Overdenking Kerst

Votum groet
Stille Nacht
kaarsmoment
Eer zij God
Gebed
Jes. 52: 7-10 Luc 2: 1-12
O holy night
Overdenking
Noël
Gebed
Go tell it on the mountains
Zegen

 

“Hoe welkom is de vreugdebode die over de bergen komt aangesneld, die vrede aankondigt en goed nieuws brengt, die redding aankondigt en tegen Sion zegt: ‘Je God is koning!’ Hoor! Je wachters verheffen hun stem, samen barsten ze uit in gejuich, want ze zien het met eigen ogen: de HEER keert terug naar Sion. Breek uit in gejubel, ruïnes van Jeruzalem, want de HEER troost zijn volk, hij koopt Jeruzalem vrij. De HEER ontbloot zijn heilige arm ten overstaan van alle volken, en de einden der aarde zien hoe onze God redding brengt”.

 

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’

 

Ze staan op de uitkijk. Op dat wat er nog van de muur over is. De muur die bescherming moest bieden, maar het duidelijk niet kon. Delen zijn ingestort. Gaten in de verdediging. Een puinhoop: een bult stenen. Zij hebben de hoogste plek opgezocht, zodat ze in de verte kunnen kijken. Zien of er iemand aankomt. Zou het goed nieuws zijn, zou het slecht nieuws worden? Ze wisten het niet. Ze konden er alleen op wachten en naar raden. En zij niet alleen. Onder hen stonden de inwoners van de stad. Ook zij in gespannen verwachting. Wat zou het nieuws zijn? Er hing veel zo niet alles van af.

Misschien heb jij er niet zoveel mee te maken, maar er is reikhalzend uitgekeken naar de uitkomst van de onderhandelingen. Zou het lukken om op het laatste moment toch nog een akkoord te sluiten tussen Groot-Brittannië en de Europese unie. Daar zou veel van afhangen. Inkomsten, uitgaven. Je zou er maar van afhankelijk zijn. Dan wil je graag weten of en zo ja welk nieuws er is. Vele ogen waren gericht op de onderhandelaars. Op een ultimatum, die altijd nog weer opgerekt kon worden. Is er al witte rook. Is er een uitslag. En jawel gisteren was er een akkoord.

Die witte rook komt trouwens van het verkiezen van een nieuwe paus. Als er nog geen uitslag was, werd de rook zwart gemaakt. Maar kringelde er witte rook uit de schoorsteen, dan was het gelukt om een nieuwe paus te kiezen. Aan de rook konden de mensen zien of er nieuws was. (afhankelijk van welke paus je wilde was het dan goed of slecht nieuws)

Goed nieuws. Dat is wat we de afgelopen tijd geprobeerd hebben te delen. Om er een krant mee te vullen. Het ging over wandelingen. Over de natuur. Je even voorstellen. Positief in de wereld staan. Positief in het dorp, in de kerk. Dan kan je ook kijken naar de actie voor de voedselbank. En dat in een tijd, waarin er ook veel negatief is. Er is veel reden om te somberen. Om zorgelijk te kijken.

Goed nieuws gaat over verbinding leggen. Over licht delen. Over ontvangen en uitdelen. Om het samen te doen. Met elkaar en voor elkaar. En dat zijn Bijbelse begrippen.

Ze staan op de uitkijk. Boven op wat er nog van de muur over is. Bescherming is er niet. Vijanden lopen zo de stad binnen. En dus hopen ze op goed nieuws. Nieuws, dat de dreiging over is. Komt er al een boodschapper. En als tie komt, wat gaat hij dan zeggen?

In de dagen van Jesaja is dit echt. Het is geen beeld. Tenminste niet alleen. Jeruzalem is een ruïne. Het gaat over vrijheid of overheerst worden. Daarom staan er wachters op de muren. Wachters als de ogen en de oren van de inwoners, die achter hen staan. En ze wachten op de boodschapper. Het gevecht wordt buiten geleverd. En wat is het nieuws van het slagveld. En als ze een boodschapper zien naderen, waar ze aan kunnen zien: het is goed nieuws. Dan kan je de vreugde al voelen. En met elke stap groeit het. Totdat de boodschapper op gehoorafstand is en zegt: we hebben gewonnen. Hij de boodschap kan brengen: God is koning. Stad wees voorbereid: God komt terug. En dat is goed nieuws. Dat is het beste nieuws, dat de wereld kan krijgen.

Voor Israël was duidelijk wat het betekende als God verdween. Honger, ballingschap en dus gewoon ellende. God biedt hoop. Bij Hem is echte vreugde. Hij zegent en Hij kan ook overgeven aan vijandschap. Er is ook zijn vloek.

Gelukkig zijn de voeten van de vreugdebode: God is koning! God is koning!

Een man en een vrouw reizen door het land. Uiteindelijk komen ze aan in de oude koningsstad. Daar waar heel lang geleden de koning geboren was. Hij was toen nog geen koning, maar hij was een gewone herdersjongen geweest. Later werd hij koning. Verhuisde hij naar een andere stad. Zij stammen van hem af. Maar niets dat er aan herinnert. De huidige koning is heel iemand anders. Zelfs van een ander volk. Afstammeling van Edom. En hij is zelfs afhankelijk van iemand die nog hoger staat: de keizer in Rome. En het is deze keizer, die de opdracht gegeven heeft: ga op reis. En ze waren gegaan.

Als ze in Bethlehem komen, is er alleen plek en rust ergens achteraf. Daar waar normaal de dieren waren. Daar kon de vrouw in alle rust haar kind krijgen. Zo wordt haar zoon geboren. Ze wikkelt haar zoon in doeken en legt hem in een voerbak. Die is op dit moment toch leeg.

Alles gaat heel gewoon. En alles gaat goed. Dat is ook best bijzonder. Deze man en vrouw waren vast niet de enigen, die op reis zijn gegaan. Er waren er veel meer. En de vrouw zal niet de enige geweest zijn, die in die tijd zwanger was. En zij zal niet als enige een kind gekregen hebben. En toch is het heel bijzonder. Is het niet gewoon.

Dat hoor je van de boodschappers. De engel, die eerder al gezegd heeft, dat de vrouw zwanger zou worden. En een kind zou krijgen. Die de naam van het kind al bekend maakte. De engel, die naar de herders gaat, die in het veld zijn. Van de magiërs uit het oosten, die komen vragen, waar het koningskind geboren is. Blijdschap moet gedeeld, verspreid worden. Zo begint het met één engel maar komt er uiteindelijk een heel leger. Om God te eren en mensen te feliciteren.

Uiteindelijk moet het je wel verteld worden …. Hoe zou je het anders weten? Dat was in die tijd niet anders. De herders komen in beweging, omdat ze een leger engelen hebben gezien. De magiërs gaan op reis, omdat ze een ster gezien hebben.

Er is een boodschapper van vreugde: God heeft de wereld gezien. Hij heeft de wereld lief. En Hij zal de wereld redden. Zijn Zoon daalt naar de aarde af. Hij wordt mens. Eén van ons. Hij wordt geboren in alle nederigheid. Maar wereld: je koning komt. Hij is gekomen. De grote Zoon van David.

In een stal wordt Hij geboren. Ergens achteraf in het grote Romeinse rijk. Maar Hij zal de geschiedenis veranderen. Dat is de hoop, dat is de verwachting die er is sinds zijn geboorte.

Eén boodschapper vertelt het. Vele wachters horen het en vertellen het door en dan weet heel de stad het. Het goede nieuws moet je delen. Dat houd je niet voor jezelf. Het goede nieuws verspreid zich. Eén wordt meer en meer wordt velen. Dat is de beweging, die je in Jesaja ziet.

Dat is de beweging, die God maakt. Het goede nieuws is niet alleen voor Jozef en Maria, vader en moeder van Jezus. Nee, herders die de wacht houden moeten het weten. De koning moet het weten, het volk moet het weten. Het buitenland moet het weten. En God zet een engel, een ster, magiërs in. En daarna apostelen, predikanten, gewone mensen. Je vader en je moeder, een vriend, vriendin. Zij vertellen het goede nieuws: God komt naar de wereld. Hij is koning!

Hij zal vrede brengen!

Als je in ruïnes woont, dan hangt veel van goed nieuws af. Kunnen we gaan opbouwen, of zullen we angstig blijven? Komt er vrijheid of blijft er onderdrukking? Licht of donker, dat is dan heel duidelijk. Zo was het voor Israël. Teruggekomen uit ballingschap vonden ze hun stad in puin. Was er tijd om op te bouwen? Al snel was er nieuwe onderdrukking. Jaar na jaar. De hoop op echte verlossing en vrede leek verloren. Waar was God? De God van Jesaja? De God, die zou komen?

Vind jij het voor jezelf ook zo duidelijk? Licht en donker, vrede of onrust? Ach er is genoeg te verbeteren aan deze wereld, toch? En toch ik merk al gauw, dat ik dan naar anderen wijs. Naar andere werelddelen, waar geweld is en honger: ja laat daar vrede komen. Naar andere landen: laat daar genezing komen. Naar wereldleiders en machthebbers: laten zij herstellen. Naar andere mensen om mij heen: laten zij vrede sluiten.

Jezus is gekomen om licht te brengen in het duister. Om te herstellen en te genezen. Om vrede te geven. Hij is de vredevorst. In plaats van naar anderen te wijzen, moet ik naar mezelf kijken. Hoe herstelt Jezus mij? Geeft Hij mij licht? Geneest Hij mij? Geeft Hij mij vrede? Dan gaat het over mijn angst, over mijn zelfverzekerheid, over mijn gevoel dat ik het allemaal wel kan maken en in de hand heb. Over mijn oorlogjes, over mijn ziektes, mijn eenzaamheid.

Het goede nieuws is: Jezus is koning. Zo komt God naar de wereld. Zo komt God naar mij. God stroopt als het ware zijn mouwen op. Hij gaat aan de slag. Hij laat het er niet bij zitten. Dat er van zijn wereld een puinhoop wordt gemaakt. Er zal weer vrede zijn.

In de dagen van Jesaja zag je er nog weinig van. Ook niet in de jaren erna. In de dagen van Jezus zag je er weinig van. En ook in onze dagen lijkt het nog ver weg. Maar de geboorte van een kind in Bethlehem bevestigt de woorden van Jesaja. God is koning! Het is licht geworden en het zal licht zijn. Dat is de troost en het vertrouwen dat we kunnen hebben. God is koning. Dat is het nieuws dat we elkaar kunnen vertellen. Verhalen hoe God jou troost, kracht en moed geeft om door te gaan, hoe donker het ook is. Hij is het licht van de wereld.