Liturgie zondag 25 juli

Votum
Lied Lopen op het water
Gebed
Lezen Mattheüs 14 : 28-31
Lied Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God
Preek van Ds. Tonny Nap uit Drachten  “In hetzelfde schuitje”.
Lied Hij is erbij
Gebed
Collecte
Lied Gezang 161
Zegen

 

Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’

zo 25 juli – collecte voor Stichting Bibliotheekfonds TU

Zondag 25 juli a.s. is de collecte bestemd voor Stichting Bibliotheekfonds TU.

Omdat wij de komende zondagen niet allemaal in de erediensten onze gaven kunnen geven heeft de diaconie twee mogelijkheden voor u ingericht waarop u vanuit huis uw gift kunt doen.

De GivT app
Geven vanuit huis kan net zo eenvoudig als in de eredienst met de GivT app. Kies onze kerk uit de lijst met goede doelen, of scan de onderstaande QR code om uw gift te doen.

Via overschrijving
Als u géén gebruik maakt van de GivT app kunt u de gift direct over maken naar het rekeningnummer van de diaconie.

Het rekeningnummer is: Diaconie – NL 53 RABO 0375 8507 24

Overdenking zondag 18 juli

Votum en groet
Opwekking 599 Kom tot de Vader
Gebed
Gen. 3: 8- 15
Ps. 32
Psalm 32 the Psalm Project
Luc. 1 : 67 -79
Joh. 4 : 27 – 42
2 Kor. 5 : 14 – 21
1 Joh. 2 : 3– 8
Overdenking
Opwekking 826 Jezus mijn bevrijder
Gebed
Collecte aankondiging
Samenzang Psalm 32: De Nieuwe Psalmberijming
Zegen

 

Genesis 3: 8- 15
Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’

Psalm 32
Van David, een kunstig lied. Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt. Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt, als in zijn geest geen spoor van bedrog is. Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. s selas* Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe, ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ – en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. s selas* Laten uw getrouwen dus tot u bidden als zij in zichzelf een zonde vinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken. Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood en omringt mij met gejuich van bevrijding. s selas* ‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust mijn oog. Wees niet redeloos als paarden of ezels die met bit en toom worden bedwongen, dan zal geen kwaad je treffen.’ Een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd. Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich, zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

Lucas 1 : 67 -79
Zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar, zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert hij zich zijn heilig verbond: de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij, ontkomen aan onze vijanden, hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid. En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’

Johannes 4 : 27 – 42
Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.’ In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

2 Korintiërs 5 : 14 – 21
Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

1 Johannes 2 : 3– 8
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.

 

De ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw; het blijft me fascineren. Het gaat over wat Jezus doet in mensenlevens: bevrijden.
Iemand die bang is dorpsgenoten te ontmoeten, en confrontatie met haar verleden uit de weg gaat, ontdekt dat Jezus haar van die last wil bevrijden. Ze heeft opeens geen gene meer; ze schaamt zich niet langer over haar verleden; ze loopt naar het dorp, rammelt aan de deuren en vertelt iedereen dat Jezus alles van haar weet. Het is net alsof ze er blij om is. Ze zal geweten hebben van de roddels die men over haar vertelde. Nee ze was geen voornaam type. En dat ontkent ze ook niet. Maar het is alsof het haar aankleefde: ze kwam er niet meer van af. Het was zoiets eens een zondaar altijd een zondaar. Punt uit.

Het is wel een beetje herkenbaar: de kent je eigen zwakke punten, je eigen falen; je eigen onvermogen; je uitgesproken standpunten soms zelfs met bijbelse onderbouwing en waarmee je andere mensen op afstand houdt; je eigen pijnen vanuit je jeugd die je liever maar onderdrukt. De last op je schouder tengevolge van de relatie of de relatie die kapot ging; het gemis van je partner. Het kan er allemaal voor zorgen dat het licht maar niet wil doorbreken in je leven. Er zit zo’n vervelende sluier overheen waar je maar niet vanaf komt. Het is een soort vlies in je ogen waardoor het beeld nooit scherp wordt.
Ja en als je geen pijn wilt voelen dan moet je situaties vermijden waarbij die pijn ontstaat. Die Samartitaanse vrouw meed haar dorpsgenoten. Dan voelde ze niet de pijn van de negatieve blikken en de stiltes die vallen in de gesprekken als zij eraan komt ook niet.

In psalm 32 vertelt David over zo’n situatie is zijn leven. Blijkbaar was er iets fout gegaan in zijn leven. Nou bij hem kun je van alles aanwijzen. Als je het boek van Toon Stortenbeker leest over David (als David je vader is) dan zijn daar vele lessen uit te trekken. Maar we laten David zelf maar aan het woord in Psalm 32: Zolang hij niet over mijn zonden sprak voelde hij zich onder druk gezet; had hij zelfs lichamelijke klachten.
En dan opeens is daar de oplossing: ik beleed U mijn zonde en dekte mijn schuld niet toe. Anders vertaald: ik vergoeilijkte mijn schuld niet. Dat laatste is wel erg belangrijk. Je kunt iets fout hebben gedaan maar er een verontschuldiging bij noemen: ik ben ook maar een zondig mens; ik bedoelde het niet zo; ik had al eenzware dag achter de rug; het ging die week niet lekker op het werk. Mijn zoon/ dochter was de hele week al vervelend. Ik deed het uit liefde voor jouw. Een zonde belijden aan God is 1; het erkennen van schuld is 2.

We vragen God dagelijks om vergeving; het wordt zo maar sleur. Zo iets als: o ja er zal naast alles waarvoor te danken is, ook wel iets zijn dat niet helemaal goed ging.
Vooral als je aan tafel moet bidden met je gezin en er is net een heftige discussie geweest. Dat bidt dan niet lekke; je voelt tijdens de stilte tussen de regels dat er iets niet goed is. En natuurlijk is er een excuus om de zaak niet direct recht te zetten, want er valt nog voldoende te doen die avond…

Bij David ging dat broeien; bij de Samaritaanse vrouw net zo. Er komt een sluier je leven. Voordat je het weet raak je verbitterd.
Voor David was het duidelijk: het hoge woord moet eruit: Ik ben fout geweest!

Voor de Samaritaanse vrouw werd het gaandeweg het gesprek met Jezus duidelijk: Hij weet alles van mij en toch….Hij moet wel de messias zijn; de beloofde profeet. Ik ken hem niet maar hij weet alles van mij en toch….

Wie is Jezus voor jou? Je kent Hem vast wel. Hij stierf voor jouw zonden aan het kruis. Dat is je met de paplepel ingegoten. Dat geloven we zo al jaren. Desgevraagd dreun je het zo op. Maar er is blijkbaar meer. Jezus wil nog meer voor je doen! Hij wil je bvrijden! Waarvan? Van je schuld! Maar dat wist ik toch wel? Waarom draag je die dan nog steeds! Hoezo? Waarom heb die schuld nog niet beleden?

En dan kom je met David tot de ontdekking dat God al die tijd al klaar staat om jou die schuld van je schouders af te halen. Dat God al die tijd je de weg wil wijzen naar herstel. Herstel van de relatie met Hem maar ook herstel van de relatie met degene die jij benadeeld hebt, of misbruikt hebt, of mishandelt hebt, lichamelijk of mentaal. Dat Hij bevrijdt van de negatieve woorden de over jou zijn uitgesproken (jij deugd nergens voor; het wordt nooit wat met jou!) en waarvan je nog steeds last hebt. Bevrijd van het verschuilen achter de dingen waar jij z.g. goed in bent en die andere mensen op afstand houden. Ach we bewegen allemaal wat moeilijk door de lasten op onze schouders. Maar hoe kom je van die lasten af? Dat is toch onmogelijk!

Nou kijk daarbij vooral naar Jezus en niet alleen maar naar je zonde. Die zondeberg van jou is zo groot, daar kom je zelf niet overheen. Die berg wil Jezus voor je weghalen.
David wist het al: Je moet wel gelukkig zijn als God je schuld vergeeft. De Samaritaanse vrouw gelooft het: Jezus weet alles van mij maar toch…..gaat Hij gewoon met mij om. Hij moet wel de messias zijn. Er komt een doorbraak in haar leven, maar ook in die van haar dorpsgenoten, zodra ze Jezus zelf hebben gehoord. Want je ziet dat ze zich niet langer concentreren op die slechte vrouw, waar ze zo vaak over hebben geroddeld. Nee ze concentreren zich op Jezus en belijden Hem als de Messias, de Verlosser, de Bevrijder!

Wanneer was jouw laatste ontmoeting met Jezus? Ben je al bevrijd? Weet je dat Hij je wil vernieuwen? Weet je wat dat is: nieuw zijn. Dat je de ballast van je zonde kwijt kunt raken als je Hem erbij betrekt. Je kunt de ballast van wat een ander je aangedaan heeft kwijt raken als je Jezus betrekt in je leven. Nee het is niet goedkoop. Het kost Hem zijn leven, maar Hij deed het voor jou. Omdat Hij van je houdt. En zo maakt Hij je klaar voor een leven met Hem. Dat leven met Hem mag nu al beginnen. Zijn Geest maakt je dat duidelijk en is de garantie dat Gods belofte inzake Jezus waar is: Paulus spreekt in 2 Kor. 5 over de aardse tent die we moeten afleggen omdat die zo zwaar op ons drukt. We willen het eigenlijk niet, maar het moet toch want God ons wil klaarmaken voor het leven met Hem. En daarvoor heeft Hij zijn Geest gegeven als onderpand. M.a.w God geeft alle ingredienten voor een leven met Hem. Dankzij Jezus kan dat en de Heilige Geest staat klaar om je daarin te ondersteunen, om het mogelijk te maken.

Dat maakt ook dat relaties kunnen herstellen. Dat we anders naar mensen gaan kijken. Dat we elkaar niet langer de maat nemen. Dat deed Jezus ook niet. Laten we daar dus mee ophouden. Hij zegt van zichzelf dat Hij niet gekomen is om te oordelen maar om te redden. We leven niet langer voor ons zelf, voor onze eigen eer en positie, voor onze eigen mening, maar voor Hem die voor levenden is gestorven en is opgewekt (lees maar in 2Kor 5). Daarom is iemand die één met Christus is een nieuwe schepping. Dit wil God met je leven.

Heb je Jezus al ontmoet? Heb je jouw ballast aan Hem gegeven. Zullen we elkaar helpen als we zien dat er iemand in de gemeente is die gebukt gaat onder een zware last. Maak uw fouten bespreekbaar met degene die het betreft. Vraag God kracht om dat te doen. Breng uw last bij Jezus Hij wil helpen het te dragen en wil het zelfs van je overnemen.

Heb je Jezus al ontmoet. Kun je die ander weer in de ogen kijken? Ontwijk je niet langer het contact met die ander? Ontwijk je niet steeds het gesprek met je zoon of dochter, je vader of moeder?

Voor de Samaritaanse vrouw was haar verleden niet langer een belemmering. Bij David viel een last van de schouders. En bij jou?

Laat je overtuigen door Gods liefde voor jou. Christus ging door de hel omdat Hij wist dat jij daardoor bevrijdt zou worden. Zijn beloning was eeuwige roem, want de dood kon Hem niet vasthouden. Omdat Hij overwon ben jij met Hem overwinnaar. Dwars door de hel van jouw leven heen.

David roept ons op onze schuld te belijden voor God. Vers 6: laten getrouwen dus tot U bidden als zij zichzelf in een zonde bevinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken. Ja er kan wat loskomen als je schuld belijdt en niet alleen tranen, ook verwijten en twijfel bij jezelf. De duivel zal je laten twijfelen: moet ik zover door de knieen? De verwijten kunnen snijden als messen. Als je oprecht schuld belijd ben je echt veilig bij God. Hij zal je niet belachelijk maken; nee op de knieen valt er meer te winnen dan wanneer je koppig doorgaat met te doen als of er niks aan de hand is. David ervoer na zijn schuldbelijdenis gejuich van bevrijding.

Dat laatste zegt Johannes ook met zoveel woorden in 1 Joh 1 vers 9: Belijden we onze zonden dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. En in hoofdstuk 2 vers 7 zegt hij dat hij het wat dat betreft al over een oud gebod heeft, maar toch is ook nieuw, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelikheid in Jezus’ leven en in jouw leven.

De duisternis die er al is vanaf de zondeval in het paradijs, verdwijnt. Als Zacharias zijn lofied zingt bij de geboorte van zijn zoon Johannes heeft Hij het over een reddende kracht die God voor ons heeft opgewekt in het huis van David zijn dienaar. Zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: Bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. En waarom doet God dat: Dat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.

Die vijanden zijn niet alleen de vijandige volken rondom Israel. Die vijanden zijn de wereld , de duivel en onze eigen ego. Die vijanden zijn alle machten en krachten die ons verhinderen voluit voor God te leven. Het zijn de verkeerde gedachten die bezit willen nemen van je hart en je leven. Het zijn de blokkades in je leven, waardoor je vergeet dat God je er voor jou is. Zo kom je al lezend in de Bijbel tot de ontdekking dat God, zolang de wereld bestaat, al bezig is om jouw te redden. Alles wordt door Jezus opgeruimd. Er is geen macht of kracht in de wereld die dat kan verhinderen. Je mag vrij zijn door Hem.

Dus; waar wacht je nog op?

Liturgie zondag 18 juli

Votum en groet
Opwekking 599 Kom tot de Vader
Gebed
Gen. 3: 8- 15
Ps. 32
Psalm 32 the Psalm Project
Luc. 1 : 67 -79
Joh. 4 : 27 – 42
2 Kor. 5 : 14 – 21
1 Joh. 2 : 3– 8
Overdenking
Opwekking 826 Jezus mijn bevrijder
Gebed
Collecte aankondiging
Samenzang Psalm 32: De Nieuwe Psalmberijming
Zegen

 

Genesis 3: 8- 15
Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’

Psalm 32
Van David, een kunstig lied. Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt. Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt, als in zijn geest geen spoor van bedrog is. Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. s selas* Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe, ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ – en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. s selas* Laten uw getrouwen dus tot u bidden als zij in zichzelf een zonde vinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken. Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood en omringt mij met gejuich van bevrijding. s selas* ‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust mijn oog. Wees niet redeloos als paarden of ezels die met bit en toom worden bedwongen, dan zal geen kwaad je treffen.’ Een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd. Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich, zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

Lucas 1 : 67 -79
Zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar, zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert hij zich zijn heilig verbond: de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij, ontkomen aan onze vijanden, hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid. En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’

Johannes 4 : 27 – 42
Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.’ In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

2 Korintiërs 5 : 14 – 21
Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

1 Johannes 2 : 3– 8
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.

Overdenking zondag 4 juli

Sela –  Breng ons samen
gebed
L. Spreuken 17 9-17
overdenking
Ps 134
gebed
collecte

Lb 416: 1, 2, 4

Wie vriendschap zoekt, dekt fouten toe, wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden. Een verstandig mens wordt meer geraakt door een verwijt dan een dwaas door honderd slagen. Een kwaadaardig mens is alleen op ruzie uit, er wordt een onheilsbode op hem afgestuurd. Beter dat je een berin ontmoet die beroofd is van haar jongen dan een dwaas met al zijn dwaasheid. Als je telkens goed met kwaad vergeldt, verdwijnt het kwaad nooit uit je huis. Wie een ruzie begint, ontketent een stortvloed; staak de strijd voordat hij losbarst. Wie een goddeloze vrijspreekt en wie een rechtvaardige beschuldigt, beiden zijn de HEER een gruwel. Welk nut heeft geld in de hand van een dwaas? Dom als hij is, kan hij toch geen wijsheid kopen. Een vriend is je altijd toegedaan, je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.

Liefde kent verschillende vormen. Je hebt naast genegenheid vriendschap. Daarover gaat deze preek.

With a little help from my friends.

Vriend (Toon Hermans)

Je hebt iemand nodig
Stil en oprecht
Die als het er op aan komt
Voor je bidt of voor je vecht
Pas als je iemand hebt,
Die met je lacht en met je grient
Dan pas kan je zeggen:
Ik heb een vriend

Vriendschap (Het goede doel)

Als kind had ik een vriend waarmee ik alles deed
Als hij begon te vechten dan vocht ik met hem mee
Als ik in het water sprong, dook hij erachter aan
Een mooiere vriendschap kon er in mijn ogen niet bestaan.
Totdat hij verhuisde naar een andere stad.
Ik heb als ik het goed heb, nog één kaart van hem gehad

Eén keer trek je de conclusie
Vriendschap is een illusie
Vriendschap is een droom
Een pakketje schroot met een dun laagje chroom

Drie manieren om iets over vriendschap te zeggen. Vrienden die zullen je helpen. Die laten je niet in de kou staan. Die zullen je geven wat je nodig hebt. Vrienden slaan een arm om je heen. Ze hebben niet altijd woorden nodig. Een gebaar is al genoeg. Maar je kunt ook teleurgesteld raken in vrienden. Merken dat je verwachtingen verschillend zijn. Opeens is de vriendschap over. En was het alsof er niets meer was.

Nu kan je zeggen: je hebt vier soorten vrienden. In het engels rijmt het mooi: just, rust, trust, must friends. Ik vertaal het als: van papier, roest, hout, goud. Die van papier, dat zijn je vrienden op facebook. Je volgers op instagram, of youtube. Sommigen ken je nauwelijks. Misschien alleen van naam. Gewoon vrienden. Die van roest: op de middelbare school had ik een vriend. We gingen bij elkaar logeren. We zijn samen naar Amsterdam geweest. Na de school verloren we elkaar uit het oog. Hij verhuisde. We schreven nog een tijdje. We deden een kwisje met muziek. Maar tijdens de studie verwaterde dat. Tot een paar jaar geleden we weer een keer afspraken. We gingen zo verder. Oude vriendschap kan heel mooi zijn. Die van hout. Dat zijn vrienden waar je nu wat aan hebt. Waar je op kan terugvallen als het nodig is. En van goud: die neem je zelfs bij je diepste geheimen in vertrouwen. Die laatste dat zijn je boezemvrienden.

Dat zijn je vrienden waar je midden in de nacht heen gaat, als je onverwachts bezoek krijgt en jouw brood op is (Luc. 11:5).

Een dergelijke vriendschap is de vriendschap tussen David en Jonathan. Ze delen samen veel. Zijn beiden helden. Hebben moed. Daarin herkennen ze veel bij elkaar. En dus vertrouwen ze elkaar. Als Jonathan merkt, dat zijn vader David wil vermoorden, dan waarschuwt hij: vlucht! Als Jonathan is gestorven, maakt David een lied. Zijn manier om zijn liefde voor zijn vriend te verwoorden.

Het is ook, maar misschien iets anders wat je tussen Jezus en zijn leerlingen tegenkomt. Jezus zegt zelf: Ik noem jullie mijn vrienden. En de leerlingen hebben alles gezien, alles gehoord. Drie zijn er zelfs nog meer bij geweest.

Vriendschap is meer dan genegenheid. Maar minder dan de liefde tussen geliefden. Bij geliefden beperkt de liefde zich tot twee. Anders komt er al gauw jaloezie om de hoek. Denk aan Jacob – Lea en Rachel. Of Elkana en Hanna en Peninna. Bij vriendschap is er plaats voor meer. Je kunt een hele vriendengroep hebben. Al heb je er van de gouden vrienden maar een paar.

Drie dingen zijn belangrijk als het om vriendschap gaat. 1. Gedeelde passie. 2.  Vertrouwen. 3. Belangeloosheid.

  • gedeelde passie. Hoe ontstaat een vriendschap? Je familie krijg je, je vrienden kies je. Vaak is er sprake van herkenning. Tegelijk ook vaak van verbazing. Het is iets wat je niet zoekt, maar wel bij elkaar vindt. Hé heb jij dat ook? O, wat leuk. Ik dacht dat ik de enige was. En wat je deelt dat kan van alles zijn: postzegels. Vogels kijken. Boeken lezen. Handwerken. Je deelt met elkaar dan ook een taal. Waar de buitenstaander niets tot weinig van begrijpt. Ik kom hier later nog op terug. Die zegel heeft een aparte tanding. Wat is de tekening op s2? Welke steek heb je daarvoor gebruikt? Klopte de handpenprojectie wel? Hij schakelde naar 58-11 …Die laatste was een duidelijke lbw.
  • Maar het wordt meer dan alleen spreken over wat je deelt. Je vertrouwt elkaar. Vriendschap is dingen met elkaar delen, die je met weinigen deelt. Maar waar geliefden elkaar aankijken, daar kijken vrienden dezelfde kant op. Dat praat ook gemakkelijker. Gesprekken op de fiets, in de auto, tijdens een wandeling. Je deelt het leven, maar het is haast terloops. Zo tussen neus en lippen.
  • Voor vrienden heb je veel over. En je hoeft er niets voor terug. Dank je wel is meer dan genoeg. Het kan Jonathan niets schelen, hoe het met hem afloopt. Hij weet zelfs, dat de troon voor David zal zijn. Maar het staat de vriendschap niet in de weg. Juist niet. Hij zet zijn eigen belang opzij, voor het belang van zijn vriend. Als hij moet kiezen tussen zijn vader en zijn vriend, dan blijft hij loyaal aan zijn vriend. Daar ben je vrienden voor.

In Spreuken staan een aantal geweldige aanwijzingen voor vriendschap:

  • vrienden zijn vergevingsgezind. De vriendschap kan tegen een stootje. Als vrienden vind je niet alles goed. Maar je draagt iemand ook niet zijn of haar fouten tot in de treure toe na. (17:9)
  • Dat je als vrienden niet alles goed vind, staat namelijk ook in Spreuken: een verwijt van een vriend is oprecht. Dat zegt ie niet zomaar. Hij heeft het goede met je voor. Een kus van een vijand, die is net even te hartelijk. (27:6)
  • Het is goed om er aandacht aan te geven: zoals je ijzer scherpt, zo scherpt een mens zijn medemens. Heb je dat wel eens gezien? Hoe een kok zijn messen slijpt. Dat is met beleid. Dat is heel rustig en geduldig. Zo gaan vrienden ook met elkaar om. Met beleid, maar wel zo, dat de ander er beter van wordt. (27:17)
  • wat dat betreft kan je maar beter een goede vriend in de buurt hebben, dan familie ver weg. Een vriend is meer waard dan een broer …. Die vriend heb je uitgekozen, je familie heb je gekregen. Met je familie daar moet je het mee doen. Vrienden kan je kwijtraken. Je kunt ze ook koesteren. (18: 24b)
  • Maar dan moet je niet de deur bij ze plat lopen. Zelfs deze raad staat in de bijbel. Bezoek je vriend zo nu en dan. (25:17)

Wat dat betreft is de bijbel een heel praktisch boek. Over het gewone allerdaagse leven. Je hebt als mens vrienden nodig. Daar word je beter van.

Maar ik zou nog terugkomen op die aparte taal van vrienden. Want daarin zit enerzijds bescherming, aan de andere kant een gevaar. Als vreemde kan je jezelf buitengesloten voelen. Vrienden kunnen neerbuigend over anderen doen. Wij weten beter, laat hij maar kletsen. In alle geleden worden clubjes als bedreiging voor de eenheid gezien. Ook binnen de gemeente. Het is los zand, er zijn kliekjes. Dat klinkt niet positief en zo is het ook niet bedoeld. Want fijn die vriendenclubjes, maar wij horen er niet bij. En als zij de macht krijgen … (daar ligt het gevaar en dat wordt versterkt door een eigen taal.)

Bescherming is er ook: de eerste christenen konden het in een vijandige wereld volhouden omdat ze vrienden waren. Dat maakte hen sterk, tegen welke dreiging dan ook. Dat is de kracht van vriendschap. Maar regeringen zijn niet zo blij met de kracht van dit soort groepen. Daar hebben ze geen controle over. En dat is altijd eng …

De liefde is een groot goed, dat we van God hebben gekregen. Dat zie je ook in de liefde van vrienden. Die is sterk. Vriendschap is geen illusie. Natuurlijk gaan er ook vriendschappen stuk, soms na jaren. Wat goud leek, blonk uiteindelijk toch niet zo mooi. Maar als je goud in handen hebt, dan is het je wel veel waard. Iemand die met je lacht, met je huilt. Er altijd voor je is. Aan wie je niet alles hoeft uit te leggen, maar het vaak zonder woorden al weet.

Jezus zei: Ik noem jullie mijn vrienden.

Liturgie zondag 4 juli

Sela –  Breng ons samen
gebed
L. Spreuken 17 9-17
overdenking
Ps 134
gebed
collecte
Lb 416: 1, 2, 4
Wie vriendschap zoekt, dekt fouten toe, wie ze telkens oprakelt, verliest zijn vrienden. Een verstandig mens wordt meer geraakt door een verwijt dan een dwaas door honderd slagen. Een kwaadaardig mens is alleen op ruzie uit, er wordt een onheilsbode op hem afgestuurd. Beter dat je een berin ontmoet die beroofd is van haar jongen dan een dwaas met al zijn dwaasheid. Als je telkens goed met kwaad vergeldt, verdwijnt het kwaad nooit uit je huis. Wie een ruzie begint, ontketent een stortvloed; staak de strijd voordat hij losbarst. Wie een goddeloze vrijspreekt en wie een rechtvaardige beschuldigt, beiden zijn de HEER een gruwel. Welk nut heeft geld in de hand van een dwaas? Dom als hij is, kan hij toch geen wijsheid kopen. Een vriend is je altijd toegedaan, je broer is geboren om te helpen in tijden van nood.

Overdenking zondag 27 juni

Votum/Groet
Lied: Psalm 100
Gebed
Schriftlezing 1 Kor. 10: 1-22
Tekst 1 Kor. 10:13a: “U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.”
Lied: Psalm 32 Psalmproject
Preek
Lied: Groot is uw trouw o Heer
Geloofsbelijdenis: Ik geloof in God, de Vader opwekking 347
Gebed
Slotlied: Wat de toekomst brengen moge.
Zegen

Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, 2dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee. En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus. Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn. 6Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij. Dien geen afgoden, zoals een deel van hen, over wie geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken en het stond op om te dansen.’ 8Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigduizend. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten. 10 En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd. 11Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. 12 Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. 13U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan. 14Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? 17 Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. 18Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? 19Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? 20Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. 21U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.

 

1. Beproeving is geen excuus om te zondigen

Ik ben een mens, en daar word ik soms heel moe van.
Want als mens moet ik aan de lopende band keuzes maken.
Simpele keuzes: wat doe ik op mijn brood?
Moeilijke keuzes: Koop ik nu wel of niet dat nieuwe fototoestel? En welke dan?
En de moeilijkste keuzes ….
En dat zijn de keuzes waar verleiding een rol speelt.
Je kunt dan kiezen uit twee mogelijkheden:
– aantrekkelijk en makkelijk (maar fout)
– niet aantrekkelijk en moeilijk (maar goed).
Bijv.: Je hebt haast, het licht springt op rood, wat doe je?
Doorrijden is aantrekkelijk (want dan hoef je niet te wachten en jezelf te verbijten),
en makkelijk: even wat gas bijgeven.
Stoppen is niet aantrekkelijk en moeilijker: je moet vol in de remmen.
En stoppen is ook niet aantrekkelijk omdat je tijdens het wachten alweer voor de keus staat:
schelden en chagrijnig worden, of rustig blijven.
En zo gaat het maar door.
Mens zijn betekent: vaak in verleiding gebracht worden,
je kunt heel vaak iets fout doen, en vaak is dat nog heel aanlokkelijk ook.
Paulus belooft over verleiding en beproeving:
U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.
God maakt het je nooit zo moeilijk, dat je wel moet zondigen.
De beproevingen waar Paulus het over heeft zijn geestelijke beproevingen,
verleiding dus, de verleiding om tegen God te kiezen.
Het gaat niet in de eerste plaats over lichamelijke beproeving. Over lijden, over ziekte en handicaps
Paulus zegt niet: God maakt jouw portie lijden niet groter dan je aankunt.
Hij zegt wel: Wat voor beproeving en lijden je ook treft: Je hoeft niet te zondigen.
De verleiding tot zonde is nooit zo groot, dat je wel moet zondigen.
In gesprekken met mensen over deze tekst merkte ik
dat eigenlijk iedereen bij beproeving in deze tekst wel aan lijden denkt.
En daarmee denken ze dan dat deze tekst alleen is voor mensen die zwaar moeten lijden. Dit is een tekst voor elk mens. Een tekst voor u, jou een tekst voor mij.
Want elk mens staat steeds weer voor de keus en wordt voortdurend in verleiding gebracht. Ook als je helemaal geen lijden kent.
Als het super goed met je gaat, je bent gezond, je hebt leuk werk, vrienden, goed inkomen,
dan nog is er de verleiding om te roddelen, verkeerd met geld en seks om te gaan,
of met je mooie nieuwe auto door rood te rijden ….
En juist als het goed met je gaat is er de verleiding te denken dat je het aan jezelf te danken hebt. Dan is er de verleiding of om neer te kijken op mensen die het minder voor elkaar hebben dan jij.
De beproeving waar Paulus het over heeft is de verleiding tot zondigen.
Het is zeker ook een tekst voor mensen die lichamelijk en psychisch lijden.
Want veel lichamelijk en psychisch lijden brengt z’n eigen verleidingen tot zonde met zich mee.
– Als je hoofdpijn hebt vloek je eerder.
– Als je weinig geld hebt is de verleiding om te stelen groter.
– Als je in een rolstoel terecht gekomen bent, kun je zelfs jaloers zijn op iemand achter een rollator.
Misschien heb je wel eens van Joni gehoord, maar dan moet u al wel wat ouder zijn.
Joni is een christen vrouw die op jonge leeftijd helemaal verlamd raakt.
Zij heeft veel over deze tekst nagedacht.
En zij kende de verleiding van bitterheid en zelfmedelijden maar al te goed.
Of de wens dat iemand haar zou helpen uit het leven te stappen.
Maar door Gods genade komt ze tot het besef dat lijden geen excuus is om te zondigen.
En dat God in zijn trouw een uitweg biedt.

2. de uitweg

God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd:
hij geeft u met de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.
God geeft je met de beproeving ook de uitweg.
In de vorige vertaling stond uitkomst. Met de beproeving ook de uitkomst.
Uitweg of uitkomst, het klinkt allebei als een einde aan de beproeving.
Zo is de tekst vaak beluisterd, als een soort belofte dat aan alle ellende een eind komt.
Dat was dan eigenlijk wel een rare belofte, want als ergens geen eind aan komt, dan wel aan alle mogelijke ellende.
Maar deze tekst gaat niet over ellende of lijden. Het gaat dus ook niet over het einde van alle lijden. Het gaat niet over een uitweg uit de beproeving maar uit de verleiding van de beproeving.
Dus: misschien is het jouw beproeving dat het financieel slecht gaat.
God belooft hier dan niet dat er morgen tot je grote verrassing 10.000 euro op de mat ligt.
Hij zegt wel dat financiële problemen geen excuus tot frauderen zijn.
God geeft je met de beproeving ook de uitweg.
Wat is die uitweg dan?
Je vindt het antwoord als je doorleest in 1 Kor.10:
God geeft u mét de beproeving ook de uitweg.
Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst.
Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?
De uitweg is allereerst ‘je ver houden van de afgoden‘. Erbij vandaan vluchten. Weg van die afgoden!
De uitweg is hier een nooduitgang!
Je denkt dat je helemaal vast zit, de verleiding heeft je helemaal te pakken,
je kunt geen kant op, denk je, maar toch is daar die nooduitgang:
Gewoon weglopen bij de zonde.
Denk aan Jozef. Hij kreeg de kans van zijn leven, met de mooie vrouw van zijn baas naar bed.
En wat een geweldig excuus had hij: Ja, maar, ik zit hier helemaal zielig alleen, en ik ben maar een slaaf, dus ik moest gehoorzamen, ik moest wel met haar naar bed.
Maar hij kon nog weglopen. En dat deed hij. Wat de gevolgen ook zouden zijn.
De uitweg is vaak de smalle weg. De moeilijkste keus.
Maar wel de beste keus omdat je aan God verbonden blijft.
Houd je ver van de afgoden.
Vlucht weg bij wat jou in de verleiding brengt om te zondigen.
Er zijn veel verleidingen, maar er blijft altijd de mogelijkheid van ‘niet’: Niet doen!!
Je kunt niet drinken, niet eten, niet zappen, niet met elkaar naar bed gaan, ergens niet naar toe gaan, niet naar die ene site surfen, niet je collega zwart maken, niet in bed blijven liggen.
God geeft je met de beproeving ook de uitweg.
De uitweg is een nooduitgang.
Je kunt zonde normaal gaan vinden, het kan zo de gewoonte worden aan de kracht van verleiding te ontsnappen door er aan toe te geven, je kunt helemaal vergeten dat de nooduitgang er is!
Maar wat nog belangrijker is ….. is waar die nooduitgang je naartoe kan brengen.
Maak van de nooduitgang ook een toegangsdeur:
naar God, naar Jezus Christus!
Zie je hoe voor Paulus dat twee kanten van dezelfde medaille zijn:
U moet u verre houden van afgodendienst.
En dan meteen door:
Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus?
Verleiding probeert je bij God vandaan te krijgen.
De beste reactie daarop is naar God toe gaan. Je juist aan Hem vastklampen.
De eenheid die je met Jezus Christus mag hebben koesteren.
Het brood dat wij breken, dat gaat over avondmaal vieren.
De dood van Jezus staat daar centraal. En we vieren zijn sterven omdat hij ook is opgestaan.
En dat deed Hij voor jou en voor mij . Uit liefde voor jou en voor mij.
Jezus is geen voorbijganger. Hij is niet zoals een klusjesman die voor komt rijden,
je probleem oplost, en weer uit je leven verdwijnt.
Jezus lost je problemen op door in je leven te komen en te blijven.
Hij jouw Heer, jij zijn volgeling. In jou komt Hij wonen door zijn heilige Geest.
God geeft je mèt de beproeving ook de uitweg.
De uitweg is een nooduitgang. Bij de zonde wegvluchten.
De uitweg is vooral ook een toegang.
Verbonden zijn met God je Vader, door Jezus je Heer.
God is er. God is er voor jou. En met Hem ben je altijd beter af dan zonder Hem.
Jezus zelf is je daarin voorgegaan. Hij werd door de duivel op de proef gesteld.
Ben jij echt de zoon van God?
Hoe kan het dan dat je hier eenzaam en hongerig door de woestijn zwerft?
Laat eens zien dan dat je de zoon van God bent:
maak brood van die stenen en spring van de tempel naar beneden.”
Maar Jezus koos voor de verbondenheid met God.
Elke verleiding beantwoordde hij kort en krachtig met een bijbeltekst.
En in elke bijbeltekst staat God centraal:
Ik leef van het woord van God. Ik wil alleen God aanbidden.
Soms, als je zo schuilt bij God, is dat ook het einde van de beproeving,
verliest de verleiding al z’n kracht.
Soms is zonde als een schitterende zeepbel, die je met één scherpe bijbeltekst doorprikt.
Eén voorbeeld: Iemand probeert jou kapot te maken,
en je voelt super sterk de verleiding om wraak te nemen.
Maar dan denk je aan de woorden van Jezus: Heb je vijand lief.
Of aan de woorden van Paulus: vergeld geen kwaad met kwaad.
En de zeepbel spat uit elkaar.
De verleiding is weg, je ervaart de rust die God geeft.
Iemand probeert jou kapot te maken,
maar je trapt niet in de valkuil dat je als reactie jezelf kapot gaat maken door te haten.
Maar vaak toch, blijft de verleiding, blijft de aantrekkingskracht van de zonde.
Of misschien spatten de zeepbellen wel uit elkaar, maar de duivel staat bellen te blazen, je blijft aan de gang. Vaak blijft de verleiding, en dan is de uitweg naar God een weg die je steeds weer moet gaan.
Ook hier één voorbeeld: Er is lijden in je leven zonder uitzicht op verbetering,
een chronische ziekte, een chronisch gemis, een persoonlijkheidsstoornis.
Je kunt dan gaan twijfelen aan de trouw van God.
Vergeet Hij je soms, of vindt Hij jou te slecht om lief te hebben?
Bestaat Hij eigenlijk wel, of is geloof niet meer dan wishful thinking?
Is leven dan toch niet meer dan een trieste doodlopende weg?
Nee, want er is een uitweg. Want ja, God is er wel, en Hij is liefde,
en Hij heeft dat bewezen met de dood en opstanding van Jezus.
Maar als lijden elke dag je leven tekent,
dan moet je die uitweg misschien ook wel elke dag gaan.

3. met de beproeving …..

God geeft je met de beproeving ook de uitweg.
Met de beproeving.
Paulus legt daar de nadruk op. Beproevingen komen nooit zonder uitweg.
Als die uitweg de weg naar God zelf is, dan is dat ook logisch.
Want God is er altijd. En Hij wil er juist ook voor je zijn als je beproefd wordt.
Met de beproeving is de uitweg er.
Maar het is vaak echt een weg, een weg die je moet leren gaan, en dat duurt vaak even.
Op die weg herken ik drie etappes. Als je beproefd wordt is de eerste stap:
– de mogelijkheid van niet zondigen.
Zoals ik al zei: soms kun je zo onder de indruk zijn van de kracht van de verleiding,
soms kan het zo normaal lijken dat je er aan toe geeft, en zo abnormaal om het niet te doen,
dan is echt de eerste stap dat je beseft dat er een uitweg is.
Neem bijvoorbeeld verkeerde seksuele gedachten.
Zeker voor veel mannen is dat een constante verzoeking.
Als christenman rein leven in deze oversekste samenleving is een hele moeilijke klus.
Zo moeilijk dat je het tot op zekere hoogte kunt gaan accepteren van jezelf,
je laat je ogen de vrije loop, en je gedachten, je tv en je computer blijven ook niet schoon,
en je hebt zoiets van: ja, zo ben ik nu eenmaal, en we leven toch niet in de Middeleeuwen?
Maar God legt zich er niet bij neer dat jij ‘nu eenmaal zo bent.’
Hij stuurde Jezus en de heilige Geest om je ten goede te veranderen.
En ook als je wel 50 keer op een dag kunt zondigen met je ogen of je gedachten,
dan is er ook 50 keer de mogelijkheid dat niet te doen.
Dat is de eerste stap.
De tweede stap, de tweede etappe van de uitweg is de verbondenheid met God zoeken.
Het negatieve van de verleiding bestrijdt je het beste met het positieve van de band met God.
Vergelijk het hiermee:
Als je honger hebt en je hebt de ongezonde neiging 10 vulkoeken op te eten,
dan kun je ervoor kiezen dat niet te doen.
Maar je helpt jezelf enorm bij die keus door een paar boterhammen te eten!
En na een paar boterhammen heb je tot je verbazing niet eens meer trek in vulkoeken.
Misschien een beetje raar om God te vergelijken met een boterham,
maar het idee is heel belangrijk:
geestelijke strijd is nee zeggen tegen de zonde, en nog veel harder JA zeggen tegen God.
Zoek de uitweg naar God als je beproefd wordt.
God help me! – is al een goed begin! En zeg het keer op keer tegen jezelf:
toegeven aan de zonde maakt nooit gelukkiger dan blijven leven met God.
De duivel wil je dat heel graag doen geloven, maar het is niet zo!
Met de beproeving is de uitweg er. Op die weg drie etappes.
• De eerste: de mogelijkheid van niet zondigen.
• De tweede: verbondenheid met God.
• De derde: allerlei praktische hulp die God daarbij wil geven, en die je er zelf bij kunt zoeken.
Nog een laatste voorbeeld om die drie etappes duidelijk te maken.
Stel dat jouw onrecht is aangedaan.
En daardoor is een stuk van je leven echt kapot gemaakt.
Dan is het gevaar van verbittering en zelfmedelijden heel groot.
En je vindt dat heel normaal van jezelf, want het is toch ook vreselijk wat je is aangedaan?
En iedereen om je heen bevestigt je er ook nog eens in.
Maar God biedt met de beproeving een uitweg.
1. Allereerst: bitter worden is niet normaal of onvermijdelijk.
De verleiding ertoe, dat is normaal, en daar kun je niets aan doen,
maar bitter worden is een keus.
2. Tweede stap: Bid! Zoek in Gods woord kracht en hulp. Vind bij Jezus inspiratie.
Vraag om de heilige Geest, en zijn vrucht is vrede en vriendelijkheid.
Ontdek de uitweg van vergeven en loslaten.
3. Derde stap: Zoek hulp.
Zoek iemand die je vertrouwt en vertel over wat er van binnen met je gebeurt.
Vraag of mensen voor je willen bidden.
Vraag mensen jou kritisch te bevragen, en je tegen jezelf te beschermen.
Ga misschien naar een psycholoog,
of vraag of iemand wil bemiddelen tussen jou en de tegenpartij.
En sta open voor de verrassingen van God.
Misschien staat je tegenpartij opeens op de stoep om z’n excuses aan te bieden.
Of je leert op een praatgroep van het maatschappelijk werk iemand kennen
met wie je hele goede vrienden wordt.

Ik begon de preek met te zeggen dat christen zijn betekent dat je aan de lopende band beproefd wordt.
Er komt geen eind aan de verleidingen.
Dat is al vanaf de zondeval zo.
En daarom is het goed om zo vooruit te kijken. Wat de toekomst ons ook brengen moge. We zijn -veilig en geborgen- in de hand van God.
Ik kan het ook zeggen met woorden uit Psalm 73, woorden van meer dan 3000 jaar oud:
Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God, nu en altijd.

Amen

Liturgie zondag 27 juni

Votum/Groet
Lied: Psalm 100
Gebed
Schriftlezing 1 Kor. 10: 1-22
Tekst 1 Kor. 10:13a: “U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn.”
Lied: Psalm 32 Psalmproject
Preek
Lied: Groot is uw trouw o Heer
Geloofsbelijdenis: Ik geloof in God, de Vader opwekking 347
Gebed
Slotlied: Wat de toekomst brengen moge.
Zegen

Broeders en zusters, ik wil graag dat u weet dat onze voorouders allemaal door de wolk werden beschermd en allemaal door de zee trokken, 2dat ze zich allemaal in de naam van Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee. En ze aten allemaal hetzelfde geestelijke voedsel 4 en dronken allemaal dezelfde geestelijke drank. Ze dronken uit de geestelijke rots die hen volgde – en die rots was Christus. Toch wees God de meesten van hen af, want hij liet hen bezwijken in de woestijn. 6Dit alles strekt ons tot voorbeeld: wij moeten niet uit zijn op het kwade, zoals zij. Dien geen afgoden, zoals een deel van hen, over wie geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken en het stond op om te dansen.’ 8Laten we geen ontucht plegen, zoals een aantal van hen, want daardoor stierven er op één dag drieëntwintigduizend. En laten we Christus niet tarten, zoals anderen deden, want daardoor werden ze door slangen doodgebeten. 10 En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd. 11Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. 12 Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. 13U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan. 14Om deze reden moet u, geliefde broeders en zusters, u verre houden van afgodendienst. Maakt de beker waarvoor wij God loven en danken ons niet één met het bloed van Christus? Maakt het brood dat wij breken ons niet één met het lichaam van Christus? 17 Omdat het één brood is zijn wij, hoewel met velen, één lichaam, want wij hebben allen deel aan dat ene brood. 18Kijkt u eens naar het volk van Israël. Hebben tempeldienaars die van de offers eten niet eveneens deel aan hetgeen geofferd wordt? 19Wat wil ik met dit alles zeggen? Dat offervlees een bijzondere betekenis heeft? Of dat afgoden echt bestaan? 20Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen. 21U kunt niet drinken uit de beker van de Heer en ook uit die van demonen, u kunt niet deelnemen aan de maaltijd van de Heer en ook aan die van demonen.

Liturgie zondag 20 juni

komen

votum
groet
ps 139 PsalmProject

buigen

verootmoediging
gebed

horen

2 Koningen 2:7-18
Gods bemoedigingen bij de profeten-opvolging (2 Koningen 2:12-15)

geven

ps 130 Psalmen voor Nu
gebed
collecte

gaan

zegenlied
zegen

 

Bij de oever van de Jordaan hielden ze stil. Vijftig profeten die hen waren gevolgd bleven op een afstand staan kijken. Elia deed zijn mantel af en vouwde hem dubbel. Hij sloeg ermee op het water, waarop het naar links en naar rechts wegvloeide en zij tweeën droog konden oversteken. Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa: ‘Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen? Vraag het maar.’ Elisa antwoordde: ‘Laat mij dubbel in uw geest delen.’ ‘Je vraagt iets heel moeilijks,’ zei Elia. ‘Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet.’ En terwijl ze liepen te praten, werden ze plotseling uit elkaar gedreven door een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor, en Elia werd in een stormwind meegevoerd naar de hemel. Elisa zag het gebeuren en riep uit: ‘Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’ Toen hij Elia niet meer kon zien, scheurde hij zijn kleren. Hij raapte Elia’s mantel, die was afgegleden, op, en liep terug. Bij de oever van de rivier hield hij stil. Hij sloeg met Elia’s mantel op het water en riep uit: ‘Waar is de HEER, de God van Elia?’ Dus ook hij sloeg op het water en opnieuw vloeide het naar links en naar rechts weg, zodat Elisa kon oversteken. De profeten uit Jericho, die Elisa vanaf de overkant in het oog hielden, zeiden tegen elkaar: ‘De geest van Elia is op Elisa neergedaald.’ Ze gingen hem tegemoet, knielden voor hem neer en zeiden: ‘We hebben vijftig flinke mannen bij ons. Laat die uw meester gaan zoeken. Misschien heeft een geest van de HEER hem opgetild en ergens op een berg of in een dal neergeworpen.’ ‘Doe dat niet,’ zei Elisa, maar ze drongen zo aan dat hij ten slotte hun aanbod aannam. Vijftig mannen werden erop uitgestuurd en zochten drie dagen lang, maar ze vonden Elia niet. Toen ze terugkwamen bij Elisa, die in Jericho zijn intrek had genomen, zei hij tegen hen: ‘Ik had u toch gezegd dat u niet moest gaan zoeken?’

Liturgie zondag 13 juni

PvN 16
Wet
Gebed
Sela Jezus liefde voor mij
Filip 1: 1-11
Preek
Opw 705 Toon mijn liefde
Gebed
Collecte
Hosanna

Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. Ik dank mijn God altijd wanneer ik aan u denk, telkens wanneer ik voor u allen bid. Dat doe ik vol vreugde, omdat u vanaf de eerste dag tot nu toe hebt bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk bij u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus. Het spreekt vanzelf dat ik zo over u denk, want u allen ligt me na aan het hart. U hebt immers allen deel aan de genade die mij geschonken is, of ik nu gevangen zit of de waarheid van het evangelie verdedig. God kan getuigen dat ik naar u allen verlang met de genegenheid van Christus Jezus. En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God.