Overdenking zondag 2 augustus

Votum en zegengroet
Opwekking 640 Ik hef mijn ogen op naar de bergen (Ps 121)
https://www.youtube.com/watch?v=mAqOWF3v5JA
wet
GK Ps 51:5 Schep in mij, God, een hart dat leeft in ‘t licht
https://www.youtube.com/watch?v=hqOnsfVY5lc
gebed
Lezen: Jesaja 55
Opwekking 281 Als een hert dat verlangt naar water…
https://www.youtube.com/watch?v=PTk-PV6dSSY
Tekst: Jesaja 55: 1-3
Preek
GK Ps 16a = Opwekking 727  Mijn God, ik kom naar U, dan ben ik veilig
https://www.youtube.com/watch?v=wtmFelxuLoI
gebed
LB nw 425 Vervuld van uw zegen
https://www.youtube.com/watch?v=TSri-mxLCUc

zegen

Jesaja 55.

Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling. Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben en genieten van een overvloedig maal. Leen mij je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven. Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David. Hem heb ik aangesteld als vorst en heerser over de naties, als getuige voor de volken. Ook jij zult een volk ontbieden dat je nog niet kende, en een volk dat jou nog niet kende zal zich haasten om bij je te zijn, omwille van de HEER, je God, de Heilige van Israël, die je deze luister heeft verleend. Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven. Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen. Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten – zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied. Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten, en alle bomen zullen in de handen klappen. Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de HEER zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken.

Hierheen! Hier is water voor ieder die dorst heeft
Lijkt alsof een oosterse waterverkoper roept, zoals vandaag nog gebeurt, bv in Marokko.
De waterverkoper loopt over de markt en biedt water aan
(in een warm en droog klimaat).
De tekst lijkt op de sfeer van de markt
Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet.
Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling.
Alsof marktkoopman zijn waren aanprijst.
Maar dan lijkt het wel vreemde marktkoopman:
Hij biedt zijn waren gratis aan.
Dat maakt je nieuwsgierig en argwanend: gratis? Zit daar een addertje onder gras?

Wie roept daar als een waterverkoper
Wie nodigt ons uit om gratis eten te halen?
In Jesaja 55 gaat het over dorst naar God.
Zoals een hinde smacht naar stromend water,
zo smacht mijn ziel naar u, o God. Psalm 42
Je verlangt naar God, omdat je verdrietig bent of pijn lijdt, omdat je onrustig bent
Zoekt veiligheid, houvast, geborgenheid, je zoekt God.
En dan zegt God: kom maar, Ik ben er voor je, hier is water voor je dorstige ziel
Leen mij je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven.
Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond,
als bevestiging van mijn liefde voor David. Jesaja 55:3
3 dingen:
1. God biedt leven aan: = echt leven, volle leven, eeuwig leven
2. Verbond = verbinding – vaste relatie
3. Liefde .
Ook Psalm 36 gaat daarover:
Hoe kostbaar is uw liefde, God!
In de schaduw van uw vleugels schuilen de mensen
zij laven zich aan de overvloed van uw huis,
u lest hun dorst met een stroom van vreugden,
want bij u is de bron van het leven, door úw licht zien wij licht. Psalm 36: 8-10
God geeft houvast, maar ook zin aan ons leven.
Hij geeft rust in een gejaagd leven:
Jezus nodigt ons uit:
Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan,
dan zal ik jullie rust geven. Matteüs 11:28
Maar – is dat een bijzondere boodschap?

Er is een markt voor boodschappen
Maar ook ‘markt voor welzijn en geluk’
Veel mensen zoeken geluk, en zin in hun leven
Je kunt een groot aanbod vinden op markt van welzijn en geluk.
Cursussen, seminars, trainingen, persoonlijke coaches, enz
Zen, yoga, mindfulness, zen en reiki,
Wat is de plek van het christelijk geloof op markt van welzijn en geluk?
Wat biedt kerk wat anderen niet bieden?
Rust, vrede en rechtvaardigheid, liefde, saamhorigheid?
Is die boodschap uniek? Komen anderen ook niet met die boodschap?
Bovendien: wat brengen christenen er zelf van terecht?
Voor veel mensen is bijbel juist tegendeel van liefde en vrede, maar gaat het over een God die je opjaagt – het is toch nooit goed!
Een God voor Wie je bang moet zijn – die alleen maar dreigt met hel en verdoemenis
O wee als je een stap verkeerd doet!
Een God op afstand – en die houd je maar liefst op afstand!
Maar lees dan Jesaja 55: God nodigt je uit: Kom, koop, eet, luister,
God is niet ver weg. Hij nodigt je uit – hartelijk welkom
Hij ontvangt je met open armen: Ik wil met je omgaan!
Daarvoor heeft Hij mensen gemaakt – om met de levende God om te gaan!
Daarom staat in vers 6 de oproep: Zoek de HEER nu hij zich laat vinden,
roep hem terwijl hij nabij is.
Zoek – dat is geen speurtocht in doolhof met onbekende afloop.
Maar Hij staat met open armen – klaar om je te ontvangen.
Zoek Hem – lees de bijbel – leer God kennen zoals Hij is, zoals Hij zichzelf bekend maakt!
En spreek Hem aan in je gebed
…dan zul je leven = eeuwig leven
Want: Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond,
als bevestiging van mijn liefde voor David.
Raadselachtige woorden?
Het wordt duidelijk als je Jesaja 55 leest in het verband: het bijbelboek Jesaja.
Wat betekent dat allemaal:
Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David.
– jullie = ? Wie zijn eerste hoorders / lezers
– Verbond – wat sluit God dan?
– Bevestiging van Gods liefde voor David = ?
Verbond geeft een vaste relatie aan, geen vluchtige ontmoeting maar eeuwigdurend band: eeuwig leven.
God zegt: Ik wil met jou omgaan, je mag bij Mij horen
Dat is het wonder als je bijbel leest: God nodigt jou uit
Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David.
Liefde is de kern van Gods omgang met ons.
Liefde is: goed zijn voor de ander, het goede doen. God doet niet anders want God is liefde.
Dat is geen lievigheid, het betekent ook: opkomen voor recht en eerlijkheid; en onrecht en oneerlijkheid en zonde wegdoen
Verderop in Jesaja 55 lees je Gods oproep tot bekering – juist om mensen te richten op het leven in vrede en gerechtigheid, naastenliefde en betrouwbaarheid
– Liefde voor David:

David was koning over Israel (1000 v C)
Na de chaotische tijd van rechters, maakte hij (na koning Saul) volk Israel tot sterke eenheid.
Jeruzalem werd de hoofdstad. David diende Heer; God noemde hem: een man naar mijn hart.
David leefde ongeveer 1000 voor Christus. Na hem kwam de koningentijd, tot ruwweg 500, toen werd Israel in ballingschap gevoerd naar Babel.
Na de terugkeer hadden ze geen eigen koning meer.
Jesaja was een profeet die leefde in tijd van koningen (koning Hizkia). Je kunt zijn boek verdelen:
1-39: tijd van koningen
40-55 tijd van ballingschap
56-66 tijd erna: toekomst
In Jesaja 1-39 lees je veel waarschuwingen aan het volk Israël:
jullie lappen het verbond aan je laars en proberen een loopje met God te nemen;
bekeer je, anders verlies je leven, het goede leven in het goede land.
Maar het was vergeefs: Israel werd veroverd door Nebukadnessar, de koning van Babel,
En Jeruzalem werd verwoest, het volk in ballingschap en de tempel geplunderd en verbrand.
Het volk leefde in Babel in diepe ellende: Waar is God?
Speelt God nog een rol? Of is Hij zijn volk vergeten?
Jesaja 40-55 is bestemd voor het volk in ballingschap
Jesaja 40 begint met:
Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan…
Israël mag weer terugkeren uit ballingschap naar beloofde, zie Jesaja 55:12
Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren.
‘Jullie’ zijn mensen in nood, die het gevoel hebben: God laat ons in de steek.
Mensen met dorst naar God: waar bent U, ik heb u nodig!
Zoals een hert verlangt naar water, ik heb dorst naar U!
En dan zegt God: Hierheen, hier is water voor ieder die dorst heeft!
Hef je hoofd op, kom tot leven, kom koop eten en drinken
Geniet van Gods goedheid – het is gratis.
Gratis? Als een verkoper zegt dat het gratis is krijg je argwaan: zit er een addertje onder het gras?
Gratis betekent: uit genade
Dat is Gods liefde. Die is onverwacht: als je alles verprutst hebt door zonde houdt God van je, en is Hij goed voor je
Gratis? Hoe weet je of het klopt?
Jesaja 55 moet je in het verband lezen:
Jesaja 53 gaat over de Dienaar van de Heer (of: de Knecht des Heren).
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. (vers 5)
Dat is een profetie over Christus’ lijden: honderden jaren later
Wij mensen zijn vaak vol onrecht, egoïsme, zonde. En dat brengt de dood (biologisch, maar ook geestelijk: breuk met God)
Jezus geeft ons het leven weer, Hij heeft de dood ondergaan aan kruis.
Hij regeert, als zijn voorvader David destijds.
Gods liefde voor David is niet verdwenen in de ballingschap.
In Jezus is dat duidelijk: Hij regeert vanuit hemel (zijn eeuwige troon) – het rijk van recht, vrede en liefde.
Jesaja 54: God geeft leven aan Israël en de volken:
…mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en mijn vredesverbond is onwankelbaar –
zegt de HEER, die zich over je ontfermt. vers 10
Jesaja 55 vervolgt met: kom, Ik geef je leven, het is gratis, genade:
de prijs is betaald: Jezus heeft dat voor jou gedaan. Heb je dorst, kom naar Mij

Waar word je gelukkig van?
Je kunt de markt van welzijn en geluk afstruinen.
Je kunt je geluk zoeken in een mooi huis, nieuwe computer, luxe vakantie.
Maar gevoel van onbehagen en onvrede is niet op te lossen met luxe.
Je kunt markt van zingeving en zelfverwerkelijking afstruinen.
Dat kost je veel geld! Wat is resultaat?
Vers 2: Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is,
je loon besteden aan wat niet verzadigen kan?
De kerk heeft een unieke boodschap omdat het Gods boodschap is!
Oppervlakkig gezien kun je zeggen: vrede, naastenliefde, gerechtigheid overal verkrijgbaar.
Maar het zijn bijbelse waarden, die vaak los van God aangeboden worden.
En veel mensen stellen hun eigen zingeving ermee samen: een beetje van dit, een beetje van dat.
God zegt: Kom bij Mij, eet niet beetje van dit en beetje van dat; Ik geef je een overvloedige maaltijd. Ik ga met je aan tafel =Ik ga met je om (zoals je samen met familie of vrienden eet).
God spreek jou aan: Kom bij Mij
Als je bij Hem komt dan besef je pas wat je gemist hebt
Dat komt uit in Psalm 16:
Mijn God, ik kom naar U, dan ben ik veilig….
Ik heb U nodig, Heer de rest is overbodig
De mensen hebben andere idolen (=afgoden)
En wringen zich voor hen in honderd bochten…
(= geld uitgeven voor iets wat niet verzadigen kan)
Maar zoek je geluk bij God:
U wilt mij leren waar ik u moet zoeken;
Heel dicht bij u, mijn God, zal ik gelukkig zijn

Diapresentatie bij de preek:
Jes550103.2020-1

Jes550103.2020-2

Overdenking zondag 26 juli

Vooraf  psalm 119 door Date Jan

Votum en groet – amen
Zingen:      Opwekking 830 Hoe we ook zwerven
Gods leefregels
Zingen:      NLB 1008: 1,2,3 ‘Rechter in het licht verheven’
Gebed
Bijbellezing: Lucas 21: 5-36
Zingen:      NLB 462: 1-6 Zal er ooit een dag van vrede…?
Verkondiging over m.n. Lucas 21: 19/28/36
Zingen:      Opwekking 798 Houd Vol
Gebed
Collecte (bestemd voor Stichting Bibliotheekfonds TU)
Ontmoetgroet:    https://youtu.be/dfNNib1ngNE
Zingen:      Gz. 231: 1-4 NGK ‘Maak muziek voor God de Vader’
Zegen
Zingen:      NLB 425 ‘Vervuld van uw zegen’

Lucas 21: 5-36

Toen er gesproken werd over de tempel, over de mooie stenen en wijgeschenken waarmee hij versierd was, zei hij: ‘Wat jullie hier zien – er zullen dagen komen waarop geen steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’ Ze stelden hem toen de vraag: ‘Meester, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we het herkennen?’ Jezus zei: ‘Let op, laat je niet misleiden.

Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben het,” of: “De tijd is gekomen.” Volg hen niet! Als jullie berichten horen over oorlog en opstand, raak dan niet in paniek. Die dingen moeten eerst gebeuren, maar dat is nog niet meteen het einde.’ Hij vervolgde: ‘Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, er zullen zware aardbevingen komen en hongersnoden en epidemieën alom, en er zullen aan de hemel grote en verschrikkelijke tekenen verschijnen.

Maar eerst zullen jullie worden mishandeld en vervolgd en uitgeleverd aan de synagogen, jullie zullen worden opgesloten in de gevangenis en worden voorgeleid aan koningen en gouverneurs omwille van mijn naam. Dan zullen jullie moeten getuigen. Bedenk wel dat jullie je verdediging niet moeten voorbereiden. Want ik zal jullie woorden van wijsheid schenken die door geen van je tegenstanders kunnen worden weerstaan of weersproken.

Zelfs je ouders en broers, verwanten en vrienden zullen je uitleveren, sommigen van jullie zullen worden terechtgesteld, en jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam. Maar geen haar van je hoofd zal verloren gaan. Red je leven door standvastigheid! Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is.

Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen.

De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen.

Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt. Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen.

Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’

Verkondiging over m.n. Lucas 21: 19/28/36
‘Hoe blijf je overeind in een tijd vol onrust, dreiging en onzekerheid?
Leer van Jezus
1) volhouden ;
2) moed vatten;
3) scherp blijven – en dat alles: op God gericht

Gemeente van Christus,

We leven in een tijd vol onrust, onzekerheid, slecht echt en slecht nepnieuws. Het is vaak al lastig om er achter te komen wat echt nieuws is en wat nep, fake-nieuws. En dat laatste maakt mensen vaak nog meer angstig en verward dan wat werkelijk is. Ik denk aan dat oude gezegde dat een mens nog het meest lijdt door onheil dat hij vreest en dat niet op komt dagen – maar het waart wel rond als een nog gevaarlijker virus dan corona – het zet aan tot terreur tegen b.v 5G-masten maar – nog erger – tegen medemensen die anders zijn en daarom dreigend – in de Middeleeuwen waren dat de Joden die werden aangezien als de bron van de pestepidemie, in onze tijd zijn het zomer Aziaten of anderen met een andere kleur of cultuur of gewoonten.

Maar inderdaad, onze tijd is onzeker en zit vol dreiging, onrust en ook veel angst, en dan is er meer dan dat virus: aanslagen hier en daar, oorlogen met als gevolg ook voor onze wereld de komst van vluchtelingen, klimaatproblemen, wantrouwen tegen de politiek en de media – niet alleen in de VS – aardbevingen zoals in Groningen…
En misschien is wel het moeilijkst de onzekerheid: hoe lang duurt wat we nu meemaken, en wat zijn de gevolgen op langere termijn voor onze manier van omgaan met elkaar, voor je bedrijf of baan, voor onze manier van kerk – zijn….
En als hopelijk deze pandemie voorbij is of er een afdoend vaccin gevonden is, wat is dat het volgende dat op ons af komt – weer: dat lijden dat ik vrees…wat misschien.
Vragen en nog eens vragen met daarachter dé vraag: hoe ben ik eronder, wat doet het mij/ons, en hoe ga ik en hoe gaan wij samen daar dan mee om, als gelovigen.

We hebben met elkaar een aangrijpend en ook wel lastig uit te leggen Bijbelgedeelte gelezen, een weergave van een stuk onderwijs van Jezus, kort na zijn triomfantelijke intocht in Jeruzalem en kort voor zijn arrestatie en veroordeling en kruisiging….het was dus in de laatste week van Jezus op aarde, vlak voor het laatste pesachmaal. Een aankondiging is het van wat allemaal te gebeuren staat in de tijd nadat Hijzelf via kruisdood en opstanding teruggegaan zal zijn naar zijn Vader in de hemel; zeg maar: in de tijd tussen zijn hemelvaart en zijn terugkomen naar deze wereld, dus de tijd waarin ook wij vandaag nog altijd leven en van alles en nog wat meemaken, ook aan moeilijke en dreigende en vreselijke dingen als oorlogen, rampen, epidemieën, natuurgeweld, klimaatproblemen, en ook een tijd waarin wie geloven het al te vaak zwaar hebben door bedreigingen en vervolgingen, zelfs van wie heel dichtbij staan.
En weer die vraag: wat doet dat met je, hoe ga je ermee om, hoe blijf je overeind?

Ik zei net dat dit Bijbelgedeelte best lastig is om helder te krijgen wat bedoeld is.
Dat zit vooral vast op de vraag op welke tijd en situaties slaat wat Jezus zei. Je krijgt het ene moment de indruk dat het gaat om wat we dan wel de ‘eindtijd’ noemen, de periode die voorafgaat aan de terugkomst van de Heer op de wolken; daar gaat het ook met zoveel woorden over in de verzen 27 en 28 en ook in vers 36, waar we lezen over ‘de Mensenzoon’ die in heerlijkheid arriveert, en ons ter verantwoording roept. Maar in het gedeelte vanaf vers 20 heeft Jezus het over de stad Jeruzalem die door vijandelijke legers omsingeld en verwoest zal worden en dat het er dan op aan komt of je op tijd weg kan komen voordat je gevangen genomen, weggevoerd of gedood wordt, want Jeruzalem zal “vertrapt worden door de heidenen”, een vreselijke tijd.
Terugkijkend in de geschiedenis weten wij dat het zo ook is gegaan, in het jaar 70 na Christus, toen de Romeinen Jeruzalem en de tempel hebben verwoest en veel mensen, vooral christenen, de stad zijn ontvlucht de bergen in, naar her dorp Pella.
Maar dan, als in één adem, gaat het verder over tekenen aan de hemel, en angst onder de volken, als het ware vanwege kosmische rampen, en dan komt Jezus. Dan vraag je je af wat dat wil zeggen want dat slaat toch op gebeurtenissen veel later?

Zoals vaker helpt het ook hier om andere Bijbelgedeelten erbij te betrekken, zeker als het om een van de vier evangelieverhalen gaat – vier die vaak elkaar aanvullen. In dit geval is verhelderend ernaast te leggen wat Marcus – de secretaris van Petrus – over ditzelfde gesprek vertelt, met veel overeenkomsten maar ook aanvullingen. B.v. dat de aanleiding tot dit gesprek een opmerking was van een van de leerlingen in het zicht van het tempelcomplex: “Meester, kijk eens wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen”(Marcus 13: 1). Waarop Jezus reageert met hard zal zijn aangekomen bij zijn leerlingen: er blijft geen steen op de ander, heel die tempel zal worden afgebroken. Het was blijven hangen bij ze, want als ze dan later op de dag vanaf de Olijfberg die tempel weer zien liggen, vraagt Petrus wanneer dat vreselijke zal gebeuren en waaraan ze kunnen herkennen dat het zover is – waarop Jezus als antwoord geeft wat we ook lazen bij Lucas dat ze niet door nepnieuws zich moeten laten beetnemen, en dat er eerst nog heel wat gebeuren zal – juist ook aan moeilijke dingen voor wie Hem willen volgen – en dat zij rustig moeten blijven en volhouden.

Dat is dan ook meteen de eerste les om overeind te blijven in een tijd vol onrust, dreiging en onzekerheid : volhouden – daar zit uithoudingsvermogen en geduld bij.
Dat gold voor de eerste generatie christenen die na Pinksteren de wereld in gaan met de boodschap van Jezus en die zullen stuiten op weerstand, vijandschap, vervolging, en die dat zelfs kan komen te staan op gevangenschap en doodstraf. We weten dat dat ook is gebeurd in die eerste eeuwen en ook later, tot vandaag aan toe. En ook – ik zei het al – is uitgekomen wat Jezus zei over Jeruzalem en de tempel. Maar, zei hij erbij, dat is nog niet het einde, en wanneer dat einde komt, weet God alleen – in Marcus 13 lezen we: “Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet, en de Zoon niet, alleen de Vader”(13: 32).

Een les die al te vaak niet geleerd is, als b.v. in tijden van oorlogen of grote rampen altijd wel weer dominees of andere zogenaamde profeten denken te weten dat het nu wel bijna zover is, en dat met allerlei Bijbelteksten of spitsvondige rekensommen. En ze beroepen zich er dan op dat Jezus zelf ons ‘tekenen der tijden’ gegeven heeft. Dat laatste is waar, maar die tekenen zijn wel wake-up-calls maar geen tijdpad. Ik zal nooit vergeten dat toen ik student was de al oude dominee Douwe van Dijk een lezing hield over die tekenen van de tijden en toen zei dat je ze moet zien als richtingwijzers – die kant gaat het op – maar niet als kilometerpaaltjes – zo ver nog. Een wijze les van een al vergrijsde voorganger – altijd goed om bij die les te blijven.

Ja, want het is eigenlijk gewoon een les van Jezus zelf: laat je niet misleiden en raak niet in paniek bij allerlei berichten over oorlogen en opstanden, aardbevingen en hongersnoden en epidemieën – pandemieën – dan weer hier en dan weer daar, all over the world, en door alle tijden heen – “want dat is nog niet meteen het einde.”
Waarmee we dichter bij de betekenis komen van dit onderwijs van onze Heer, dat bestemd is voor de tijd die zijn eerste leerlingen nog zouden meemaken maar ook meegaat daarna tot aan de dag dat Hij terugkomt, en dus ook actueel voor ons.

Sinds onze Heer wat in dit hoofdstuk is opgeschreven heeft gezegd, zijn bijna tweeduizend jaar voorbijgegaan en veel van wat we lazen is gebeurd en gebeurt nog steeds, en daar kun je van onrustig worden, bang, of zelfs van in paniek raken – of –
en dat kan ook zomaar – er cynisch van worden en je ogen maar ervoor sluiten. Vooral als het nieuws is – zomaar oud nieuws – dat onszelf minder of niet raakt: al die vluchtelingen in wrakke bootjes of in tenten in Griekenland of Libanon of waar dan ook; die ondernemers die bang zijn failliet te gaan, die jongeren aan de kant zonder contract en zonder geld, die daklozen die niet thuis kunnen blijven, die ouderen in het verpleeghuis die gelukkig geen familie of bekenden zijn, die oorlog en al die verwoestingen ver van ons veilige huis; die christenen die worden vervolgd, die mensen die lijden onder discriminatie en racisme, anti -semitisme, haat tegen moslims, en ga zo maar door –heel erg, maar je kunt er toch niets aan veranderen….

Maar wat dan wel? Hoe blijf je overeind bij dat alles zonder in paniek te raken of cynisch te worden, zonder of je kop in het zand te steken of er niet van te slapen?
Als eerste – ik gaf het al even aan – wat in vers 18 staat : standvastigheid, om zo erdoor heen te komen, je leven te redden omdat God er is en je overeind houdt. Het is een ijzersterke bemoediging van Jezus je Heer: “Geen haar van je hoofd zal worden gekrenkt. Red je leven door standvastigheid” – het gebruikte woord heeft in zich dat geduld gevraagd wordt en uithoudingsvermogen, veel dus, het kost veel en je krijgt niet de garantie dat je niks kan overkomen – integendeel – lees maar wat er allemaal op je af kan komen en wat het je kan kosten, maar houd vol en houd moed want dit is niet het einde, het einde is gered worden en overwinnen, met Jezus.

Houd vol en – dat is twee – vat moed. Dat haal ik vooral uit vers 28, na dat lastige gedeelte over al die ellende tijdens en na de belegering en verwoesting van Jeruzalem en daarna – weer komen beelden langs van natuurgeweld boven en beneden – en angst slaat door de wereld: “de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren”- dat slaat op de tijd die de eerste leerlingen zouden gaan meemaken, maar het herhaalt zich de eeuwen erna, tot op vandaag, en we herkennen het in onze tijd met dan weer aanslagen, nu weer zo’n pandemie en we weten niet wat het volgende zal zijn, en oorlogen en dictaturen zijn er ook steeds maar weer – en dan is de bemoediging van onze Heer om moed te vatten en er voortekenen in te zien van de definitieve afrekening en verlossing als Hij terug zal komen: “wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij”. Nabij, dat wordt herhaald in vers 31: “Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is”.
‘Nabij’, zoals vaker in de Bijbel staat er geen datum bij en krijgen we ook geen tijdpad mee, maar is het wel een stip op de horizon: het komt goed, laat je hoofd niet hangen maar kijk omhoog en zorg dat je er klaar voor bent.

Ja, want dat is de derde en laatste aansporing; wees waakzaam en blijf bidden. Dat is een oproep om scherp te blijven, en in alles gericht op God en op zijn toekomst.
Er gaat een waarschuwing aan vooraf – ook heel actueel voor onze tijd – om niet afgestompt te raken door of ‘de roes en de dronkenschap’- zeg maar: werk, geld, luxe, spullen, uitjes en noem maar op – óf ‘de zorgen van het dagelijks leven’- zeg maar: m’n baan, m’n gezondheid, m’n pensioen, m’n huis of het zoeken ernaar, dat virus en wat er de gevolgen van zijn, en zoveel meer dat ons in beslag kan nemen.
Allemaal vanuit de gedachte of de wens om alles in je leven in de grip te hebben.
Ik herken het bij mezelf als het meest lastige en ingrijpende van al die beperkende maatregelen van de laatste maanden: ik heb er moeite mee dat ik niet het leven kan leven dat ik graag wil en waar ik me goed bij voel: op bezoek gaan als dat zo uitkomt, naar een museum of een stad als ik daar zin in heb, en vooral ook: naar de kerk elke zondag en de preekafspraken die gemaakt zijn nakomen, en elkaar ontmoeten…en ook dat de vakantie die we hebben geboekt gewoon kan doorgaan en zo nog wat…en dan ineens gaat door een heleboel een streep of je moet in elk geval erover nadenken wat wel en niet kan en dat je elkaar op afstand moet houden…heftig!
En dan bekruipt me de nare gedachte dat het zo nog maanden door kan gaan misschien, dat je de hele winter niet gewoon naar de kerk kan en op bezoek…je hebt het niet meer onder controle, je moet afwachten en geduld hebben en volhouden… Het zijn precies de aansporingen die we in dit gedeelte horen van onze Heer zelf,
met het oog op tijden vol onrust en onzekerheid; maar hoe brengen we dat op?

Het kan niet op eigen kracht en met allerlei eigen goede voornemens, we hebben er de hulp van boven voor nodig, van God zelf die in ons woont en werkt door zijn Geest – Jezus zegt ook in vers 36 dat we niet moeten ophouden te bidden, en bidden is vooral om hulp en kracht vragen om vol te houden, de moed erin te houden en waakzaam te blijven – en daar geeft God ons ook elkaar voor: familie, gemeente, en ook een overheid die goed luistert naar de burgers en het goede met ons voor heeft – anders dan in landen waar regeringsleiders de situatie misbruiken voor eigen gewin en vergroting van hun eigen grip op hun burgers – bid vooral ook voor die landen, en voor zovelen die extra kwetsbaar zijn als vluchtelingen, daklozen, armen.

Gemeente, nog altijd zijn we onderweg en in afwachting, onderweg naar de echt goede nieuwe tijden als Jezus een eind maakt aan al die onzekerheid en onvrede. Als er een wereld komt zonder ziekte en oorlog, zonder eenzaamheid en stress. Zover is het nog niet, en daarom blijft het aankomen op volhouden en moed houden. In de zekerheid van vers 19: je redt je leven door standvastigheid. Beloofd is beloofd!

Amen

Overdenking zondag 5 juli

Dien de enige ware God, die hemel en aarde gemaakt heeft alleen

Laat God helemaal zichzelf zijn

Door zijn daden heeft God naam gemaakt. Houd die naam hoog.

Weet je afhankelijk van God. Houd één dag apart voor Hem. Kom op adem en vier je vrijheid.

Heb respect voor je ouders en zij die gezag gekregen hebben.

Bescherm het leven

Ontvang seksualiteit als een kwetsbaar geschenk. Ga daar op een goede manier mee om. Binnen en buiten het huwelijk.

Wees zuinig op wat je hebt gekregen, en deel met anderen.

Kom op voor de waarheid. Laat de leugen achterwege

Wees tevreden met wat je hebt gekregen.

Heb God lief met heel je hart, met heel je verstand, met al je kracht.

En heb je medemens lief als jezelf

En ga verantwoord en liefdevol met Gods schepping om.

 

Wat is geluk? Wanneer ben jij gelukkig?

Soms voelt het heel dichtbij. Dan glipt het je zomaar weer door je vingers. Voor mezelf tijdens mijn werk: ik voel me gelukkig als ik een bezoek afleg en er verbinding ontstaat. Als we spreken over de dingen die er toe doen in het leven. Een dergelijk gesprek kan niet lang genoeg duren. En verder: ik voel me gelukkig, als ik een dag met mijn kinderen op stap ben. Als we dan ergens iets eten of drinken. En gewoon het moment delen. Ik voel me gelukkig als ik alleen met Trudy in de kamer zit en niets hoeft. Als ik de eerste fitis hoor, weer vlinders zie fladderen.

Geluk is meer dan geld, het is onbetaalbaar. Geluk is meer dan relaties. Maar ze maken er wel deel van uit. Geluk is meer dan werk. Geluk is meer dan schoonheid. Geluk is meer dan plezier. Geluk is liefde en vreugde. Het is meer dan pleasure: het is joy. Geluk zit in vriendschap. Als je geluk in werk, in geld of in die andere dingen zoekt, merk je dat het je kan opeten. Het is nooit genoeg. Je wilt altijd meer. Daar word je juist niet gelukkig van. Geluk is wat je overkomt, is wat je gegeven wordt. En tegelijk kan je het wel zoeken. Als je niet jezelf zoekt, maar de ander.

Wat is geluk voor jou? Wat zou je dan wensen?

Ik heb jullie geluk op het oog. Dat zegt God. Ik heb jullie geluk op het oog. Ik zal jullie een hoopvolle toekomst geven. Wauw, dat klinkt geweldig.

Even naar deze tijd: ik wens, dat er geen corona meer is. Dat al die maatregelen van afstand houden verleden tijd is. Dat je weer gewoon naar een concert, naar een stadion kunt gaan. Geen mondkapjes meer nodig zijn. Ik wens dat boeren kunnen boeren. En dat bouwers kunnen bouwen. Dat we samen kunnen leven. En laat het echt samenleven zijn. Niet ieder teruggetrokken in zijn eigen bubble. Maar samen. Een wereld waarin ieder gelijk is. Er geen protesten hoeven te zijn. Er geen vluchtelingen hoeven te zijn. Waar geen geweld is, niemand misbruikt wordt. Waar er voor ieder genoeg is en voor iedereen gelijke kansen. Een open wereld. Dat zou ik wensen. En God zegt: Mijn plan staat vast: Ik heb jullie geluk op het oog. Er komt een geweldige toekomst. Laat maar komen. Dat mag gelijk beginnen. Het liefst vandaag nog. Toch?

Maar God zegt meer: je zult zeventig jaar moeten wachten. Zeventig jaar wachten, tot je Jeruzalem weer ziet. Tot die tijd, zit je hier vast aan de rivier.

Zeventig jaar geen concert, zeventig jaar geen publiek in een stadion, zeventig jaar … Dat is een hele generatie. Stel wij waren met elkaar weggevoerd naar Rusland en God zegt: over zeventig jaar zal je Aduard weer zien. Dan pas. Wie maakt het dan nog mee?

Betekent het dan zeventig verloren jaren? Voor God niet. Maar dan zijn er wel een paar zaken belangrijk:

Ga niet op in de wereld om je heen. Dat is wat de machthebbers van Babel wilden. Meng en vermeng je. Ga op in de wereld om je heen en wordt steeds kleiner …

Trek je ook niet terug in je eigen hoekje. Dat is misschien wat sommige machthebbers van Israël wilden. Wees apart en blijf apart. Trek je terug in je eigen wijk en ….

God zegt: wees je zelf. En zet je in voor de stad. Al gaat er een generatie over heen. Wortel je al weet je dat je na zeventig jaar weer terug zult gaan naar Jeruzalem. Zorg dat er gehuwd wordt, dat er kinderen geboren worden: leid een leven. Niet los van de omgeving, ook niet opgaand in de omgeving maar wel met de omgeving. Vier je feesten, wees met elkaar begaan als er verdriet is. Doe je werk. Wees een goede buur.

Hier zegt God precies hoelang het zal duren: zeventig jaren. En alle andere profeten, die iets anders zeggen. Die zeggen: zo’n vaart zal het niet lopen. Wacht maar we zijn met Gods hulp zo weer terug. Zij hebben ongelijk. Ze spreken niet namens God.

Hoe lang moeten wij het nog volhouden? Niemand die het weet. God geeft ons wel een belangrijke les mee: zet je niet af van je omgeving, ga ook niet op in de omgeving, maar zet je wel in voor de omgeving. Want de stad is er niet voor jou, jij bent er voor de stad. De ander is er niet voor jou, jij bent er voor de ander. Daar ligt je geluk.

Een verloren generatie. Zo lijkt het op het eerste gezicht. Toch opgenomen in dat plan van God. Op weg naar Jezus. Daar komt God uit. Bij het kruis buiten Jeruzalem. Zo zet God zich in voor de bloei van de stad en van de wereld. Dat heeft Hij op het oog.

Wanneer ben je gelukkig? Als God aan je kant staat. En Hij zich voor je inzet.

Overdenking zondag 28 juni

Vooraf Psalm 89 door Date Jan

Votum/groet
Gebed
Lezing Spreuken 4
Psalmen voor nu 42       https://youtu.be/-7gn6RAsxCI
Preek/overdenking
Opwekking 518               https://www.youtube.com/watch?v=TipiBpXAbmo
Gebed
Collecte
Gemeentegroet              https://youtu.be/pVSJkcuwpXw
Zegen
Opwekking 520              https://www.youtube.com/watch?v=0p_tRdsLc-Q

Zonen, luister naar de lessen van je vader, wees vol aandacht en kom tot begrip. Wat ik je leer is waardevol, sla dus mijn onderricht niet in de wind. Ik was mijn vaders beminde zoon, mijn moeders lieveling. Mijn vader leerde mij: ‘Laat je hart mijn woorden bewaren, handel naar mijn richtlijnen, dan gaat het je goed.

Streef naar wijsheid, zoek naar kennis, wijk niet af van wat ik zeg, vergeet het niet. Verlaat de wijsheid niet, dan beschermt ze je, heb haar lief, dan behoedt ze je. Het begin van wijsheid is dat je wijsheid zoekt, aan alles wat je hebt verworven, inzicht toevoegt. Acht de wijsheid hoog, dan geeft ze je aanzien, ze strekt je tot eer wanneer je haar omhelst. Ze legt een sierlijke krans om je hoofd, schenkt je een luisterrijke kroon.’

Mijn zoon, luister, neem mijn woorden aan, ze vermeerderen de jaren van je leven. Ik heb je de weg van de wijsheid gewezen, op rechte paden heb ik je gevoerd. Je zult onbelemmerd voortgaan, nergens zul je struikelen, al ga je nog zo snel. Laat mijn onderricht niet los, houd het vast, vergeet het nooit, het is je leven. Ga niet het pad van goddelozen, bewandel niet de weg van wie boosaardig zijn. Mijd hun weg, betreed hem niet, ga eraan voorbij, loop door.

Ze gaan niet slapen voor ze kwaad hebben gedaan; wanneer ze anderen niet ten val brengen, worden ze van hun rust beroofd. Ze doen zich te goed aan het brood van goddeloosheid, zwelgen in de wijn van het geweld. De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon, die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt. De weg van goddelozen is alleen maar duisternis, ze struikelen, en weten niet waarover.

Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel het lichaam als een medicijn. Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.

Neem nooit leugens in de mond, laat geen bedrog over je lippen komen. Je moet elk mens recht in de ogen kunnen zien, nooit je ogen hoeven neerslaan. Effen de weg waarover je gaat, dan loop je met vaste tred. Wijk niet af naar rechts, wijk niet af naar links, wijk alleen uit voor het kwaad.

 

Het gevecht om ons hart

Ik ervaar druk op mijn geloof. Ik merk dat de dingen van deze wereld, de dingen die in onze samenleving normaal zijn, invloed op mij hebben. Mijn manier van leven -en ik vermoed ook uw en jouw manier van leven- lijkt verdacht veel op het leven van de mensen om ons heen. Waarin zijn wij anders? Over welke dingen denken wij anders? Natuurlijk kan ik wel wat dingen verzinnen. Maar ik baal ervan dat er ook zoveel dingen zijn waarin ik nauwelijks van de wereld verschil. Het lijkt erop dat het verschil ook steeds kleiner wordt. Als christen merk ik dat wij, en ook onze kinderen, te maken hebben met een stuk verwereldlijking. We zijn net zo druk met ons werk als niet-christenen, we kopen huizen en auto’s, we maken verre reizen en vinden vakantie belangrijk, we kleden ons net als de rest, we kijken dezelfde films en programma’s, we zijn op dezelfde manier bezig met relaties en gezinsvorming. Het lijkt een onvermijdelijk iets dat zich sluipenderwijs voltrekt. Ik maak me daar zorgen over, want ik vind dit niet fijn.

Spreuken 4:23 wijst hierbij op de rol van ons hart. Dan bedoel ik de plek waar je beslissingen vandaan komen, waar je emoties en verlangens zitten, je diepe overtuigingen. Zo spreekt de Bijbel ook over het hart in bijvoorbeeld Matteüs 15:19, daar zegt Jezus: ‘Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster.’

Deze dingen beginnen in je hart. Bij een verlangen. Omdat je iets wil, ga je iets doen. Dat geldt natuurlijk ook voor de goede dingen. Ook je goede daden komen voort uit je hart en beginnen bij een verlangen. Hoe het in je hart is maakt nogal uit. Uit je hart komen je daden voort, de goede en de slechte.

Daarom zegt Spreuken 4:23, waak over je hart.

Er wordt om ons hart gevochten. Twee partijen willen invloed hebben op je hart. Willen je hart veroveren. Bij zo’n gevecht kan het twee kanten op gaan, welke partij wint? Maar wie zijn dan de partijen die om je hart strijden, en om het hart van onze jeugd? Aan de ene kant is dat de wereld; de wereld zonder God, de samenleving waar God uit verdwenen is. De andere kant, de andere partij is God zelf. Het is een levenslange strijd waarbij het front heen en weer gaat. Soms heb je perioden dat je veel op God gericht bent, maar op andere momenten merk je dat je moeilijk aandacht voor God kunt opbrengen. Je gelooft wel, maar het sprankelt niet. Het lijkt aan de rand van je leven te zitten. Je bent vooral druk met andere dingen, de dingen van het gewone leven.

Dat gevecht voelen is een goed teken want dat laat zien dat je je niet neerlegt bij de invloed van de wereld. Het laat zien dat je ernaar verlangt dat het geloof meer invloed krijgt in je leven.

God wil dat je beseft dat er een strijd om je hart gaande is. Want God gunt je een goed leven. En hoe het in je hart is, dat bepaalt wat je in je leven doet. Spreuken 4:23 zegt over je hart: ‘het is de bron van je leven.’

Want in je hart zitten je verlangens. Een verlangen is iets dat je heel graag wilt, je droomt ervan. Je kunt verlangen naar bezit, eer, genot, zekerheid, gezondheid of liefde. Over het algemeen kun je zeggen, je verlangt naar datgene wat je niet of te weinig hebt. En verlangen is een sterke emotie. In Spreuken 13:12 staat: ‘Almaar onvervulde hoop maakt ziek, vervuld verlangen is een levensboom’ (een levensboom duidt op een leven vol groei en vrucht). Je kunt niet om verlangens heen.

Maar die verlangens van ons worden voortdurend beïnvloed. Reclame, talkshows, films, boeken, bladen. De wereld waar we in leven, de samenleving om ons heen vertelt ons wat we zouden moeten willen, vertelt ons wat goed en normaal is. Voor je het door hebt ga je daarin mee. De beïnvloeding vanuit de wereld om ons heen is haast overal, je kunt er nauwelijks aan ontkomen. Het raakt ons en onze jongeren. Daarom zie je ook die verwereldlijking plaatsvinden. Daarmee bedoel ik dat de kerk en het geloof steeds minder invloed hebben op het sociale leven. Waar winkels eerder nog gesloten waren op zondag, wordt dat steeds minder houdbaar. Godsdienst is ook steeds minder van belang in het denken. Rationele en economische motieven voeren steeds meer de boventoon, samen met motieven als geluk en genot.

De vraag is, waar richten jouw verlangens zich op? Want verlangen doe je, of je je dat nou bewust bent of niet. De mens is een verlangend wezen. Maar richten jouw verlangens zich op deze wereld, op de dingen die je in je tijd op aarde kunt krijgen? Of richten jouw verlangens zich op God? Ik moet denken aan Psalm 84:3, waar de dichter zegt: ‘Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.’ Dat is zo sterk uitgedrukt. Dat zou ik ook graag willen. Maar het lijkt zo ver weg, bijna onmogelijk. Een hart, een lijf, dat roept om God. Honger hebben naar God, in je lichaam voelen dat je naar God verlangt. Dan ging geloven een stuk gemakkelijker.

Ik vroeg net, waar richten jouw verlangens zich op? Verlang jij naar liefde, naar geld, naar waardering?

Waar komen jouw verlangens vandaan? Probeer dat eens voor jezelf te bedenken. Dit heeft te maken met de vraag waar jij naar verlangt; de oorsprong van je verlangens bepaalt de richting van je verlangens. Eigenlijk is de vraag: door wie laat jij je beïnvloeden, wat laat je binnen in je hart? Spreuken 4:23 zegt: bewaak je hart. Van alles wat je bewaakt moet je vooral je hart bewaken. Wees zuinig op je hart en op wat daar binnenkomt. Je kunt iets bewaken zodat er niets uitgaat, een kluis bijvoorbeeld, daar stop je geld in zodat het niet door iemand wordt meegenomen. Je waakt over je bezittingen. Maar je kunt ook waken over grenzen om te voorkomen dat mensen of goederen binnenkomen. Dat laatste is wat Spreuken bedoelt. Bewaak je hart. Vooral je hart, want in je hart zitten je verlangens. En welke verlangens zijn dat? Zijn dat verlangens waarmee je op jezelf gericht bent of verlangens waarmee je op God en je medeschepselen gericht bent? Wees kritisch op de beïnvloeding van je verlangens.

En waar zoek je de vervulling van je verlangens? Sommige verlangens kun je niet goed of fout noemen. Het verlangen naar liefde en geborgenheid, het verlangen naar zekerheid, het verlangen naar waardering en aandacht. Maar je kunt voor de vervulling van die verlangens verschillende kanten op kijken, naar afgoden of naar God. Wie vervult je verlangens echt? Kun je zo van jezelf houden dat je verlangen naar liefde wordt vervuld? Of moet een dergelijke liefde van buitenaf komen? Maar kan een medemens je zoveel liefde geven (en daar trouw in zijn) dat je verlangen naar liefde werkelijk wordt vervuld? Of moet je daarvoor bij God zijn? De wereld om ons heen, de samenleving zonder God, wijst voor de vervulling van je verlangens op dingen die het uiteindelijk niet kunnen waarmaken: spullen die vergaan, sterfelijke mensen, wispelturige koersen. Bedenk goed waar je de vervulling van je verlangens zoekt.

Nu kan ik me voorstellen dat je denkt: de verlangens die ik heb, heb ik gewoon, daar valt niet zoveel aan te veranderen. Ik hou nou eenmaal van mooie kleren dus wil ik die kopen. Ik ben nou eenmaal erg gevoelig voor de waardering van anderen dus verlang ik ernaar die te krijgen. Ik verlang nou eenmaal naar een zorgeloos bestaan dus wil ik veel verdienen. Toch is het niet zo dat je verlangens vastliggen. Dat is een leugen die je zondige hart je probeert aan te praten. Verlangens kunnen veranderen. Anders zou dat gevecht om het hart ook nergens op slaan. Als er geen terrein te winnen was, als de dingen niet veranderen konden, dan hoefde er ook niet gevochten te worden. Hier staat veel op het spel. Een hart dat gevuld is met alleen maar godloze verlangens kan niet de eeuwigheid bij God doorbrengen. Wie niet verlangt naar God heeft in de hemel niets te zoeken, wil daar ook helemaal niet zijn. Het bevrijdende is nou juist dat je verlangens kunnen veranderen, dat God je verlangens kan veranderen. Dat is waar Hij voortdurend mee bezig is. Hij maakt zichzelf bekend. Hij laat zien wie Hij is, liefdevol en betrouwbaar. Hij is onsterfelijk, Hij is almachtig en Hij kan doen wat Hij belooft. God laat zien dat Hij je verlangens kan vervullen; de goede verlangens die het waard zijn om vervuld te worden en die je leven mooi maken. En God ontmaskert de afgoden, de loze beloften, zodat je gaat inzien dat ze niet geven wat ze je voorspiegelen. Zo wil God je verlangens veranderen. Zo wil Hij je hart vullen met verlangen naar Hem.

Tegelijk blijf je leven in deze wereld, blijf beïnvloeding door reclame, films en media ondergaan. Wij hoeven niet weg te vluchten uit deze wereld of ons af te schermen van de samenleving. Jezus zegt in Matteüs 15: niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein maar wat de mond uitgaat, want dat komt uit het hart, die dingen maken een mens onrein. Oftewel, het leven in deze wereld maakt je niet slecht in de ogen van God. Wel het slechte dat uit je hart komt. Bewaak daarom je hart. Besef dat er om je hart gevochten wordt. En laat God dan steeds meer terrein winnen. Laat zijn verlangens voor jou, jouw verlangens worden. Opvallend genoeg heeft de Bijbel het ook over Gods verlangens. Bijvoorbeeld in Jesaja 62:4, daar spreekt God tegen Jeruzalem: ‘Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen en je land Mijn bruid. Want de HEER verlangt naar jou en je land wordt ten huwelijk genomen.’ De stad Jeruzalem staat hier voor Gods volk en dat God bij zijn volk woont. Daar verlangt Hij naar. Het is ook de beloofde toekomst. Openbaring 21:3 zegt: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.’ Dat dit verlangen heel diep zit bij God ontdek je in Efeziërs 1:4-5, daar staat: ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden.’ Wat is dit troostvol, in al je worstelingen mag je weten dat God naar jou verlangt.

Ik verlang naar meer invloed van God op mijn leven en dat het geloof meer doorwerkt in mijn leven. Maar het is een worsteling. Er is die strijd, de druk op mijn geloof, de beïnvloeding. Maar sterker dan mijn verlangen naar God, is zijn verlangen naar mij.

Hoe waak je nu over je hart en (als je ze hebt) over dat van je kinderen? Als ouders wil je je kinderen dichtbij de Here houden. Maar je ziet en je voelt de wereld aan ze trekken. Net zoals de wereld aan jou trekt. Maar je weet dat je kinderen kwetsbaar zijn, beïnvloedbaar. Uiteindelijk sta je er samen voor. Ouders, kinderen, ouderen, voor ons allen geldt: waak over je hart. Maar hoe zorg je er voor dat je verlangens op God gericht raken? Eigenlijk is het heel simpel: ga veel met God om. Wees in zijn nabijheid door in de Bijbel te lezen en te bidden. Zo ga je verlangen naar waar God naar verlangt. Zo ga je mooi vinden wat Hij mooi vindt, en belangrijk wat Hij belangrijk vindt. Je ontdekt ook steeds meer het contrast tussen wat vanuit de ongelovige samenleving op je afkomt en wat vanuit God op je afkomt. Behalve bidden en Bijbel lezen denk ik ook aan de liturgie, thuis en in de kerk. Bij liturgie gaat het onder andere om zingen. Zing over het verlangen naar God. Veel Psalmen zijn daar vol van (25:1, 33:20, 40:1, 73:28, 84:3, 119:20, 145:16 en 19). Let dan op de dubbele beweging, je kunt zingen over wat in je hart is, je uit je gevoelens, maar zingen kan ook iets in je brengen: het verlangen wat je miste.  Zingen is uiten maar brengt je ook terug wat je kwijt was.

Soms is het ook God zelf die het verlangen naar Hem traint en jouw verlangen op Hem richt. In Hosea 3 lees je dat God aankondigt dat de Israëlieten ‘geruime tijd verstoken blijven van koning en leiders, van offers en gewijde stenen, van orakels en huisgoden.’ Met als gevolg dat (vers 5): ‘ze weer verlangen naar de HEER, hun God, en hun koning David; en uiteindelijk keren ze vol ontzag terug naar de HEER en zijn zegen.’ God kan dingen uit je leven halen om je verlangen weer op Hem te richten. Hoewel je dat als moeilijk kunt ervaren is het genade, want het uitzicht is een mooier leven. Wij mogen God ook vragen om op Hem gerichte verlangens. Paulus bidt in 2 Tess 3:5 voor de gemeente: ‘Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.’ Dat mag je ook voor jezelf bidden. Ik sluit af met het gebed van Psalm 139:23-24. ‘Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.’

Amen.

 

Overdenking zondag 21 juni

Vooraf  psalm 69 door Date Jan

Votum en groet,
gebed
Opw 518                                    https://www.youtube.com/watch?v=TipiBpXAbmo
Lezen Jeremia 20: 7-13
Overdenking
Wat de toekomst brenge moge   https://youtu.be/DYlE4ld4Dw4
gebed
Groeten uit de gemeente            https://youtu.be/9GZpgBHPwQg
zegen
We’ll meet again                         https://www.youtube.com/watch?v=tjoEzDY_pcI

 

Stel je was een profwielrenner in het begin van deze eeuw. Dan had je de keuze tussen: geen doping gebruiken of wel doping gebruiken. Als je geen doping wilde gebruiken, dan kon je alleen met heel veel geluk winnen. Met doping ging het gemakkelijker. Het was een geheim in het peloton, dat veel wielrenners verboden middelen gebruikten: ze wilden winnen. Soms was de keuze heel gemakkelijk: of je doet mee, of je bent ontslagen. Over dat geheim werd jarenlang gezwegen. Je wist er wel van, deed er waarschijnlijk aan mee, maar erover praten dat was “not done”. De boodschap was heel duidelijk: wij gebruiken niets, helemaal schoon rijden we onze wedstrijden. EPO? Nooit van gehoord. Spierversterkers? Niet gezien.

Van buiten werd er wel getrokken: je werd bevraagd. Journalisten deden onderzoek. Steeds kwam het onderwerp weer naar boven. Was het allemaal wel eerlijk? Werd er niet gebruikt? Soms viel er niets meer te ontkennen, werden renners op heterdaad betrapt. Bewijs dat het allemaal niet klopte. En er werd druk uitgeoefend. Meer en meer.

Druk van binnen om te zwijgen, druk van buiten om te praten. En als renner zat je in de knel. De enige veilige plek: de fiets tijdens de koers. Tenminste, als je jouw mond gehouden had. Als je dat gezegd had, wat iedereen zei: de boodschap is, er is geen probleem. We gebruiken niet. Diegenen die het wel doen, dat zijn eenlingen. Het is niet structureel, niet door een ploeg. Er zijn geen banden met bepaalde artsen.

Misschien herken je dat: jij moet een bepaalde boodschap vertellen en de wereld haalt de schouders op, maakt het belachelijk. Zet je onder druk om het anders te doen. Het los te laten.

Jezus zegt het later over zijn volgelingen: je zult van Mij getuigen, maar de mensen zullen het je niet in dank afnemen. Als je voor Mij opkomt, dan kan het je iets kosten. Het kan je familiebanden kosten, omdat ze na je bekering niets meer met je te maken willen hebben. Het kan je jouw leven kosten, omdat het gevaarlijk gevonden wordt, dat je gaat geloven. Geloven is lang niet altijd een succesverhaal. Zo wordt het wel eens voorgespiegeld. Als je gelooft en bidt en op God vertrouwt, dan komt alles goed. Het zal je goed gaan. Maar zo spreekt de bijbel niet, zo zegt Jezus het niet. Lijden en moeite gaan aan een gelovige niet voorbij. En dus de ene dag kan je een loflied zingen, op de machtige God. De volgende dag zing je een klaaglied. Vanwege je tranen, de pijn, de moeite die je ervaart. Soms juist omdat je gelooft.

Iemand die daar over mee kan praten is Jeremia. Ik ben profeet tegen wil en dank. Ik heb er niet voor gekozen, maar ik moet wel. Ik word door U God gedrongen, je zou haast zeggen gedwongen om te spreken. En de mensen willen het niet horen. Ze hebben er geen boodschap aan. Jeremia verwoordt het in een klaaglied.

L Jeremia 20: 7-13

HEER, u hebt mij verleid, en ik ben bezweken, u was te sterk voor mij en hebt mij in uw greep gekregen. Dag in dag uit lachen ze om mij, iedereen bespot mij. Telkens als ik spreek, moet ik schreeuwen: “Ik word mishandeld, onderdrukt!” Want de woorden van de HEER brengen mij dag in dag uit schande en vernedering. Als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen, niet meer spreken in zijn naam, dan laait er in mijn hart een vuur op, dan brandt het in mijn gebeente.

Ik doe moeite om het in bedwang te houden, maar ik kan het niet. Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.” Maar de HEER staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep.

Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten. HEER van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat u zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor. Zing voor de HEER, loof de HEER, want hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.

Jeremia moet de val van Jeruzalem aankondigen. Hij moet de wegvoering van het volk vertellen. Hij moet zeggen, dat ze het land zullen plunderen. En dat wordt hem niet in dank afgenomen. Hij wordt met een stok geslagen en in een blok gezet. Afgebeuld terwijl hij de waarheid spreekt. Daarna moet hij zijn beul nogmaals de waarheid zeggen.

Vanwege het woord van God geslagen worden. Zo erg is het hier nog niet. Je wordt meewarig aangekeken: geloof jij nog. Dat is toch al achterhaald. Ingehaald door de wetenschap. Maar goed als jij wilt geloven … Moet jij weten.

Zo is het niet overal op deze wereld. Je kunt vervolgd worden vanwege je geloof. Achtergesteld, getreiterd. Hoe houd je dat vol?

Jeremia zegt: ik wilde niet spreken. Ik wilde zwijgen, maar ik kon het niet. Ik moest mijn mond wel opendoen. En dan gebruikt hij sterke woorden: God heeft hem overgehaald, hem verleid toch te spreken. Profeet tegen wil en dank.

Opkomen voor de waarheid. Ook als je belachelijk gemaakt wordt. Als je uitgelachen wordt. Als je nagedaan wordt … Kijk dat zijn nu die volgelingen van Jezus. Die denken dat er een hemel is. Dat er later een nieuw leven is. Die denken het allemaal zo goed te weten. God zegt …

Jeremia voelt zich knel zitten tussen God en de mensen. Van God moet hij spreken, voor de mensen kan hij beter zijn mond houden. Dat is ook beter voor hemzelf. Maar zwijgen kan hij niet.

Wees God meer gehoorzaam dan de mensen. Dat is gemakkelijker gezegd, dan gedaan. Roei maar tegen de stroom in … Dat is zwaar en niet gemakkelijk.

Het enige waardoor hij het volhoudt, is de wetenschap, dat God sterker is. Dat God hem zal helpen. Maar o wat heeft hij het zwaar. Hij prijst God omdat hij weet, dat God hem zal redden. Dat houdt hem overeind. En de omstanders zeggen: tegen beter weten in. Moet je kijken: geslagen, vernederd, bespot. Alsof er een God is die hem helpt … waar is Hij dan?

Herken je Jezus, de Zoon van God? Bespot, geslagen, vernederd, zelfs gedood. Als dat met de Heer overkomt, dan is het toch niet verwonderlijk, dat zijn volgelingen in dit lijden delen? En dan net als Jezus toch hoog opgeven van Vader in de Hemel. Dan moet je niet letten op de omstandigheden, maar dan moet je God kennen zoals Hij is.

Blijf hoog opgeven van God en zijn geef woorden aan de boodschap van redding. Wat het je ook mag kosten.

Heeft het evangelie jou wel eens zo in het nauw gebracht?

Klagen mag. Waar wil je over klagen en kan je dat net als Jeremia toch verbinden met Gods grootheid.

 

Overdenking zondag 14 juni

Psalm 100 (Date Jan bespeelt het orgel)
Votum en groet
Gebed
L. Opw 623 Laat het huis gevuld zijn https://www.youtube.com/watch?v=9Bnc5yYDtkQ
Lezen Jesaja 12
Overdenking
How great thou art  https://youtu.be/XQhn7TcMLok
Gebed
Collecte voor de Diaconie
Gemeentegroet  https://youtu.be/ly0ciHp4p_Q
Zegen
Psalmen voor nu 145 https://www.youtube.com/watch?v=39y7i3-60uM

Overdenking Jesaja 12

Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal u loven, HEER. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, u troost mij. God, hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de HEER is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, hij heeft mij redding gebracht.’ Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.

Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de HEER, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam. Zing een lied voor de HEER: wonderbaarlijk zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten. Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’

 

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dat is een spreekwoord, dat we wel eens gebruiken. Je praat graag over de dingen, die je echt raken. Waar je blij van wordt, wat je verdrietig maakt. Daar raak je niet over uitgesproken. Dat zit van binnen, en dat moet eruit.

Je kunt een emmer hebben, die overloopt. Dan stroomt het water over de rand. En er is geen houden aan. En dat water vormt zich tot een stroompje en het blijft maar gaan, het blijft maar gaan.

Er was eens een hevige regenbui. Het hoosde. En de riolering kon al dat water niet meer aan. Het water kwam omhoog. Het vulde de gootsteen, totdat die ook vol was. En er was geen houden aan. Het water stroomde zo de keuken in.

Dat is het beeld aan het einde van dit hoofdstuk: Israël heeft de mond vol over de geweldige daden van God. En het gaat heel de wereld over.

Vandaag de dag lijkt het ook alsof twee onderwerpen heel de wereld over gaan: er is een virus en het lijkt alsof er nergens een veilig plekje is. Elk land moet ermee aan de slag. Ieder land heeft een viroloog, een eigen Jaap van Dissel. En ieder land heeft zijn eigen regels. Het andere onderwerp is racisme. In veel landen zijn er protesten. Er is een luide roep, dat er nu iets moet veranderen. Het gaat heel de wereld over.

Volgens Jesaja past de naam van God in dat rijtje. Zoals ieder met het virus te maken heeft. Zoals ieder een mening over racisme moet hebben, zo moet ieder praten over wat God gedaan heeft, doet en nog zal doen. Heel de aarde moet het weten.

Maak er een geweldig loflied van.

Loven is hoog opgeven van iemand. Is iemand prijzen: onder woorden brengen hoe geweldig hij of zij is. Dat het een inspiratiebron is voor je eigen leven. Je kijkt naar iemand op. Je luistert naar de woorden en dat wil jij ook. Je wilt er alles aan doen om in iemands voetsporen te gaan. Om net zo groot, belangrijk, nederig te zijn.

Jesaja roept op om God te loven. Om zijn geweldige daden te vertellen. En dan laat hij het open. Het is aan ons om het in te vullen. Het is aan jou om te bedenken waarom de naam van God voor jou zo verheven is. Waarom die naam van God zo groot is, dat iedereen het moet horen. Waarom iedereen onder de indruk moet zijn van de grootheid van God. Dat iedereen moet weten, dat God in het midden van de volken woont.

Dat tweede gedeelte is aan ons. Jesaja zegt: jullie zullen. Jullie zullen samen juichen, jullie zullen samen zingen. Jullie zullen samen jubelen. Want God heeft ons iets groots gedaan.

Logische vraag, die de volken dan aan je zullen stellen: wat heeft God dan gedaan? Aan jou om er antwoord op te geven.

Het eerste gedeelte is voor jezelf. Ik zal U loven. Ik zal zeggen: terecht, dat U woedend was. Maar U troost mij nu. Ik sta weer vast op mijn benen en ik zal stevig staan. Met U aan mijn zijde brengen ze me niet zomaar uit mijn evenwicht.

En God zegt: jullie zullen vol vreugde putten uit de bron van je redding.

Bij ons komt water uit de kraan. We hebben een heel leidingnet. Ergens halen ze het water uit de grond, zuiveren het en dan komt het bij ons. Hoeven we niet over na te denken. In de oudheid en nog in vele landen gaat het anders. Je hebt een bron, waar zuiver water uit de grond komt. Of je hebt een rivier waar water doorheen stroomt. Veel grote steden liggen aan een rivier. En dat is niet voor niets. Water is van levensbelang.

Een bron is de oorsprong. Is het begin. Is als je alles weghaalt, wat er overblijft. Jeruzalem had een eigen bron. Dat was de watervoorziening. Het lag buiten de poort, maar er was genoeg zuiver water voor de stad.

Wat is de bron voor je leven waar je uit put? Wat is de oorsprong van je keuzes, van je manier van leven? Hoe spreek je, hoe denk je, wat is belangrijk voor je. Wat staat als een paal boven water. Dat is de vraag die God stelt.

Israël zocht zijn zekerheid bij Assyrië, dan weer bij Egypte. Het dacht in legers, in paarden en wagens. En het vergat God. God zegt: Jeruzalem had zelf water, maar jullie wilden het water van de Eufraat, of het water van de Nijl (Jes. 8:6) Ze vertrouwden God niet. En dat nam God hen kwalijk. Daar was Hij woedend over.

Maar dat was geweest. Nu was het weer voorbij. Het volk vertrouwt weer op God. En God zal beschermend om zijn volk heen staan.

Dat leidt logisch naar een tweede vraag: Is God ook voor jou de bron waar jij met vreugde uit put?

Overdenking zondag 7 juni

Vooraf:  Opw 705 – Toon mijn liefde – https://www.youtube.com/watch?v=vSTknxrw8E4
Votum en groet
Gebed
Groeten uit de gemeente – https://youtu.be/YsS4G7I3OqA
Geloofsbelijdenis
Collecte
Orgelspel Gezang 176: ‘k geloof in God de Vader die uit niets
Lezen Galaten 5 : 13 – 18
Overdenking
Opgenomen zang van muziekgroep  – Opw. 764 – Zegekroon – https://youtu.be/ieyzCVl4ceU
Gebed
Orgelspel Psalm 150: Loof de Heer uw God alom
Zegen

Lezen Galaten 5 : 13-18

Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden.

Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet.

Gods Geest verandert ons en we Verlangen naar verbondenheid

Vorige week vierden we het Pinksterfeest.
We vierden dat God de Heilige Geest gaf.
Die Geest verandert mensen. Die Geest verandert u, jou en mij.
Op wat voor manier is het in jou leven zichtbaar dat Gods Geest is uitgestort.
Op de eerste Pinksterdag was het effect van de Geest duidelijk te zien bij de mensen.
Ze leefden anders, waren op elkaar betrokken en ze waren van grote betekenis voor de stad.
Maar dat was toen, in de begin tijd van de kerk, zo’n 2000 jaar geleden.
Wij leven nu, in een andere tijd, onder andere omstandigheden.
In hoeverre is er nu nog iets merkbaar van de verandering die de Geest brengt.
De mensen denken bij de kerk niet spontaan aan een positieve gemeenschap die belangrijk is voor het land, de stad en ons dorp!
Een plek waar je terecht kunt met je zorgen, met je problemen. Een veilige plek waar je geholpen wordt en hoop vind. Meestal zijn we niet zo open en enthousiast over onszelf en over ons geloof.
Paulus laat ons zien dat hij er anders in staat, het maakt hem niet uit hoe mensen over hem denken, het maakt hem uit hoe God over hem denkt.

God maakt zijn lever mooier door de Geest die in hem is.

In Galaten laat Paulus zien dat het geloof iets goeds is, wat positief effect op de mensen heeft.
God verandert ons door zijn Geest, in mensen die gewaardeerd worden door God en door onze medemensen.
Nu kun je denken dat zichtbare vruchten van de Geest vooral iets is van die eerste gemeenten.
Zij leefden in een andere tijd. Zij leefden op een heel bijzondere manier met God.
Voor ons is geloof veel meer onderdeel van ons gewone leven, onze cultuur.
Maar… Paulus schrijft deze brief jaren na Pinksteren aan een gemeente met mensen die er bij het Pinksterfeest niet bij waren.
De situatie van de Galaten lijkt toch wel heel erg op die van ons.
Als de Heiige Geest bij hen de vruchten laat groeien,
mag je dat ook bij ons verwachten.
Maar niet uit ons zelf.
God red ons leven door Jezus, en niet door wat wij zelf doen.
Wij zijn kinderen van God, gered door Jezus die zijn leven voor ons gaf.
En als je gered bent blijft je leven niet hetzelfde.
Door die redding zijn we verbonden aan Jezus onze Heer.
En verbondenheid, daar verlangen we naar.
Vooral als we ons eenzaam voelen.
Niemand vind het leuk om alleen te zijn.
Als je op school niet mee mag doen met andere kinderen of altijd als laatste gekozen wordt bij spelletjes, kun je je verdrietig voelen.
Toen je een hele lange tijd niet naar school kon en je thuis les kreeg van je vader of moeder, heb je je misschien wel eenzaam gevoeld omdat je de vrienden en
en je klasgenootjes moest missen.

Als je op je werk altijd in je eentje je koffie drinkt of als er nooit iemand aan jou vraagt hoe jou weekend was.
Of als je nu al weken lang geen collega ziet omdat iedereen achter z’n eigen laptop
In z’n eigen woonkamer zit, kan het beklemmend zijn.
Iedereen wil graag ergens bij horen.
Mensen verlangen naar een band met anderen.
Alleen zijn is niet leuk. Het past niet bij ons.
Het goede nieuws van de Bijbel is: God verbindt zichzelf aan ons door Jezus Christus.

Dat betekend dat God altijd bij je is, hoe eenzaam je je ook voelt.
Hij is voor altijd een relatie met ons aangegaan.
Voor u is het misschien niet nieuw, maar de boodschap dat God zichzelf aan ons verbindt, is belangrijker dan ooit.
Veel mensen zien dat niet. Ze denken misschien dat geloven ouderwets is en zo lijkt het soms ook.
Alsof geloven iets uit het verleden is waar we langzaam aan voorbij groeien.
Dan hoor je mensen verwondert vragen: geloof jij nog in God?
Dat is toch achterhaald!
In de kerk zit je vast aan oude gewoonten en regels waar je niets wijzer van wordt.

Laat het achter je!
Begin er niet aan!

Zullen ze begrijpen wat jij er zo mooi aan vind?
Zullen ze kunnen bevatten dat het geloof voor jou zoveel betekend?

God verbindt zichzelf aan ons en dat betekend dat er een band is tussen Hem en ons.
Een band die gevolgen heeft voor je leven.
Dat botst met onze cultuur.
We zijn steeds meer gewend dat we elkaar vrij laten om te zijn wie we willen zijn.

Ik gun jou dat jij je leven zo inricht zoals jij dat wilt en daar bemoei ik me niet mee.
Jij laat mij de ruimte om te doen en laten wat ik wil en daar bemoei jij je niet mee.

Onze band moet vooral niet te stevig zijn, het mag niet knellen.
We doen alsof iedereen gelukkig wordt als je elkaar vrij laat.
Maar de kloof tussen mensen wordt groter. Juist nu mensen afstand van elkaar moeten houden, beseffen we dat we elkaar nodig hebben en dat we die kloof op de een of andere manier moeten overbruggen.
Allerlei nieuwe vormen van verbondenheid duiken op, zoals samen zingen op het balkon, samen doneren voor de voedselbank of met een hele groep video bellen.
Door de ruimte die we elkaar geven komen we op afstand van elkaar te staan.
Ook om u heen zijn mensen eenzaam. Mensen die u misschien elke dag ziet.
Hoe sterk bent u verbonden met de mensen om u heen?

Buren, collega’s, dorpsgenoten!

Wij weten dat we door Jezus verbonden zijn.
Jezus sluit aan bij onze situatie.
Dat is iets wat in onze tijd opvalt.

De laatste jaren hebben de kerken het moeilijk. Geloof is voor steeds meer mensen iets geworden dat vooral op de zondag betekenis heeft, als je naar de kerk gaat.
Op zondag vallen christenen op door wat ze doen, maar op andere dagen zijn ze vaak nauwelijks te herkennen.
In je eigen situatie, op je werk, thuis, is het moeilijk om woorden en daden aan je geloof te voegen.

Maar dit jaar is het anders.
Op dit moment zijn de kerken dicht en viert u allemaal zondag in uw eigen omgeving. We vinden het lastig dat kerkdiensten niet door kunnen gaan, maar er is wel iets moois aan, juist deze manier van kerk-zijn, in je eigen huis, tussen de spullen waar je de rest van de week mee aan het werk bent.
Juist hierin sluit Jezus aan bij onze situatie.

Hij laat zien dat Hij niet los staat van het dagelijks leven, hij sluit er naadloos bij aan.
In ons leven van elke dag komt Jezus met Zijn woorden van leven.
Jezus wil in jou werk met jou verbonden zijn, in de keuzes die je maakt, in de plannen die je hebt, met de idealen waar u voor leeft, met uw verdriet en enthousiasme.

Kijk om je heen.
God sluit bij je aan in jouw situatie, in uw leven van elke dag.
Thuis, in je vriendschappen, in je werk, in de contacten die je hebt.
Daar komt Jezus met Zijn boodschap van nieuw leven.
Een boodschap die goed nieuws is voor de wereld.
Die alles in een ander perspectief zet omdat we door die boodschap een toekomst met God hebben.
Vier dat goede nieuws met elkaar en laat het doorklinken in de dingen die je elke dag doet.
Laat merken dat Jezus u hoop geeft als u morgen achter uw laptop zit te werken, of als je volgende week bij een klant op bezoek gaat of door de supermarkt loopt.
God is niet ver weg. Jezus is er bij.
Elk moment van de dag. Iedere dag opnieuw.
Hij luistert naar wat je zegt, naar wat je vraagt, naar je worsteling en je hoop.

Hij sluit aan bij waar jij bent en komt in uw leven met Zijn Heilige Geest.

Zo geeft Hij ons hoop en wenst ons vrede toe.
Zo zegent hij ons. Zodat wij in Zijn naam op onze plek tot zegen kunnen zijn.

Amen

Overdenking zondag 31 mei

Vooraf:

Psalm 87:     https://www.youtube.com/watch?v=BgJlCqyqyN8

votum groet

Kijkdoos

Nu bidden wij met ootmoed en ontzag

Gebed

Groeten uit de gemeente     https://youtu.be/4Nkw7FDpYH0

Overdenking

We geven het licht door   https://vimeo.com/user21828330/review/420703183/188ff131d7

Samen in de naam van Jezus

gebed

Wat de toekomst brenge moge

Zegen

U geeft rust (door alles heen)  https://www.youtube.com/watch?v=HEqe9KUPKK0

 

We vieren Pinksteren vandaag. Oogstfeest. Vijftig dagen geleden vierden we het begin van de oogst. Nu na zeven weken van zeven dagen vieren we dat de oogst is binnengehaald. Vijftig dagen geleden ging het om de eersteling. Nu gaat het om de overvloed. Vijftig dagen geleden vierden we Pesach: het herinnert aan de verkregen vrijheid. God bevrijdde zijn volk uit Egypte. Hij verloste het van slavernij. En op dat feest stond Jezus uit de dood weer op. Daarvoor was Hij gekruisigd. Gestorven en in een graf gelegd. Met Pesach vieren we de overwinning op de dood. Jezus is de eersteling, die uit de dood is opgestaan. Toen het volk bevrijd was, begon het aan de reis door de woestijn. En na vijftig dagen stond het bij de berg. Een berg gehuld in vuur en wind. En God sprak. Hij sprak al de woorden, die nodig zijn om het volk bij de verkregen vrijheid te bewaren. God bevrijdde en Hij gaf.

Vijftig dagen na het feest van de bevrijding is het nu het feest om ons bij die vrijheid te bewaren. God laat ons niet alleen. Hij stort zijn Geest over ons uit. Om ons bij te staan, om ons de weg te wijzen, om ons te inspireren, om te zuchten, om ons te troosten, om ons woorden te geven, zodat wij kunnen spreken. Zijn tekens zijn vuur en wind. Adem. Van levensbelang. Je kunt geen dag zonder. En vuur. Dat je verwarmt, dat veiligheid betekent. Vuur dat zuivert.

Het is mogelijk om met je adem een kaarsje uit te blazen. Maar het is onmogelijk om met je adem een vuur te doven. Als de wind het vuur aanwakkert, wordt het alleen maar groter. Vuur kan lang ondergronds blijven branden. Maar het wil weer naar de oppervlakte.

Wij hebben de Geest gekregen om getuigen te zijn. Om woorden te geven aan vrijheid. Gekregen vrijheid. Begrensde vrijheid. Want ons leven is niet van onszelf. Wij leven in afhankelijkheid van God.

 

Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Genade en vrede van God, Onze Vader door onze Heer Jezus Christus.

 

We vieren vandaag feest. En bij feest passen slingers en ballonnen. Vorige week ging het daar al over. En er moesten dus slingers komen voor de kijkdoos.

En deze week gaat het over de Geest. De Geest die ervoor zorgde, dat gewone mannen door iedereen in hun eigen taal te verstaan waren. De Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan. Daarom komt er deze zondag naast de slingers ook een tong van vuur erbij. En je moet er God in een andere taal op schrijven.

En dan is de kijkdoos af. We hebben een hele reis gemaakt. Van Pasen tot Pinksteren. Elke week kwam er iets bij. En nu is het klaar.

Nu bidden wij met ootmoed en ontzag

Gebed

Groeten uit de gemeente

Lezen Handelingen 2: 1-13

Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië – wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’

We geven het licht door

Want de Geest doorbreekt de grenzen, die door mensen zijn gemaakt. De Geest breekt muren af. En het doel is dan om mensen bij Jezus te brengen. Hij trekt mensen aan. Dat zie je die eerste Pinksterdag al gebeuren. De mensen komen af op het geluid van de wind, en ze zien de tongen van vuur. Als ze willen weten wat er hier aan de hand is, dan geef het Petrus de gelegenheid om over Jezus te vertellen. Jezus is de Redder van de mensen. En de vraag is dan: wat moeten wij doen? En het antwoord is: keer je naar God. Laat je huidige leven achter je. Laat je redden door Jezus. Laat je dopen in zijn Naam. Dan zullen je zonden je vergeven worden. En krijg ook jij de Heilige Geest.

Dat is Pinksteren: heel de wereld moet horen van Jezus. Met de oproep om Hem te volgen. En zo de Geest te ontvangen. En vertel dan zelf over Jezus. Over de gekregen vrijheid. Over de hulp van de Geest. Waarom je blij bent met een God die zo overvloedig geeft.

Zo brengt de Geest ons samen in de naam van Jezus.