Liturgie zondag 17 oktober

Trinity – Ik wens jou
Gebed
L. Rom. 6: 1-11
Preek
Opw 599 Kom tot de Vader
Gebed
Dopen
Opw 710 Gebed om zegen
Opw 789 Lopen over water

 

Betekent dit nu dat we moeten blijven zondigen om de genade te laten toenemen? Dat in geen geval. Hoe zouden wij, die dood zijn voor de zonde, nog in zonde kunnen leven? Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? We zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader uit de dood is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen wij ook delen in zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Wanneer wij met Christus zijn gestorven, geloven we dat we ook met hem zullen leven, omdat we weten dat hij, die uit de dood is opgewekt, niet meer sterft. De dood heeft geen macht meer over hem. Hij is gestorven om een einde te maken aan de zonde, voor eens en altijd; en nu hij leeft, leeft hij voor God. Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God.

Liturgie zondag 10 oktober

Gez. 256: 1, 3, 4 (Wonderwereld vol geheimen)
Wet
Ps. 91: 7, 8 (Daar hij Mij liefheeft, spreekt de Heer)
Gebed
Gen. 17: 1-9
Preek
Sela (Doop)
Doop
Ps. 105: 5 (God zal zijn waarheid nimmer krenken)
Collecte
Gez. 255: 1,2 3 (God die alles maakte)

 

Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. Ik wil met jou een verbond aangaan en ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.’ Abram boog zich diep neer en God sprak: ‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’ Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie.

Liturgie zondag 3 oktober

Gk 218: 1, 2 (Lof aan Gods Zoon, die als het lam)
Gebed
DNP 100: 1, 2, 3 (Juich heel de aarde voor de Heer)
L. Joh 12: 23-26
Gk 215: 1, 2, 3 (De dag van onze vorst brak aan)
Gebed
Collecte
Avondmaal
Gk 215: 4, 5 (Wie kan zijn hoog en heilig recht)
Jezus zei: ‘De tijd is gekomen dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven. Wie mij dient moet mij volgen: waar ik ben zal ook mijn dienaar zijn, en wie mij dient zal door de Vader geëerd worden.

Liturgie zondag 26 september

Votum en groet
Opw.785 Ik bouw op Jezus anders niet
Gebed
Wet
Psalm 68; 2 Rechtvaardig volk in God verheugd
Schriftlezing: Rom 5,1-11 (uit de Bijbel in gewone taal)
Tekst: HC. Z 5-6
Gk193, 2.4.6 Dit is de dag die God ons schenkt
Gebed
Collecte
Psalm 150; 1,2 Looft de Heer uw God alom
Zegen

Liturgie zondag 19 september

DNP 84: 1, 2 (Hoe lief heb ik uw woning, Heer)
Wet
Ps 119: 65, 66 (Al uw geboden zijn gerechtigheid)
gebed
L. Jac. 2: 1-26
Lb 838: 1, 2 (O, grote God die liefde zijt)
preek
Lb 838: 3, 4 (leer ons het goddelijk beleid)
gebed
collecte Luisterlied: God of the moon and stars
DNP 84: 3, 4 (Wij smeken U, God ons schild)

Liturgie zondag 12 september

DNP 118: 1, 7 (Laat iedereen Gods goedheid prijzen)
Gez. 246: 1-3 (Nu bidden wij met ootmoed en ontzag)
L. Johannes 7: 1-13
Preek
Gez. 218: 1-4 (Lof aan Gods Zoon die als het Lam)
gebed
collecte
Lb 909: 1, 2 wat God doet dat is welgedaan

 

Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde hij niet komen, omdat de Joden daar hem wilden doden. Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, en daarom spoorden Jezus’ broers hem aan: ‘Blijf toch niet hier, ga naar Judea; dan zien ook je leerlingen het werk dat je doet. Niemand doet toch iets in het geheim als hij bekend wil worden. Als je dit soort dingen doet, laat je dan zien aan de wereld.’ Ook zijn broers geloofden namelijk niet in hem. Maar Jezus zei: ‘Mijn tijd is nog niet gekomen, voor jullie is elke tijd goed. De wereld kan jullie niet haten, maar mij haat ze wel, omdat ik verklaar dat wat ze doet slecht is. Gaan jullie maar naar het feest; ik ga niet, omdat de tijd voor mij nog niet rijp is.’ Dat zei hij, en hij bleef in Galilea. Maar toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging hij zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim. Intussen keken de Joden op het feest al naar hem uit en ze vroegen zich af waar hij was. Overal werd over hem gesproken: sommigen vonden dat hij een goed mens was, anderen meenden dat hij het volk misleidde. Maar niemand durfde openlijk over hem te spreken uit angst voor de Joden.

Liturgie zondag 5 september

Voor komende zondagmorgen:

Ps 62: 1, 3 (Voorwaar ik keer mij stil tot God)
wet
Ps 25: 2 (Heer wijs mij toch zelf de wegen)
Gebed
L. 1 Kor 13
Gz. 230: 1, 2, 3 (Al kon ik alle talen spreken)
Preek
Gz. 230: 4, 5, 6
Gebed
Collecte
Ps 150: 1, 2 (Loof de Heer uw God alom)

voor de middag:

In de hemel is de Heer
Gebed
Imagine
L. Openbaring 21: 1-7
Preek
Gez. 177: 1, 2, 3, 4 (Heer U bent mijn leven)
Gebed
Collecte
Gez. 250: 1, 2, 3 (God is getrouw)

Liturgie zondag 29 augustus

Welkom
Samenzang: Laat ons nu vrolijk zingen – vers 1, 2 en 3
Liedboek 1973: lied 20 – Liedboek 2013: Lied 146a
Bemoediging, groet, gebed
Samenzang: Samen in de naam van Jezus
Opwekking 167
Lezen Prediker 11
Samenzang: Aan u behoort o Heer der Heren – vers 1, 2, 3, 4
Liedboek 1973: Lied 479 – Liedboek 2013: Lied 978
Lezen Mattheüs 6: 25-34
Samenzang: Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere – vers 1, 2, 5
Liedboek 1973: Lied 434 – Liedboek 2013: Lied 868
Overdenking
Muzikale bijdrage
Samenzang: Als je geen liefde hebt voor elkaar – vers 1, 2, 3,
Evangelische Liedbundel 422
Gebed
Collecte
Samenzang: Zolang er mensen zijn op aard – vers 1, 2, 3, 4, 5
Liedboek 1973: Lied 488b – Liedboek 2013: Lied 981
Wegzending en zegen

Liturgie zondag 22 augustus

Votum en groet
Zingen Opwekking 407
Gebed
Bijbellezing Joh.4:3-30; 39-42
Opw.281 Als een hert dat dorst naar water
‘Jezus en de Samaritaanse vrouw’
Preek
Explaining Jesus
Levensregels 10 geboden Groen
Thank you
Gebed
Collecte
LvK 705:1-4 Ere zij aan God de Vader
Zegen

Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes – Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat -, verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen. Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ Daarop zei de vrouw: ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ ‘Geloof me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’ De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen’ (dat betekent ‘gezalfde’), ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Dat ben ik, die met u spreekt.’ Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe.

In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’