EH-nieuwsbrief – Fijne Hemelvaart!

Zeevonk
Wel eens gehoord van de noctiluca scintillans, ofwel de zeevonk? Dat is een piepklein algje dat ook wel flitsend nachtlicht genoemd wordt. Deze algjes geven licht in het donker en dat doen zij met elkaar. Door hen kan je, afhankelijk van het getij, de stroming en de tijd van het jaar, soms zien dat de zee een beetje licht geeft. In dat piepkleine algje vindt namelijk een chemisch proces plaats, waarbij een heleboel energie vrij komt. Het resultaat is een groen-blauwig licht dat je met het blote oog kunt zien. Je kan het zelfs ervaren als een magische gloed in de duisternis, voortkomend uit een chemisch proces dat letterlijk betekent: ‘leven dat licht geeft’.

Het belang van live colleges
Ik moet aan deze algjes denken nu collega’s en studenten zich weer in het EH-gebouw bevinden en ik de energie ervaar die daardoor vrij komt. Natuurlijk, we doen alles corona-proof en het blijft vreemd om met mondkapjes op door het EH-gebouw te lopen. De tafeltjes van de studenten staan in ‘examenopstelling’ om zo ook de juiste afstand te bewaren en we moeten elke keer weer bedenken dat we de juiste looproutes nemen. Dus ja, enigszins ongemakkelijk blijft het, maar wat is het genieten om te zien hoe studenten zich aan elkaar optrekken, goede en diepe contacten hebben onderling en het nodige plezier hebben met elkaar. Door de dingen met elkaar te doen, komt heel veel energie vrij. De verhalen die ik in allerlei bladen lees over studenten die bijvoorbeeld hun slaapkamer nauwelijks uitkomen omdat hun hele leven zo’n beetje daar plaats vindt, achter hun laptop en het beeldscherm van hun smartphone, steken hier schril tegen af.
Wij zetten alles op alles om live colleges te kunnen aanbieden, omdat de EH een plaats wil zijn waar mensen met het hart (leren) kijken en waar ruimte is voor ontmoeting en het vormen van een echte gemeenschap, waar het veilig toeven is. Het is ons verlangen om studenten iets van Gods onvoorwaardelijke liefde te laten zien. Zodat we elkaar de ruimte geven, in plaats van te lijf gaan. Zodat we mogelijke wonden kunnen verzorgen in plaats van ze aanbrengen. We willen een plek zijn waar we studenten bemoedigen in plaats van hen afwijzen. Hen hoop geven in plaats van tot wanhoop drijven. Ervoor zorgen dat zij gezien worden, in plaats van hen negeren. Hen bedanken in plaats van hen bekritiseren.
Wij staan een pedagogiek van het hart voor, waarin het gaat om een verbindende manier van omgaan tussen volwassenen en studenten. Deze pedagogiek richt zich op de hele mens, op zijn hele ontwikkeling en raakt alle aspecten van het bestaan aan. Het is ook een pedagogiek die niet voorschrijft, maar uitnodigt.

De uitnodiging
Vandaag zet ik een streep onder het woord uitnodigen en ik verbind het dan even met de algjes hierboven. Wij en onze studenten worden door de Heere Jezus zelf uitgenodigd en opgeroepen om hetzelfde te doen als de algjes: licht geven in het donker én om dat met elkaar te doen. Hij zet dat niet neer als een eventuele mogelijkheid, nee: ‘Jullie zijn het licht in de wereld!’ Jullie zijn een licht dat leven geeft, zelfs als het donker wordt. En Paulus spoort ons aan om midden in de gebrokenheid van de werkelijkheid die ons omringt te schijnen als lichten in de wereld en om daarin en daarbij vast te houden aan het Woord dat leven brengt. Wat komt het mooi bij elkaar zeg! Leven dat licht geeft en licht dat leven brengt!
Ik moet ook denken aan de woorden die Jezus tegen Zijn discipelen heeft gezegd: ‘Nog een korte tijd en je ziet Mij niet meer, en nog een korte tijd en je zult Mij zien’ (Joh. 6:16).
Daarmee nodigt Hij ons uit verwachtingsvol te leven. In de wetenschap dat God Zijn belofte in vervulling zal doen gaan om alle dingen nieuw te maken. Dat geldt voor alles wat Hij geschapen heeft. Ik vind het heerlijk om ook zo naar onze studenten te kijken. Stuk voor stuk voorwerpen van Gods herschepping. Ik leer ook van Dostojevski om zó naar de mensen te kijken die God op mijn pad plaatst: hen bezien zoals God hen heeft bedoeld.

En ja: het begin van de vervulling van Gods beloften kunnen we echt zien als we goed opletten. In elke lente spreekt de natuur ervan, maar ook elk (studenten)leven dat tot groei en bloei komt en heel de geschiedenis als er te midden van alle verwoesting en chaos toch iedere keer weer mannen en vrouwen opstaan die getuigen van de hoop die in hen leeft. Het is mijn diepe verlangen dat onze studenten óók van die mannen en vrouwen zullen zijn of worden. Die zich elke keer weer zullen afvragen: wat is mijn belangrijkste opdracht in ‘mijn korte tijd’? Wat is de uitnodiging aan mijn adres?
Ik hoop dat we zo met elkaar niet herkenbaar zijn als mensen die klagen over alles wat voorbijgaat, over wat we missen in deze tijd, maar dat we ons concentreren op de vernieuwing die God in gang zet. Waarbij ik van harte hoop dat de EH een plek is waar ruimte is daarvoor en waar dit alles kan worden gezien en gevierd.

Els J. van Dijk
Directeur