Bericht van Inlia: “Mijn moeder leeft nog? Is dit een grap?”

Een Ethiopische moeder wordt herenigd met haar kinderen, dankzij een gezamenlijke krachtsinspanning van INLIA en Goedwerk. Een goed nieuws verhaal in twee delen. Deel 2

Hassan kan het bijna niet geloven. Hij dacht dat zijn moeder tijdens de vlucht uit Ethiopië was omgekomen. Het hele gezin moest drie jaar geleden op de vlucht slaan omdat drie van de kinderen van moeder Sabu politiek actief waren. De gezinsleden raken elkaar kwijt. Sabu belandt in Nederland, zonder enig idee waar haar kinderen zijn.

Ook Hassan is de rest van de familie kwijtgeraakt. Hij werd gepakt en heeft twee jaar vastgezeten. Toen hij vrijkwam is hij gaan zoeken. Tevergeefs. Na een jaar vruchteloos zoeken verliest hij de hoop dat zijn moeder nog leeft. Hij heeft dan al drie jaar niets van haar gehoord. Totdat de Goedwerk Foundation hem traceert en het goede nieuws vertelt.

Goedwerk is ingeschakeld door INLIA omdat de Amsterdamse stichting veel kennis en ervaring heeft in Ethiopië. De oprichter komt zelf uit het land. Ze ondersteunen mensen die terug willen keren naar Ethiopië bij het regelen van de benodigde papieren, maar ook door het bieden van nazorg ter plekke zodat terugkeer een duurzame oplossing is. Een ideale partner voor INLIA dus.

De zaak van Sabu is er eentje die doorzettingsvermogen vergt van beide stichtingen. “We hadden echt wekelijks contact”, vertelt Juliette van Goedwerk. Er is een brondocument nodig om Sabu’s identiteit te bewijzen, zodat ze kan reizen. Door de onrust in de regio lukt het Hassan echter niet om dit naar Addis Abeba te brengen. “Dus heeft onze collega het opgehaald en naar Nederland gebracht.”

De collega heeft een pasfoto bij zich van Sabu, nodig voor het brondocument. Hassan bekijkt de foto steeds opnieuw. Hij kan eigenlijk nog niet geloven dat zijn moeder leeft. Is het geen oude foto? Pas als hij haar later aan de telefoon heeft, durft Hassan het echt te geloven. Sabu leeft. En ze komt terug!

Ondertussen kijkt INLIA in Groningen hoe het zit met de medische gesteldheid van Sabu. Ze ziet heel slecht. De eerste diagnose luidt: staar, operatie nodig. Maar de wachtlijsten zijn lang en Sabu wil niet wachten. Ze wil naar haar kinderen. Gelukkig blijkt vervolgens dat een operatie toch niet nodig is, maar enkel een bril.

Als ondertussen ook het laatste papierwerk met de ambassade is geregeld – die hield eerst nog vol dat de nationaliteit niet was aangetoond, vertelt Juliette – helpt Anne Sabu met inpakken. De reis is ondertussen geregeld door IOM, de internationale organisatie voor migratie van de VN, waar INLIA al jaren goed mee samenwerkt. Een onmisbare partner. Iemand van de IOM zal met Sabu meereizen.

Op Schiphol zwaait Juliette Sabu uit en belooft haar binnenkort op te zoeken. Een belofte die ze een maand later inlost. “Wát een leuke ontmoeting was dat”, vertelt Juliette. Ze zien elkaar in Adama, 1,5 uur rijden van Addis, een mooie, groene stad. “Sabu was zó blij om ons te zien. Een glimlach van oor tot oor. Ze bleef maar kussen en knuffelen ook. Ongemakkelijk voor ons Nederlanders, hoor, haha.” Sabu vertelt tot hilariteit van het gezelschap dat ze de eerste twee weken ziek werd van het eten; het was weer even wennen, dat Ethiopische eten.

Ze woont nu bij haar broer, met haar zoon en diens gezin. Sabu heeft voor het eerst de twee kinderen van haar zoon gezien. Haar kleinkinderen! Twee jongetjes die ze fijn kan ‘begrootmoederen’. De DT&V heeft voor nog wat extra financiële ondersteuning gezorgd. Het uitgebreide gezin heeft nu koeien en wat kippen, zodat ze eieren kunnen verkopen. Ze wil al haar zeven kinderen weer bijeen brengen, vertelt ze Juliette. Ze heeft er al drie weten te vinden.

“Ik ben jullie zo dankbaar. Ik voel me ook als jullie moeder”, zegt ze. En op de valreep: “Doen jullie de groeten aan de begeleidsters van INLIA? Ik mis hun echt.”

Bericht van Inlia: “Je kunt niet mee gaan zitten snotteren”

Een Ethiopische moeder wordt herenigd met haar kinderen, dankzij een gezamenlijke krachtsinspanning van INLIA en Goedwerk. Een goed nieuws verhaal in twee delen. Deel 1

Deze zomer hebben ze al een band opgebouwd; Sabu uit Ethiopië en Anne, perspectiefmedewerker bij INLIA. De oudere Ethiopische vrouw is de hartelijkheid zelve. Lachen, je handen vastpakken, gebaren. Zo probeert ze te communiceren. Via gesproken woord lukt dat niet; Sabu spreekt enkel een Koesjitische taal die door de Oromo-bevolkingsgroep in Ethiopië gesproken wordt. Het Amhaars, de officiële landstaal, is ze niet machtig.

Vandaag wordt er met hulp van de Goedwerk Foundation uit Amsterdam daarom twee keer getolkt; eerst van Sabu’s taal naar het Amhaars en dan van het Amhaars naar het Nederlands. Sabu’s boodschap is zonneklaar. In de waterval aan woorden die volgt nu ze zich eindelijk verstaanbaar kan maken, is de boodschap almaar: “Ik wil terug naar Ethiopië, terug naar mijn gezin”.

Sabu heeft nooit gescheiden willen zijn van haar kinderen en mist hen vreselijk. Het is van haar gezicht af te lezen, zien Anne en de collega’s van Goedwerk. Sabu is moeder en oma van een groot gezin. Ze heeft geen idee of haar kinderen nog leven. Maar ze wil hen vinden, desnoods hun graven.

Sabu is een warme vrouw, die graag zorgt. In 2017 woont ze met haar gezin in de onrustige Oromia-provincie. Er zijn etnische en politieke spanningen. Drie van haar kinderen zijn lid van een verzetsgroep. Wanneer de politieke situatie steeds explosiever wordt, is het gezin gedwongen op de vlucht te slaan. Iedereen vlucht alle kanten op, ze raken elkaar kwijt.  Haar broer weet Sabu veilig op een vliegtuig naar Nederland te krijgen.

Zo landt Sabu in december 2017 als enige van haar gezin op Schiphol. Ze vraagt asiel aan, maar de IND gelooft haar niet en het wordt afgewezen. Haar advocaat gaat zonder succes in beroep. Sabu wordt uit het asielzoekerscentrum gezet; ze heeft geen recht op rijksopvang. Hoe moet ze nu terug zien te komen? Zonder geld, zonder reispapieren? Zo komt ze bij INLIA terecht en vindt ze onderdak op de grote slaapboot in Groningen. Eenzaam zonder haar gezin en zonder iemand om mee te praten. Eenzaam tussen ruim honderd mensen.

Ze weet niet hoe het met haar kinderen en kleinkinderen gaat. Of ze nog in leven zijn. Of er nog iemand van haar gezin in leven is. Anne: “Gelukkig werken we samen met Goedwerk. Zij zijn specialist Ethiopië, dus we hoopten dat ze konden helpen. Zowel bij de terugkeer als bij het vinden van de familie.”

Goedwerk Foundation overtreft de verwachting ruimschoots. Niet alleen komt er een landgenoot mee naar het gesprek in Groningen, diezelfde landgenoot reist in de maanden daarna af naar Ethiopië als de speurtocht naar Sabu’s familie online niet vordert. Hij trekt vanaf de hoofdstad Addis Abeba verder het land in en weet het nummer van Sabu’s zoon te achterhalen. Anne krijgt het telefoonnummer door.

Op de slaapboot van de opvang in Groningen noteert Anne het nummer op een briefje, pakt een telefoon en gaat met Sabu aan een rustig tafeltje zitten. Ze toetst het nummer in en geeft zodra de man opneemt de telefoon aan Sabu: “Hassan”. Sabu slaat haar handen voor haar mond. Als ze de stem van haar zoon hoort, stromen de tranen over haar wangen.

“Het is een moment om niet te vergeten. Ik had een brok in mijn keel”, zegt Anne, “Al bleef ik natuurlijk professioneel. Je kunt niet mee gaan zitten snotteren.” Moeder en zoon kunnen van beide kanten nauwelijks geloven dat de ander nog leeft. Ze zijn dolblij. Sabu kan niet wachten om te vertrekken naar Ethiopië.

“En dan is het verbazingwekkend hoe lastig het is om iemand terug te kunnen laten keren”, zegt Anne. Zij en collega Juliette van Goedwerk zetten er samen de schouders onder, terwijl ook IOM (de hulporganisatie voor migratie) en de Dienst Terugkeer & Vertrek van het ministerie meehelpen. Toch duurt het nog een half jaar voordat de reisdocumenten worden afgegeven.

 

EH: de beste basis voor je toekomst!

Ben je op zoek naar verdieping van je geloof, persoonlijke ontwikkeling en/of een goede studiekeuze? Kies voor een goede basis voor je toekomst en start in september met een opleiding van de EH!

De opleidingen van de EH zijn maatwerk: we kijken naar jouw persoonlijke situatie en naar wat jij nodig hebt. Met ons onderwijs hopen wij dat je mag ontdekken dat (en hoe) je vanuit een levende relatie met God van betekenis kunt zijn voor je omgeving.

Het Basisjaar is een tussenjaar voor jongeren met een havo-, vwo- of mbo niveau 4-diploma als voorbereiding op een studie aan hbo of universiteit. Met ingang van het nieuwe cursusjaar biedt de EH ook de M-Route aan, een opleiding speciaal bedoeld voor jongeren met een mbo niveau 2 of 3 diploma, en die zij naast hun baan kunnen volgen. Ook nieuw is de cursus Studiekeuze, een cursus gericht op een studiekeuze die past bij jouw persoonlijkheid, interesses, kwaliteiten en talenten. De cursus Persoonlijke ontwikkeling is een programma van tien vrijdagen voor volwassenen die verdieping zoeken op persoonlijk en geloofsgebied.

Open dag in Amersfoort

Benieuwd naar wat de EH voor jou kan betekenen? In augustus zijn er verschillende mogelijkheden om de school tijdens een open dag fysiek te bezoeken. Je krijgt dan een toelichting op het onderwijsprogramma, je kunt de sfeer te proeven en luisteren naar ervaringen van studenten. Opgave via www.eh.nl is verplicht.

Nieuws van de Regiegroep Hereniging

De Regiegroep Hereniging stuurt het proces van samengaan van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde kerken aan. Maandelijks verschijnt er een nieuwsbrief van de Regiegroep. In de nieuwsbrief van juli staat een bericht over een voorstel voor een nieuwe regio-indeling, en een bericht over de doorstart van synode en landelijke vergadering in september.

Regio-indeling
De Regiegroep heeft in de eerste week van juni een voorstel voor een nieuwe regio-indeling naar de kerkenraden gestuurd. De GKv kent nu 28 classes, de NGK acht regio’s. Een classis of regio is in dit verband een groep van acht tot twaalf kerken die geografisch gezien redelijk dicht bij elkaar liggen. Afvaardigingen uit die kerken en predikanten zoeken elkaar met enige regelmaat op om met elkaar mee te leven, elkaar te bemoedigen en waar nodig te helpen. Ook hebben classes en regio’s een aantal formele taken rond de preekbevoegdheid en beroepbaarstelling van (aankomende) predikanten.

Bij het voorstel voor de indeling van classes en regio’s na de hereniging is een aantal vuistregels gehanteerd: een regio moet niet te groot zijn, zodat er aandacht kan zijn voor elke kerk afzonderlijk en gesprekken van hart tot hart mogelijk zijn. Een regio moet ook niet te klein zijn, om te voorkomen dat te veel taken op te weinig schouders komen te rusten en dat er te veel regio’s ontstaan. Op grond van deze twee uitgangspunten kwam de Regiegroep tot de richtlijn van maximaal vijftien gemeenten per regio en maximaal 35 regio’s in totaal. Op de homepage van de website van de Regiegroep, www.onderwegnaar1kerk.nl, staat een uitgebreider bericht over de voorgestelde regio-indeling, met een link naar het voorstel.

Synode/landelijke vergadering
Verder meldt de nieuwsbrief dat D.V. vanaf 19 september synode en landelijke vergadering hun gezamenlijke werk weer gaan oppakken. Naast bespreking van en besluitvorming rondom gezamenlijke rapporten van diverse deputaatschappen/commissies staan er dit najaar een paar stevige dossiers op de agenda. De nieuwsbrief besteedt aandacht aan het rapport van de commissie strategie en financiën en aan de volgende versie van de conceptkerkorde.

Livestream
Openbare bijeenkomsten van synode en landelijke vergadering zullen via een livestream te volgen zijn. Agenda en informatie over de livestream zullen tijdig geplaatst worden op www.lv-gs2020.nl.

Onderweg: ‘Ruim baan voor de ander. Zelfverloochening.’

OnderWeg jaargang 6 nummer 13

Nummer 13 van OnderWeg heeft als thema ‘Ruim baan voor de ander. Zelfverloochening.’

De afgelopen tijd stond en staat deels in het teken van wat je zelfverloochening kunt noemen: het afzien van dingen uit voorzorg voor jezelf en anderen. Constant krijgen we vanuit de overheid, maar ook van elkaar te horen: ‘Houd vol’. Maar hoe houd je zelfverloochening, oftewel dienen, vol? Dit nummer behandelt de betekenis en waarde van het begrip zelfverloochening, ook zoals de Bijbel daarover spreekt. De volgende vragen komen aan bod: ‘Kunnen we elkaar blijven dienen?’ Zal het meer omzien naar elkaar, eenvoudiger leven en rekening houden met elkaar duurzaam zijn?

Het themagedeelte begint met een Bijbelse verkenning van zelfverloochening door predikant Robert Roth. ‘Als ik sterf met Jezus, kan ik alleen maar opstaan. Om anders dan voorheen te leven. In mij wordt Jezus zichtbaar.’

Daarop volgt een interview met Nienke Westerbeek, directeur van Compassion Nederland. Ze heeft op het eerste gezicht weinig met het thema. Maar na een paar dagen nadenken, heeft ze er meer raakvlakken mee dan ze in eerste instantie dacht.

Het themagedeelte sluit af met twee voorbeelden van mensen die zichzelf opofferen voor de ander. Op welke manier geven zij aan deze zelfverloochening, aan dit dienen vorm? Hoe kunnen ze dit zo intensief volhouden? Houd je zo wel voldoende ruimte voor jezelf over?

In de rubriek ontmoeting is OnderWeg in gesprek met muzikant, schrijver en spreker Ronald Koops. Hij torste jarenlang een koffer vol onzekerheden met zich mee. Hij heeft moeten leren die koffer te openen en zijn kwetsbaarheid te tonen. Nu helpt hij anderen hetzelfde te doen. ‘Via de psalmen heb ik ervaren hoe onmetelijk groot God is.’

Ga naar onderwegonline.nl/gratis voor een gratis en vrijblijvend proefabonnement.

 

 

Bericht van Inlia: Het nuttige verenigen….

Vrouwen in de opvang produceren honderden mondkapjes voor gasten, medewerkers en vrijwilligers van alle INLIA-locaties. Tijdens het naaien wordt er Nederlands geoefend.

Het zijn de twee trouwste, ijverigste dames die deze woensdagochtend in het leslokaal achter de naaimachines zitten. Narine uit Armenië en Buyana uit Mongolië werken stug door. Zo’n tweehonderd mondkapjes zijn er de afgelopen weken al genaaid door hen en andere vrouwen uit de LVV (de voormalige BBB+ van INLIA) in Groningen.

Een kilometer of 15 verderop steken drie Afghaanse vrouwen in de TussenVoorziening van INLIA in Eelde hen naar de kroon. Weekenden lang hebben ze achter de naaimachine gezeten; soms tot diep in de nacht. Anderen in de kleinschalige opvang voor statushouders pasten dan op de kinderen. Met recht een gezamenlijk project dus. Begeleidster annex gangmaker Fati toont enthousiast de oogst: tegen de vijfhonderd mondkapjes.

Het idee om ze zelf te maken werd geboren toen mondkapjes verplicht werden gesteld in het openbaar vervoer. Ineens was het zaak dat alle gasten in de opvang er minstens twee hadden: een voor de heenreis en een voor de terugreis. Beter wasbare mondkapjes dan wegwerpspullen, vonden ze bij INLIA; dat is wel zo duurzaam. Maar wasbare mondkapjes zijn best aan de prijs, zeker als je dat moet betalen van het karige weekgeld van €35,- dat de gasten in de LVV ontvangen. Die moeten daarvan eten, wassen, schoonmaken, zichzelf zien te kleden, etc. Mondkapjes zouden een deuk slaan in het budget. Bovendien: zelf maken geeft wat om handen.

Dus sloegen de vrouwen Groningen en Eelde aan de slag. In Eelde onder aanvoering van Fati, die niet alleen verschillende patronen ontdekte via YouTube maar die ook allerlei mooie stofjes bijeen wist te scharrelen. Laat Fati maar schuiven. Het Afghaanse trio dat hier de kapjes fabriceert, beoordeelde stoffen en patronen nauwgezet en besloot alle kapjes tweezijdig te maken: een effen kant en een kant met een vrolijk motiefje.

Deze dames zijn dan ook ervaren naaisters. Moeder Fahima is hoofdnaaister, dochter Oranus heeft het met de paplepel ingegoten gekregen. En dan is daar ook nog Leila, die in de week op haar kamer doorwerkt en sommige mondkapjes met borduursel versiert. Ze gelooft dat er nu voldoende mondkapjes zijn voor gasten, medewerkers en vrijwilligers van alle INLIA-locaties, dus mondkapjes hoeven waarschijnlijk niet meer. Maar ze gaan wel door met naaien, vertelt Fati: “We gaan ook kleren en gordijnen en zo maken.”

In Groningen was de begeleiding in handen van vrijwilligers Kitty en Ineke. Het eerste geslaagde mondkapje werd hier als een triomf gevierd, getuige de vrolijke foto die Kitty deelt. Het handwerkklasje van de LVV was eerder al actief, maar werd dit voorjaar tijdenlang opgeschort vanwege de corona-maatregelen. Nu de maatregelen versoepeld zijn konden de vrouwen aan de slag, in een ruim leslokaal waar ze voldoende afstand kunnen houden. Gezellig en nuttig. Met mondkapjes op, voor extra veiligheid. Zelfgemaakt uiteraard.

Kitty geeft ook Nederlandse les in de opvang en zo kunnen de vrouwen in het naaiklasje tijdens het vervaardigen van mondkapjes ook nog eens extra Nederlands oefenen. Het nuttige verenigen met het eh… nuttige!

Toch wordt ook het aangename niet vergeten: Narina en Buyana hebben heel andere achtergronden (Narina is bijvoorbeeld werktuigkundige, Buyana huisvrouw), maar ze spreken beiden ook Russisch. Dat schept een band. Ook deze ochtend wordt er gezellig gekletst. “Het is vaak te gezellig”, lacht Kitty, “De productie lijdt eronder.”

Dat wordt goedgemaakt door een Pakistaanse dame, die als het ware met de naaimachine door de stof heen vlíégt. Zij heeft een naaimachine meegekregen naar haar kamer in het voormalige Formule 1 Hotel waar de opvang gevestigd is.

“Afgelopen week heeft ze daar 40 mondkapjes geproduceerd”, vertelt Kitty, “Werkelijk ongelooflijk. Die vrouw is een ster met de naaimachine. Absoluut! Daar moet ze in de toekomst echt wat mee doen.” En zo legt Kitty bijna achteloos de link met het doel van de LVV: dakloze vreemdelingen helpen bij het vinden van een nieuw toekomstperspectief. Via corona en mondkapjes, notabene.

Vacature: bestuurslid theologie/missiologie

Ben je benieuwd naar het mission-werk? En wil je je inzetten voor missiologie/theologie?

Dan zoeken we jou!

Veertig kerken in Friesland en Groningen ondersteunen christelijke projecten in Zuid-Afrika die zich richten op mission en hulpverlening. Veel aandacht gaat uit naar relatie; wat kunnen we van elkaar leren en hoe kunnen we elkaar ondersteunen, met als doel: geloof delen wereldwijd.

Over de functie:
Als bestuurslid met missiologie/theologie in portefeuille ondersteun en stimuleer je initiatieven gericht op verspreiding van het evangelie in Zuid-Afrika. Daarbij zijn er twee focusgebieden: onze partners in Zuid-Afrika en de achterban in Nederland. Betrokkenheid, verbinding en herkenning van elkaar als christen is daarbij een prachtige basis.

Je draait mee op vrijwillige basis, alle onkosten worden vergoed.

Wij zoeken iemand die:
* beschikt over voldoende tijd, minimaal 4 uur per maand;
* affiniteit/ervaring heeft met bestuurswerk en missiologie of theologie;
* de Afrikaanse context wil leren kennen en buiten de kaders kan en wil denken;
* ambassadeur wil zijn voor het mission-werk en het verhaal kan doorvertellen naar de achterban;
* gevoel heeft voor interculturele communicatie en zich kan redden met de Engelse taal
* lid is van een (C)GKv-kerk in Friesland of Groningen.

Interesse?
Wil je meer weten, bel dan met Nelienke Wolthuizen-Bastiaan, secretaris Zuid-Afrika Mission | Verre Naasten, 06-10132961 of stuur een mail naar secretaris@zuidafrikamission.nl.

Ook als je misschien niet helemaal in het plaatje past, komen we graag met je in contact. We passen tenslotte zelf ook niet allemaal in het plaatje.

Bericht van Inlia: Fietsen op de snelweg en andere nieuwigheden

Vanwege corona konden vrijwilligers een hele tijd niet naar de TussenVoorziening in Eelde. De lessen en activiteiten voor vluchtelingen lagen noodgedwongen stil, maar worden nu enthousiast weer opgepakt. Mét veiligheidsmaatregelen.

Je zou denken dat het pre-corona gezelliger was, toen ze nog hele groepen tegelijk les gaven in de TussenVoorziening. Maar vrijwilligers Adib en Bé ervaren dat niet zo. Toegegeven; het is anders om slechts een stuk of 4 mensen in de klas te hebben. Maar meer personen passen er nu eenmaal niet in het lokaal als je 1,5 meter afstand moet houden. En veiligheid gaat ook in deze kleinschalige opvang voor alles.

“Bovendien”, vindt Adib, “kun je nu met zo’n klein clubje iedereen heel persoonlijk helpen. Daardoor kunnen mensen grotere voortgang boeken.” Elk nadeel heeft zijn voordeel, wil de van oorsprong Syrische vrijwilliger maar zeggen. “Cruyffiaans”, lacht een collega. Ook Bé ziet het voordeel van de kleinere klasjes, maar wil dan wel graag het aantal lessen in de week opschroeven: “Alles is meegenomen, want mensen moeten zóveel leren”. Aan hart voor de zaak geen gebrek bij beide vrijwilligers.

Ze zijn beiden blij dat ze inmiddels weer een aantal weken wél les kunnen geven. Het programma lag een tijdje noodgedwongen stil vanwege de corona-maatregelen. Bezoek, ook van docenten, was niet toegestaan. En beiden hadden op een gegeven moment weliswaar online-lessen voorbereid, maar dat bleek niet goed te werken.

Nu is het weer alle hens aan dek voor Adib en Bé. Ze geven allebei Nederlandse les en de zogeheten TuVoTalks; workshops over hoe het hier reilt en zeilt. De mensen die hier zitten mogen als erkende vluchtelingen in Nederland blijven. In deze TussenVoorziening, kortweg de TuVo, in Eelde worden ze voorbereid op hun nieuwe leven in een nieuw land. In de TuvoTalks gaat het over van alles – van praktische zaken als je inschrijven bij een huisarts tot en met Nederlandse cultuur, gebruiken, normen en waarden.

“Hartstikke nodig”, zegt Adib, “Je moet niet onderschatten hoe anders het hier is. We hebben al eens gehad dat jongens vanuit de TuVo op de snelweg fietsten. Je moet maar weten dat dat niet mag!” Hij moet er nog om lachen. Het liep goed af, immers. De politie plukte ze tijdig van de snelweg. Hebben ze gelijk kennis gemaakt met de Nederlandse politie, die toch wel anders opereert dan de politie in een boel andere landen.

Adib is door de kerk in Eelde-Paterswolde betrokken geraakt bij de TuVo. Al is hij eerder ook al vrijwilliger geweest bij INLIA. Ook Bé is kerkelijk betrokken, zij het vanuit een ander dorp in dezelfde gemeente Tynaarlo: Zuidlaren. Als diaken was hij een paar jaar geleden in gesprek met de burgemeester toen er nog sprake was van de komst van een azc.

“Er was draagkracht in onze gemeente voor de opname van vluchtelingen, dachten wij toen al”, vertelt Bé, “En toen de TuVo vervolgens kwam, hebben we vanuit de kerk bijvoorbeeld rondleidingen gegeven door de dorpen in de buurt.” Zelf had Bé toen nog weinig tijd, maar inmiddels is de docent gepensioneerd. Maar dus niet van welverdiende rust aan het genieten.

“Ach, ik vind het fijn om kennis over te dragen”, legt hij uit, “Maar belangrijker nog: ik wil deze mensen graag laten zien dat er in Nederland mensen zijn die zich om hen bekommeren, dat er mensen zijn die hen zíén.” Had hij eerder Eritreeërs, Irakezen, Syriërs en Turken in de ‘klas’, nu zijn het Afghanen. De mannen zijn hoogopgeleid en spreken goed Engels, maar de vrouwen zijn vrijwel analfabeet. Bé moet het daarom anders aanpakken dan gebruikelijk. “Eerst een uur woordjes leren en daarna grammatica oppakken, werkt bij analfabeten niet.”

Adib bevestigt dat het omschakelen is. Hij geeft in principe graag les aan mannen en vrouwen samen. “Dat werkt meestal goed bij oosterse mannen”, zegt hij, “Dan doen ze extra hun best, want ze willen niet onderdoen voor vrouwen. Haha.” En: “In Nederland zijn we allemaal gelijk, immers: mannen en vrouwen. Dat moeten ze gelijk leren.”

Collega’s vinden hem wel eens erg streng, weet Adib. Bijvoorbeeld omdat hij de lessen structureel in het Nederlands geeft en dat soms wel erg lastig is voor de mensen. “Ze willen leren, toch?”, vraagt hij retorisch, “Dan moeten ze er wat voor doen.” In de huidige kleine klasjes is het wel intensief voor hen, beseft hij, daarom is hij het er mee eens dat de lessen voorlopig kort zijn. Maar straks moeten ze weer langer, vindt hij: “Er is echt veel te leren.” De TuVo-gasten kunnen hun borst natmaken.