Overdenking zondag 14 juni

Psalm 100 (Date Jan bespeelt het orgel)
Votum en groet
Gebed
L. Opw 623 Laat het huis gevuld zijn https://www.youtube.com/watch?v=9Bnc5yYDtkQ
Lezen Jesaja 12
Overdenking
How great thou art  https://youtu.be/XQhn7TcMLok
Gebed
Collecte voor de Diaconie
Gemeentegroet  https://youtu.be/ly0ciHp4p_Q
Zegen
Psalmen voor nu 145 https://www.youtube.com/watch?v=39y7i3-60uM

Overdenking Jesaja 12

Op die dag zul je zeggen: ‘Ik zal u loven, HEER. U bent woedend op mij geweest, maar uw toorn is geweken, u troost mij. God, hij is mijn redder. Ik heb een vast vertrouwen, ik wankel niet, want de HEER is mijn sterkte, hij is mijn beschermer, hij heeft mij redding gebracht.’ Vol vreugde zullen jullie water putten uit de bron van de redding.

Op die dag zullen jullie zeggen: ‘Loof de HEER, roep zijn naam uit. Maak alle volken zijn daden bekend, verkondig zijn verheven naam. Zing een lied voor de HEER: wonderbaarlijk zijn zijn daden. Laat heel de aarde dit weten. Jubel en juich, inwoners van Sion, want groot is de Heilige van Israël, die in jullie midden woont.’

 

Waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dat is een spreekwoord, dat we wel eens gebruiken. Je praat graag over de dingen, die je echt raken. Waar je blij van wordt, wat je verdrietig maakt. Daar raak je niet over uitgesproken. Dat zit van binnen, en dat moet eruit.

Je kunt een emmer hebben, die overloopt. Dan stroomt het water over de rand. En er is geen houden aan. En dat water vormt zich tot een stroompje en het blijft maar gaan, het blijft maar gaan.

Er was eens een hevige regenbui. Het hoosde. En de riolering kon al dat water niet meer aan. Het water kwam omhoog. Het vulde de gootsteen, totdat die ook vol was. En er was geen houden aan. Het water stroomde zo de keuken in.

Dat is het beeld aan het einde van dit hoofdstuk: Israël heeft de mond vol over de geweldige daden van God. En het gaat heel de wereld over.

Vandaag de dag lijkt het ook alsof twee onderwerpen heel de wereld over gaan: er is een virus en het lijkt alsof er nergens een veilig plekje is. Elk land moet ermee aan de slag. Ieder land heeft een viroloog, een eigen Jaap van Dissel. En ieder land heeft zijn eigen regels. Het andere onderwerp is racisme. In veel landen zijn er protesten. Er is een luide roep, dat er nu iets moet veranderen. Het gaat heel de wereld over.

Volgens Jesaja past de naam van God in dat rijtje. Zoals ieder met het virus te maken heeft. Zoals ieder een mening over racisme moet hebben, zo moet ieder praten over wat God gedaan heeft, doet en nog zal doen. Heel de aarde moet het weten.

Maak er een geweldig loflied van.

Loven is hoog opgeven van iemand. Is iemand prijzen: onder woorden brengen hoe geweldig hij of zij is. Dat het een inspiratiebron is voor je eigen leven. Je kijkt naar iemand op. Je luistert naar de woorden en dat wil jij ook. Je wilt er alles aan doen om in iemands voetsporen te gaan. Om net zo groot, belangrijk, nederig te zijn.

Jesaja roept op om God te loven. Om zijn geweldige daden te vertellen. En dan laat hij het open. Het is aan ons om het in te vullen. Het is aan jou om te bedenken waarom de naam van God voor jou zo verheven is. Waarom die naam van God zo groot is, dat iedereen het moet horen. Waarom iedereen onder de indruk moet zijn van de grootheid van God. Dat iedereen moet weten, dat God in het midden van de volken woont.

Dat tweede gedeelte is aan ons. Jesaja zegt: jullie zullen. Jullie zullen samen juichen, jullie zullen samen zingen. Jullie zullen samen jubelen. Want God heeft ons iets groots gedaan.

Logische vraag, die de volken dan aan je zullen stellen: wat heeft God dan gedaan? Aan jou om er antwoord op te geven.

Het eerste gedeelte is voor jezelf. Ik zal U loven. Ik zal zeggen: terecht, dat U woedend was. Maar U troost mij nu. Ik sta weer vast op mijn benen en ik zal stevig staan. Met U aan mijn zijde brengen ze me niet zomaar uit mijn evenwicht.

En God zegt: jullie zullen vol vreugde putten uit de bron van je redding.

Bij ons komt water uit de kraan. We hebben een heel leidingnet. Ergens halen ze het water uit de grond, zuiveren het en dan komt het bij ons. Hoeven we niet over na te denken. In de oudheid en nog in vele landen gaat het anders. Je hebt een bron, waar zuiver water uit de grond komt. Of je hebt een rivier waar water doorheen stroomt. Veel grote steden liggen aan een rivier. En dat is niet voor niets. Water is van levensbelang.

Een bron is de oorsprong. Is het begin. Is als je alles weghaalt, wat er overblijft. Jeruzalem had een eigen bron. Dat was de watervoorziening. Het lag buiten de poort, maar er was genoeg zuiver water voor de stad.

Wat is de bron voor je leven waar je uit put? Wat is de oorsprong van je keuzes, van je manier van leven? Hoe spreek je, hoe denk je, wat is belangrijk voor je. Wat staat als een paal boven water. Dat is de vraag die God stelt.

Israël zocht zijn zekerheid bij Assyrië, dan weer bij Egypte. Het dacht in legers, in paarden en wagens. En het vergat God. God zegt: Jeruzalem had zelf water, maar jullie wilden het water van de Eufraat, of het water van de Nijl (Jes. 8:6) Ze vertrouwden God niet. En dat nam God hen kwalijk. Daar was Hij woedend over.

Maar dat was geweest. Nu was het weer voorbij. Het volk vertrouwt weer op God. En God zal beschermend om zijn volk heen staan.

Dat leidt logisch naar een tweede vraag: Is God ook voor jou de bron waar jij met vreugde uit put?