Overdenking zondag 21 juni

Vooraf  psalm 69 door Date Jan

Votum en groet,
gebed
Opw 518                                    https://www.youtube.com/watch?v=TipiBpXAbmo
Lezen Jeremia 20: 7-13
Overdenking
Wat de toekomst brenge moge   https://youtu.be/DYlE4ld4Dw4
gebed
Groeten uit de gemeente            https://youtu.be/9GZpgBHPwQg
zegen
We’ll meet again                         https://www.youtube.com/watch?v=tjoEzDY_pcI

 

Stel je was een profwielrenner in het begin van deze eeuw. Dan had je de keuze tussen: geen doping gebruiken of wel doping gebruiken. Als je geen doping wilde gebruiken, dan kon je alleen met heel veel geluk winnen. Met doping ging het gemakkelijker. Het was een geheim in het peloton, dat veel wielrenners verboden middelen gebruikten: ze wilden winnen. Soms was de keuze heel gemakkelijk: of je doet mee, of je bent ontslagen. Over dat geheim werd jarenlang gezwegen. Je wist er wel van, deed er waarschijnlijk aan mee, maar erover praten dat was “not done”. De boodschap was heel duidelijk: wij gebruiken niets, helemaal schoon rijden we onze wedstrijden. EPO? Nooit van gehoord. Spierversterkers? Niet gezien.

Van buiten werd er wel getrokken: je werd bevraagd. Journalisten deden onderzoek. Steeds kwam het onderwerp weer naar boven. Was het allemaal wel eerlijk? Werd er niet gebruikt? Soms viel er niets meer te ontkennen, werden renners op heterdaad betrapt. Bewijs dat het allemaal niet klopte. En er werd druk uitgeoefend. Meer en meer.

Druk van binnen om te zwijgen, druk van buiten om te praten. En als renner zat je in de knel. De enige veilige plek: de fiets tijdens de koers. Tenminste, als je jouw mond gehouden had. Als je dat gezegd had, wat iedereen zei: de boodschap is, er is geen probleem. We gebruiken niet. Diegenen die het wel doen, dat zijn eenlingen. Het is niet structureel, niet door een ploeg. Er zijn geen banden met bepaalde artsen.

Misschien herken je dat: jij moet een bepaalde boodschap vertellen en de wereld haalt de schouders op, maakt het belachelijk. Zet je onder druk om het anders te doen. Het los te laten.

Jezus zegt het later over zijn volgelingen: je zult van Mij getuigen, maar de mensen zullen het je niet in dank afnemen. Als je voor Mij opkomt, dan kan het je iets kosten. Het kan je familiebanden kosten, omdat ze na je bekering niets meer met je te maken willen hebben. Het kan je jouw leven kosten, omdat het gevaarlijk gevonden wordt, dat je gaat geloven. Geloven is lang niet altijd een succesverhaal. Zo wordt het wel eens voorgespiegeld. Als je gelooft en bidt en op God vertrouwt, dan komt alles goed. Het zal je goed gaan. Maar zo spreekt de bijbel niet, zo zegt Jezus het niet. Lijden en moeite gaan aan een gelovige niet voorbij. En dus de ene dag kan je een loflied zingen, op de machtige God. De volgende dag zing je een klaaglied. Vanwege je tranen, de pijn, de moeite die je ervaart. Soms juist omdat je gelooft.

Iemand die daar over mee kan praten is Jeremia. Ik ben profeet tegen wil en dank. Ik heb er niet voor gekozen, maar ik moet wel. Ik word door U God gedrongen, je zou haast zeggen gedwongen om te spreken. En de mensen willen het niet horen. Ze hebben er geen boodschap aan. Jeremia verwoordt het in een klaaglied.

L Jeremia 20: 7-13

HEER, u hebt mij verleid, en ik ben bezweken, u was te sterk voor mij en hebt mij in uw greep gekregen. Dag in dag uit lachen ze om mij, iedereen bespot mij. Telkens als ik spreek, moet ik schreeuwen: “Ik word mishandeld, onderdrukt!” Want de woorden van de HEER brengen mij dag in dag uit schande en vernedering. Als ik denk: Ik wil hem niet meer noemen, niet meer spreken in zijn naam, dan laait er in mijn hart een vuur op, dan brandt het in mijn gebeente.

Ik doe moeite om het in bedwang te houden, maar ik kan het niet. Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.” Maar de HEER staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep.

Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten. HEER van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat u zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor. Zing voor de HEER, loof de HEER, want hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered.

Jeremia moet de val van Jeruzalem aankondigen. Hij moet de wegvoering van het volk vertellen. Hij moet zeggen, dat ze het land zullen plunderen. En dat wordt hem niet in dank afgenomen. Hij wordt met een stok geslagen en in een blok gezet. Afgebeuld terwijl hij de waarheid spreekt. Daarna moet hij zijn beul nogmaals de waarheid zeggen.

Vanwege het woord van God geslagen worden. Zo erg is het hier nog niet. Je wordt meewarig aangekeken: geloof jij nog. Dat is toch al achterhaald. Ingehaald door de wetenschap. Maar goed als jij wilt geloven … Moet jij weten.

Zo is het niet overal op deze wereld. Je kunt vervolgd worden vanwege je geloof. Achtergesteld, getreiterd. Hoe houd je dat vol?

Jeremia zegt: ik wilde niet spreken. Ik wilde zwijgen, maar ik kon het niet. Ik moest mijn mond wel opendoen. En dan gebruikt hij sterke woorden: God heeft hem overgehaald, hem verleid toch te spreken. Profeet tegen wil en dank.

Opkomen voor de waarheid. Ook als je belachelijk gemaakt wordt. Als je uitgelachen wordt. Als je nagedaan wordt … Kijk dat zijn nu die volgelingen van Jezus. Die denken dat er een hemel is. Dat er later een nieuw leven is. Die denken het allemaal zo goed te weten. God zegt …

Jeremia voelt zich knel zitten tussen God en de mensen. Van God moet hij spreken, voor de mensen kan hij beter zijn mond houden. Dat is ook beter voor hemzelf. Maar zwijgen kan hij niet.

Wees God meer gehoorzaam dan de mensen. Dat is gemakkelijker gezegd, dan gedaan. Roei maar tegen de stroom in … Dat is zwaar en niet gemakkelijk.

Het enige waardoor hij het volhoudt, is de wetenschap, dat God sterker is. Dat God hem zal helpen. Maar o wat heeft hij het zwaar. Hij prijst God omdat hij weet, dat God hem zal redden. Dat houdt hem overeind. En de omstanders zeggen: tegen beter weten in. Moet je kijken: geslagen, vernederd, bespot. Alsof er een God is die hem helpt … waar is Hij dan?

Herken je Jezus, de Zoon van God? Bespot, geslagen, vernederd, zelfs gedood. Als dat met de Heer overkomt, dan is het toch niet verwonderlijk, dat zijn volgelingen in dit lijden delen? En dan net als Jezus toch hoog opgeven van Vader in de Hemel. Dan moet je niet letten op de omstandigheden, maar dan moet je God kennen zoals Hij is.

Blijf hoog opgeven van God en zijn geef woorden aan de boodschap van redding. Wat het je ook mag kosten.

Heeft het evangelie jou wel eens zo in het nauw gebracht?

Klagen mag. Waar wil je over klagen en kan je dat net als Jeremia toch verbinden met Gods grootheid.