Overdenking Goede Vrijdag – 2 april

Ps 110: 1, 4 (orgel)
Gebed
Getsemane Sela
Joh. 19: 16b-30
Preek
Via Dolorosa
Gebed
Psalm 22 Psalm project

 

Goedenavond broeders en zusters en gasten, op deze avond van de Goede Vrijdag. Iedereen die digitaal aanwezig is tijdens deze kerkdienst of deze op een later tijdstip bekijkt. Van harte welkom in deze eredienst.

De kerkenraad heeft de volgende mededelingen voor u:

  • In deze dienst gaat ds. Pomp voor.
  • De collecte is vandaag bestemd voor de kerk. U kunt op de bekende manieren geven: via de Givt-app of via overschrijving.

 

Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn mantel.’ Dat is wat de soldaten deden. Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat water met azijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

 

Het is volbracht. En na deze woorden stierf Jezus. Zelf bepaalde Hij tot verbazing van allen, die erbij waren zijn moment van sterven. De soldaten, die Hem gekruisigd hadden. Zojuist hadden ze nog zijn kleren verdeeld. De menigte: geschreeuwd hadden ze: kruisig Hem, kruisig Hem. En ze waren Hem gevolgd. Ze hadden zijn terechtstelling gezien. Opgehitst door de leiders van het volk: deze man is gevaarlijk. Beter dat één man sterft dan dat het hele volk ten onder gaat. Hij sprak op een manier over God, die in hun ogen niet kon kloppen. Het was godslastering. En dan nog in de verte de vrienden. De geliefden. Ook zij zagen het lijden. De macht, de menigte, de mensen: allen hoorden: het is volbracht.

Een leeg doek. Je moet eraan beginnen. De eerste streek van een penseel. De eerste schets. Steeds meer kleur, meer details. Nog één keer kijken, nog een laatste beweging: het is klaar. Het is voltooid. Het werk is af. Een dergelijk doek kon ook in opdracht zijn gemaakt. Dan kunnen de woorden een dubbele betekenis hebben: niet alleen is het werk af, maar het is ook betaald. De afgesproken prijs is gegeven.

Als je het lijden van Jezus wilt duiden en je komt bij de laatste woorden, dan hoor je ook die dubbele betekenis: het werk van Jezus hier op aarde is klaar. Goed het blijkt dat Hij er nog even is, voordat Hij naar de hemel ging: maar hier was Hij voor gekomen. Om de beker van het lijden te drinken tot de laatste druppel. En als Hij daar dan hangt tussen hemel en aarde, niet verdoofd door mensen en door  God verlaten in alle eenzaamheid, ondanks alle mensen om Hem heen, dan komt het moment dat Hij kan zeggen: het is klaar, voltooid. En we zeggen: de schuld is betaald. Volledig. Er is verzoening. Het is volbracht.

En dan loop ik naar dat kruis met mijn rugzak, die ik meedraag al heel mijn leven lang. En ik laat die woorden tot me doordringen: “het is voltooid. Het is klaar.” En ik denk: o ja? Is dat zo? Is het klaar?

Ik kijk om me heen: soldaten die de macht grijpen. Die burgers die protesteren vermoorden. De macht van grote bedrijven, die lijken te bepalen wat er gebeurt. Zij bepalen de prijzen en worden al maar rijker. De soldaten van toen, ze zijn er nog steeds. Zij die staan voor macht en hoe macht angst inboezemt en misbruikt kan worden. Het is er ook vandaag nog.

Ik zie massa’s mensen op reis: Europa is de plek om te zijn. Daar wordt je gelukkig, daar is geld. Het blijkt in een vluchtelingenkamp een zeepbel. Het blijkt een leugen. Zoals er zoveel leugens zijn. Er zoveel onrecht is. En velen verblind worden. En soms mee roepen en mee schreeuwen. Er is nog zoveel onrecht.

En ook in mijn eigen rugzak zit genoeg. Natuurlijk de mooie herinneringen: mijn jeugd, voetballen op het veldje, trouwen, kinderen krijgen, predikant zijn en waardevolle gesprekken voeren. Mooie plekken zien. Genieten van de natuur. Het zit er allemaal in. Maar er is ook veel pijn. De eenzaamheid soms. Je eigen karakter. Ziekte en sterven. Ruzies en conflicten. En die dan willen vermijden. Fouten die je hebt gemaakt. Hoe je zelf gekwetst bent maar ook zelf kwetst. Er is genoeg in mijn leven waarin ik de zonde zie en de gevolgen van de zonde. Bij mijzelf, mijn omgang met anderen, hoe anderen met mij omgaan. Dat zorgt voor leed, pijn en verdriet. Hoezo volbracht? Het kwaad is er nog steeds. In de wereld, in mijn omgeving, in mijzelf.

En toch klonken daar die woorden. Midden in de geschiedenis. Gesproken door een man, die gemarteld is, aan een kruis geslagen. Een man die voor deze woorden nog iets te drinken vraagt. Om de droogte in zijn keel iets te verzachten. Om het met krachtige stem te kunnen zeggen, zodat ieder het kan horen: het is volbracht. Het is voltooid.

Maar zo lijkt het helemaal niet. Goed het is onverklaarbaar donker geweest. Ze hebben Jezus de vraag horen stellen: mijn God mijn God waarom verlaat U Mij? Hij is geslagen, bespot, gehoond. Het stopt niet daar bij het kruis het gaat gewoon door. Het kwaad is er nog steeds. Zo op het eerste oog. En toch hoewel het er dus anders uitziet, wordt het kwaad daar wel overwonnen. Door onschuldig lijden door Jezus. Zijn lijden is anders dan het lijden van de mannen naast Hem. Ze ondergaan hetzelfde en toch ook weer niet. Het kruis en de marteling is hetzelfde. Dat door God verlaten zijn, is voor Jezus alleen.

Het blijft dus iets van een mysterie houden. Daar gebeurt iets, dat met geen camera, geen woorden echt te vangen is. De verhoudingen tussen mensen en God wordt hersteld, tussen mensen onderling wordt hersteld, tussen mensen en de schepping wordt hersteld, de verhouding met jezelf wordt hersteld. In dat ene ogenblik waar de dood wordt overwonnen. Het is de opdracht die Jezus heeft gekregen. Hij voert deze opdracht uit tot het eind. En dan kan Hij zeggen: het is klaar. En als teken bepaalt Jezus zelf het moment van zijn dood. Terwijl de mannen naast Hem nog vechten tegen de pijn, geeft Jezus de geest. Zo komen de woorden van God uit, worden de Schriften vervuld.

Daar loop je met je rugzak. Met prachtige herinneringen aan momenten, dat God voor je gevoel heel dichtbij was. Als het ware naast je liep. Maar ook momenten, dat je niets van God merkte. Je het vertrouwen in God bijna kwijt was. Met geweldige mensen om je heen, met wie je hebt gelachen op wie je kon steunen, die er voor je zijn. Maar ook mensen die je pijn deden, die je teleurstelden, die afwezig waren. Met een schepping waar je van genieten kan, een mooie zonsondergang, een bloem, een vogel, een vlinder, een libel. Maar ook een schepping waar je moet vechten: dorens en distels, bevingen en slagregens. Jij die jezelf verbaast, omdat je meer blijkt te kunnen dan je dacht. Jij die teleurgesteld bent in jezelf, omdat je steeds weer in dezelfde val trapt.

Moet je deze rugzak alleen dragen? Kan je het gewicht wel aan? En wat als jou gevraagd wordt om je te verantwoorden over alles wat erin zit … Wat zeg je dan? Ik heb mijn best gedaan … Ik deed het met de best bedoelingen …  Ja dat is allemaal niet zo mooi. Maar er zitten ook goede dingen in mijn rugzak. Wilt U ze zien? Hè hoe komt dit nu in mijn rugzak? Daar weet ik niets van, dat ben ik vergeten … Ik had een slechte jeugd / het lag aan mijn ouders, aan de omgeving waar ik groot ben geworden … Tja ik wist niet beter … En kom je er dan mee weg? Voor de mensen, voor God?

Het is volbracht. Woorden die je zekerheid willen geven: het kwaad is overwonnen. Met de handtekening van Jezus eronder. Echt. Het zijn zijn woorden. Draag je rugzak niet zelf, maar zet hem bij het kruis. Daar kan je hem neerzetten, zodat Jezus hem voor je draagt. De rugzak voor je gedragen heeft. Ja je komt hier nog kwaad tegen, het heeft invloed in je leven. Het zit zelfs in jezelf. Maar je hoeft er niet aan onderdoor te gaan. Je kunt hier al bidden om verbetering. Om de kracht van de Geest om andere wegen in te slaan. Om achter Jezus aan te gaan.

Het is volbracht. De wereld hier is niet zo mooi, maar Jezus kwam om de wereld mooier te maken. En die mooiere wereld heeft Hij ons beloofd. Dat is het koninkrijk van God. Het kwaad is overwonnen. Vandaag zijn er nog de laatste stuiptrekkingen, ze kunnen pijn doen, maar onszelf niet echt meer raken. Wij leven vanuit de hoop, dat het is volbracht. Het is klaar, betaald. Jezus heeft alles voor ons gedragen. Wij kunnen onze last op zijn schouders leggen. Verwonderd over de weg die Hij voor ons ging. Beschaamd, omdat het nodig was om ons te redden. Stil, want wat valt er te zeggen. Hoopvol, er is toekomst. Het is echt voltooid, af, betaald.