen we dat. Als we bij het onderwijs van de apostelen blijven.

Daar stond mijn Heer. Hij veroordeelde me niet, maar gaf me ruimte. Het was het beste nieuws, dat ik ooit zag en hoorde. Het was het waard om verder te vertellen. En dat was wat ik deed. Met de hulp van de Geest kwam ik tot aan India aan toe. Mijn Heer, mijn God. Dat zouden meer mensen moeten zeggen.

Overdenking Pasen – 4 april

U zij de glorie (Orgel)
Gebed
Opw 614 Uw genade is mij genoeg
Joh. 20: 1-18
Preek
Sela Ik leef
Gebed
Collecte
Sela Juicht want Jezus is Heer

 

Goedemorgen broeders en zusters en gasten, iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De collecte is vandaag bestemd voor de diaconie. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.

 

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis. Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘ Rabboeni!*’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 

Het eindigt in het donker. Het is inktzwart. Je kunt geen hand voor de ogen zien. En er is niets dat richting geeft of wijst. Er is alleen de stilte. De stilte van de nacht. En de vragen buitelen door je hoofd: wat heb ik meegemaakt? Wat heb ik gezien? Wat heeft dit te betekenen, wat wil dit zeggen? Is er iemand die kan duiden wat er is gebeurd, iemand die het in perspectief kan zetten. Die het grote geheel overziet. Pfff en alles wat je wilt is rust. Een moment van rust, zodat alles op je in kan werken. Een moment van bezinning. En ieder die erbij was, doet het op zijn of haar eigen manier.

De macht zal weer aan het werk zijn gegaan. Business als usual. De handen zijn vuil gemaakt. Daarna zijn ze weer schoongewassen. Een nieuwe dag betekent opnieuw de handen uit de mouwen. Handhaven. Er is genoeg te doen. Het land moet bestuurd. Er moeten beslissingen genomen worden.

De gewone man of vrouw. Tja er is weer een nieuwe dag. Een rustdag. Een heilige dag. Dus je doet niet zoveel Niet je gewone werk. Nee je richt je op God. Je praat er met elkaar nog even over. Was jij er ook bij, heb jij het gezien of alleen gehoord? En wat vind jij er nu van? En daarna doe je weer wat je doen moet. Morgen moet je weer aan het werk.

Bij sommigen zal er misschien iets van twijfel in het hoofd zijn gaan zitten. Hebben we wel de juiste beslissing genomen? Dit was toch wel heel bijzonder, wat ze hebben meegemaakt. Maar al snel weer de gedachte: nee ze konden niet anders. Ze moesten wel. Er zat niets anders op. Hij begon een gevaar te vormen. Er liepen zoveel mensen achter Hem aan. Zoveel mensen die iets in Hem zagen, die in Hem geloofden. En dan die woorden over zijn koninkrijk. En dat raadsel: breek deze tempel af en Ik zal hem in drie dagen weer opbouwen. Gelukkig hadden ze bij de macht een wacht geregeld.

Bij zijn familie en vrienden, zijn leerlingen is er alleen verslagenheid. Verdriet. Hier houdt alles op. Er zijn de tranen. Je probeert elkaar op te beuren. Je haalt nog herinneringen op. Je steunt op elkaar. Je zult wel verder moeten. Maar je weet totaal niet hoe. De wereld draait wel door, maar het heeft helemaal geen zin.

Macht, menigte, mensen. Ieder met eigen gedachten. Ze hebben hetzelfde meegemaakt. Ze zullen er verschillend over denken. Het is maar net wat je eigen standpunt is.

Het is nog donker. In alle vroegte. De vrouwen gaan naar het graf. Met hun gedachten zijn ze nog een paar dagen ervoor. Ze willen zijn lichaam gaan verzorgen. De lucht van de dood verdrijven. En dan blijkt dat het niet meer hoeft. Er is geen dood meer. Het graf is open. Het lichaam is weg. Alleen de doeken zijn er nog. In alle stilte is Jezus opgestaan. De dood is overwonnen. Jezus leeft.

Het is een groot contrast. Jezus sterft met een groot aantal getuigen. Daar waren genoeg mensen bij. Ieder kon het zien, ieder kon het horen. Als Jezus opstaat is er niemand. De soldaten zijn gevlucht. De vrouwen nog onderweg. De leerlingen zijn er niet. Als Jezus opstaat uit de dood en het leven neemt, als de Vader zijn Zoon weer opwekt en het leven geeft, is er niemand bij. En toch moet het nieuws de wereld in. Het moet verteld. En dus verschijnt Jezus. Hij laat zich zien. Zo wordt het donker verdreven, begint het weer licht te worden. Er is weer toekomst. Er wordt een weg zichtbaar. Een weg, die naar de wereld leidt. Er komt weer perspectief. In de woorden van vandaag: licht aan het einde van de tunnel. En vrouwen zijn de eerste getuigen. God doet het altijd anders. Onverwacht. Maria is de eerste die Hem ziet. Daarna de leerlingen. En alleen zij die in Hem geloven zullen Hem nog in leven zien. Voor de andere mensen is er alleen het lege graf met de doeken die getuigen van zijn opstanding.

Jezus kwam om te sterven. Dat was de weg, die Hij moest gaan. De weg van marteling en dood. Zo overwon Hij het kwaad, maakte Hij de zonde onschadelijk, nam Hij de gevolgen van de zonden weg. Na drie uur duisternis was het voltooid. En ieder moest het horen: het is volbracht.

Maar wat is het perspectief als het daarna donker blijft. Als er daar de duisternis van het graf is. De steen die alles afsluit. Dan is er geen opening. Dan is er geen licht. Dan loopt alles dood. Dan kan je jouw rugzak wel bij het kruis zetten, maar wat heeft het voor zin?

De winst van het kruis wordt verzilverd bij de opstanding. Ik geef mijn leven, om het na drie dagen weer op te nemen. Want niet de dood is het eindstation. Die dood moet juist overwonnen worden. En de overwinning op de dood is het leven. Als het kwaad en de gevolgen van het kwaad overwonnen zijn. Als daar het leven voor in de plaats komt, dan heeft het zin om alles te leggen op de schouders van Jezus. Om te geloven, dat Hij het werkelijk ook voor jou heeft volbracht.

We noemen dat genade. God geeft genade aan mensen: Hij vergeeft hun zonden, Hij vernieuwt hun leven, Hij geeft uitzicht op een eeuwige toekomst. Wat zat er ook al weer in je rugzak? Onder andere je fouten. Je missers. Sommige bewust, sommige onbewust. Maar de gevolgen waren er wel. En het staat tussen jou en God in. God vergeeft het. En daar heb je iets aan: er is leven na  het sterven.

Wat zat er nog meer in: de dingen waar je onder lijdt: ziekte, verlies, eenzaamheid. Dat soort zaken. God Hij geneest, geeft leven weer, Hij geeft je aan elkaar. God vernieuwt jouw leven. En daar heb je iets aan: er is leven na het sterven.

Je draagt je rugzak nu. Met de positieve herinneringen en met je lasten. Het kwaad mag dan overwonnen zijn aan het kruis. Jezus heeft dan uitgeschreeuwd: het is volbracht. Maar je hebt er deze dagen nog steeds last van. Het drukt op je. Steeds is er de schaduw van de dood, die over je leven hangt. En er komt een moment dat jij zelf zult sterven. Of Jezus moet eerder terug komen. Dan zal een eeuwige nieuwe toekomst beginnen. Daar heb je iets aan: er is leven na het sterven.

In het graf blijft alles donker. Dan heb je als mens geen perspectief. Dan is er geen licht aan het einde van de tunnel. Immers alles eindigt in de duisternis van de dood. Wat is dan de zin van alles?

Dat is Pasen: Goede Vrijdag is: het is volbracht. Het is voltooid, klaar, af, betaald. Pasen is: en het is werkelijk overwonnen. Als je de rugzak bij het kruis gebracht hebt, dan neemt Jezus deze rugzak weg. Hij draagt Hem weg.

Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij is het licht van de wereld. Daarvan is Pasen het bewijs. Dat nieuws moet verteld worden. Wij kunnen licht verspreiden in een donkere wereld. Uitzicht geven in een wereld die uitzichtloos lijkt. Hoop bieden en perspectief. Het kwaad is werkelijk overwonnen. Er is leven na de dood. Jezus is opgestaan uit de dood en wij zullen op een gegeven moment volgen. Het begint op het moment dat de vrouwen een leeg graf vinden. Het wordt bewezen als Maria Jezus ziet. Hij is niet dood, Hij leeft. Halleluja.

Overdenking Goede Vrijdag – 2 april

Ps 110: 1, 4 (orgel)
Gebed
Getsemane Sela
Joh. 19: 16b-30
Preek
Via Dolorosa
Gebed
Psalm 22 Psalm project

 

Goedenavond broeders en zusters en gasten, op deze avond van de Goede Vrijdag. Iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De collecte is vandaag bestemd voor de kerk. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.

 

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn mantel.’ Dat is wat de soldaten deden. Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

 

Het is volbracht. En na deze woorden stierf Jezus. Zelf bepaalde Hij tot verbazing van allen, die erbij waren zijn moment van sterven. De soldaten, die Hem gekruisigd hadden. Zojuist hadden ze nog zijn kleren verdeeld. De menigte: geschreeuwd hadden ze: kruisig Hem, kruisig Hem. En ze waren Hem gevolgd. Ze hadden zijn terechtstelling gezien. Opgehitst door de leiders van het volk: deze man is gevaarlijk. Beter dat één man sterft dan dat het hele volk ten onder gaat. Hij sprak op een manier over God, die in hun ogen niet kon kloppen. Het was godslastering. En dan nog in de verte de vrienden. De geliefden. Ook zij zagen het lijden. De macht, de menigte, de mensen: allen hoorden: het is volbracht.

Een leeg doek. Je moet eraan beginnen. De eerste streek van een penseel. De eerste schets. Steeds meer kleur, meer details. Nog één keer kijken, nog een laatste beweging: het is klaar. Het is voltooid. Het werk is af. Een dergelijk doek kon ook in opdracht zijn gemaakt. Dan kunnen de woorden een dubbele betekenis hebben: niet alleen is het werk af, maar het is ook betaald. De afgesproken prijs is gegeven.

Als je het lijden van Jezus wilt duiden en je komt bij de laatste woorden, dan hoor je ook die dubbele betekenis: het werk van Jezus hier op aarde is klaar. Goed het blijkt dat Hij er nog even is, voordat Hij naar de hemel ging: maar hier was Hij voor gekomen. Om de beker van het lijden te drinken tot de laatste druppel. En als Hij daar dan hangt tussen hemel en aarde, niet verdoofd door mensen en door  God verlaten in alle eenzaamheid, ondanks alle mensen om Hem heen, dan komt het moment dat Hij kan zeggen: het is klaar, voltooid. En we zeggen: de schuld is betaald. Volledig. Er is verzoening. Het is volbracht.

En dan loop ik naar dat kruis met mijn rugzak, die ik meedraag al heel mijn leven lang. En ik laat die woorden tot me doordringen: “het is voltooid. Het is klaar.” En ik denk: o ja? Is dat zo? Is het klaar?

Ik kijk om me heen: soldaten die de macht grijpen. Die burgers die protesteren vermoorden. De macht van grote bedrijven, die lijken te bepalen wat er gebeurt. Zij bepalen de prijzen en worden al maar rijker. De soldaten van toen, ze zijn er nog steeds. Zij die staan voor macht en hoe macht angst inboezemt en misbruikt kan worden. Het is er ook vandaag nog.

Ik zie massa’s mensen op reis: Europa is de plek om te zijn. Daar wordt je gelukkig, daar is geld. Het blijkt in een vluchtelingenkamp een zeepbel. Het blijkt een leugen. Zoals er zoveel leugens zijn. Er zoveel onrecht is. En velen verblind worden. En soms mee roepen en mee schreeuwen. Er is nog zoveel onrecht.

En ook in mijn eigen rugzak zit genoeg. Natuurlijk de mooie herinneringen: mijn jeugd, voetballen op het veldje, trouwen, kinderen krijgen, predikant zijn en waardevolle gesprekken voeren. Mooie plekken zien. Genieten van de natuur. Het zit er allemaal in. Maar er is ook veel pijn. De eenzaamheid soms. Je eigen karakter. Ziekte en sterven. Ruzies en conflicten. En die dan willen vermijden. Fouten die je hebt gemaakt. Hoe je zelf gekwetst bent maar ook zelf kwetst. Er is genoeg in mijn leven waarin ik de zonde zie en de gevolgen van de zonde. Bij mijzelf, mijn omgang met anderen, hoe anderen met mij omgaan. Dat zorgt voor leed, pijn en verdriet. Hoezo volbracht? Het kwaad is er nog steeds. In de wereld, in mijn omgeving, in mijzelf.

En toch klonken daar die woorden. Midden in de geschiedenis. Gesproken door een man, die gemarteld is, aan een kruis geslagen. Een man die voor deze woorden nog iets te drinken vraagt. Om de droogte in zijn keel iets te verzachten. Om het met krachtige stem te kunnen zeggen, zodat ieder het kan horen: het is volbracht. Het is voltooid.

Maar zo lijkt het helemaal niet. Goed het is onverklaarbaar donker geweest. Ze hebben Jezus de vraag horen stellen: mijn God mijn God waarom verlaat U Mij? Hij is geslagen, bespot, gehoond. Het stopt niet daar bij het kruis het gaat gewoon door. Het kwaad is er nog steeds. Zo op het eerste oog. En toch hoewel het er dus anders uitziet, wordt het kwaad daar wel overwonnen. Door onschuldig lijden door Jezus. Zijn lijden is anders dan het lijden van de mannen naast Hem. Ze ondergaan hetzelfde en toch ook weer niet. Het kruis en de marteling is hetzelfde. Dat door God verlaten zijn, is voor Jezus alleen.

Het blijft dus iets van een mysterie houden. Daar gebeurt iets, dat met geen camera, geen woorden echt te vangen is. De verhoudingen tussen mensen en God wordt hersteld, tussen mensen onderling wordt hersteld, tussen mensen en de schepping wordt hersteld, de verhouding met jezelf wordt hersteld. In dat ene ogenblik waar de dood wordt overwonnen. Het is de opdracht die Jezus heeft gekregen. Hij voert deze opdracht uit tot het eind. En dan kan Hij zeggen: het is klaar. En als teken bepaalt Jezus zelf het moment van zijn dood. Terwijl de mannen naast Hem nog vechten tegen de pijn, geeft Jezus de geest. Zo komen de woorden van God uit, worden de Schriften vervuld.

Daar loop je met je rugzak. Met prachtige herinneringen aan momenten, dat God voor je gevoel heel dichtbij was. Als het ware naast je liep. Maar ook momenten, dat je niets van God merkte. Je het vertrouwen in God bijna kwijt was. Met geweldige mensen om je heen, met wie je hebt gelachen op wie je kon steunen, die er voor je zijn. Maar ook mensen die je pijn deden, die je teleurstelden, die afwezig waren. Met een schepping waar je van genieten kan, een mooie zonsondergang, een bloem, een vogel, een vlinder, een libel. Maar ook een schepping waar je moet vechten: dorens en distels, bevingen en slagregens. Jij die jezelf verbaast, omdat je meer blijkt te kunnen dan je dacht. Jij die teleurgesteld bent in jezelf, omdat je steeds weer in dezelfde val trapt.

Moet je deze rugzak alleen dragen? Kan je het gewicht wel aan? En wat als jou gevraagd wordt om je te verantwoorden over alles wat erin zit … Wat zeg je dan? Ik heb mijn best gedaan … Ik deed het met de best bedoelingen …  Ja dat is allemaal niet zo mooi. Maar er zitten ook goede dingen in mijn rugzak. Wilt U ze zien? Hè hoe komt dit nu in mijn rugzak? Daar weet ik niets van, dat ben ik vergeten … Ik had een slechte jeugd / het lag aan mijn ouders, aan de omgeving waar ik groot ben geworden … Tja ik wist niet beter … En kom je er dan mee weg? Voor de mensen, voor God?

Het is volbracht. Woorden die je zekerheid willen geven: het kwaad is overwonnen. Met de handtekening van Jezus eronder. Echt. Het zijn zijn woorden. Draag je rugzak niet zelf, maar zet hem bij het kruis. Daar kan je hem neerzetten, zodat Jezus hem voor je draagt. De rugzak voor je gedragen heeft. Ja je komt hier nog kwaad tegen, het heeft invloed in je leven. Het zit zelfs in jezelf. Maar je hoeft er niet aan onderdoor te gaan. Je kunt hier al bidden om verbetering. Om de kracht van de Geest om andere wegen in te slaan. Om achter Jezus aan te gaan.

Het is volbracht. De wereld hier is niet zo mooi, maar Jezus kwam om de wereld mooier te maken. En die mooiere wereld heeft Hij ons beloofd. Dat is het koninkrijk van God. Het kwaad is overwonnen. Vandaag zijn er nog de laatste stuiptrekkingen, ze kunnen pijn doen, maar onszelf niet echt meer raken. Wij leven vanuit de hoop, dat het is volbracht. Het is klaar, betaald. Jezus heeft alles voor ons gedragen. Wij kunnen onze last op zijn schouders leggen. Verwonderd over de weg die Hij voor ons ging. Beschaamd, omdat het nodig was om ons te redden. Stil, want wat valt er te zeggen. Hoopvol, er is toekomst. Het is echt voltooid, af, betaald.

Liturgie voor Goede Vrijdag 2 april

Ps 110: 1, 4 (orgel)
Gebed
Getsemane Sela
Joh. 19: 16b-30
Preek
Via Dolorosa
Gebed
Psalm 22 Psalm project

 

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn mantel.’ Dat is wat de soldaten deden. Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

Liturgie zondag 14 maart

4e Zondag van de 40dagentijd
Welkom
Stiltemoment
Franciscaanse Zegenbede
Luistergebed: ‘Lied 168 ‘Vader, vol van vrees en schaamte’ (GK)
Lezen: 2 Timoteüs 1:1-14
Kinderlied: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag’ (Elly & Rikkert):
Preek bij 2 Timoteüs 1:3-5 ‘Geloven van huis uit
Luisteren: Psalm 90: 1 en 8 (LB)
Voorbede- en dankgebed
Inzameling van de Gaven
– Tijdens collecte ‘diakonale zegenbede
Luisteren: Opwekking 789 ‘Houd vol
Zegenbede van St. Patrick

zo 14 maart – collect voor Verre Naasten

Zondag 14 maart a.s. is de collecte bestemd voor
Verre Naasten.

Omdat wij de komende zondagen niet in de erediensten onze gaven kunnen geven heeft de diaconie  twee mogelijkheden voor u ingericht waarop u vanuit huis uw gift kunt doen.

De GivT app
Geven vanuit huis kan net zo eenvoudig als in de eredienst met de GivT app. Kies onze kerk uit de lijst met goede doelen, of scan de onderstaande QR code om uw gift te doen.

Via overschrijving
Als u géén gebruik maakt van de GivT app kunt u de gift direct over maken naar het rekeningnummer van de diaconie.

Het rekeningnummer is: Diaconie – NL 53 RABO 0375 8507 24