Overdenking zondag 15 maart

De overdenking gaat over:

Exodus 6: 2-9 28-7:7   Dit is het alternatieve rooster.

Het gewone leesrooster heeft:

Exodus 17: 1-7

Johannes 4: 5-26 (42)

1 Korinthe 10: 1-13

 

Het beeld van de kruik komt vanuit Exodus 17 en Johannes 4. Daar ligt een link tussen, omdat het in Exodus over water in de woestijn gaat. Het volk krijgt water in de woestijn. Jezus maakt zich in Johannes bekend als het levende water.

Ik heb het in de overdenking verbonden met Psalm 56.

Deze gelegenheid geeft de mogelijkheid je eigen liturgie te maken. Met liederen, die jezelf mooi vindt. Ik geef geen uitgewerkte liturgie.

In de afgelopen weken gaf ik wel steeds een lied uit het Hallel op. De lofzangen die bij Pasen gezongen werden. Deze week is psalm 115 aan de beurt.

Bij het gewone leesrooster past psalm 95. Bij het alternatieve rooster past psalm 103.

Stef Bos zingt een lied over Mozes. Dat gaat over het einde van zijn leven. Terugkijkend op wat er allemaal gebeurd is.

https://www.youtube.com/watch?v=42ZS6Veg1Lc&fbclid=IwAR0EJwVfHGq4RI-uFU_7bfaKxwb3VKgC2rl5uRZ36Cvi94ov0QThYHGQkIQ

Verder nog een link naar een kerkdienst die wordt uitgezonden door LPB-media. Die dienst gaat over hetzelfde gedeelte als de overdenking. Er moet nog doorgeklikt worden, om de juiste informatie te krijgen.

http://archief.luisterpost.nl/?wysija-page=1&controller=email&action=view&email_id=188&wysijap=subscriptions&user_id=4151

Vragen naar aanleiding van het tekstgedeelte om door te praten:

  1. wie kan je moed inspreken op dit moment?
  2. Heb je wel eens iets van God gemerkt? Hoe spreekt God jou aan in deze tijd?
  3. Hebben wij teveel oog voor de eigen situatie, zodat we de woorden van God niet horen?
  4. Strijd tussen God en de goden. Wat zijn de goden van vandaag?

 

Overdenking voor zondag 15 maart 2020

Hoor je me?

Duidelijk communiceren is nog een heel ding. Dat is niet zo gemakkelijk. Ik kan hier een zin schrijven, die zomaar anders wordt begrepen. In de afgelopen week had ik daarvan verschillende voorbeelden. Een hele onschuldige: de pestvogels heb ik niet gezien. Piet wel, die liep er ook. Doordat ik in de tweede zin mijzelf wegliet, kan je het zo lezen, dat Piet de vogels wel gezien heeft. Terwijl de bedoeling was: ik heb de vogels niet gezien, maar ik heb Piet wel gezien. En of Piet de vogels dan gezien heeft, dat is nog maar de vraag.

Als kerkenraad heb je soms het idee, dat je duidelijk verteld hebt, wat er aan de hand is. Dat blijkt niet altijd zo te zijn. Bijvoorbeeld door de kennis, die jij wel hebt, en de ander niet. Je hebt het misschien wel gezegd, maar het is niet overgekomen.

Bij Mozes lees je hetzelfde. Hij praat wel, of beter Aäron spreekt. Maar er wordt niet geluisterd. Het volk luistert niet. En de farao luistert ook niet. Beter nog: de farao luistert wel, maar handelt totaal anders. Mozes vraagt om de woestijn in te trekken met het volk Israël. De farao geeft als antwoord: zwaardere dwangarbeid.

De HEER spreekt …

Opnieuw spreekt God met Mozes. En je kunt denken: dit weet ik allemaal al. Dit is een herhaling. Maar intussen is de situatie van het volk verslechterd. En hebben de opzichters van het volk zich tegen Mozes en Aäron gekeerd. Kijk nou, wat er gebeurt. Wat zijn jullie aan het doen? Jullie beloven ons een betere toekomst. Maar het wordt alleen maar slechter. God zou onze situatie gezien hebben. Hij zou naar ons omzien. Als dit omzien is …

Weer maakt God zich nadrukkelijk bekend als de God van de voorvaders. De God van Abraham, de God van Isaäk, de God van Jacob. Hij heeft de omstandigheden van het volk gezien. Hij heeft hun jammerklachten gehoord. En Hij zal hen bevrijden. Weer koppelt God in zijn woorden verleden, heden en toekomst aan elkaar. Ik zal jullie bevrijden. Hoor je de belofte?

Het volk wil het niet meer horen. De moed is hen in de schoenen gezonken. Moedeloos zijn ze. Vermoeid door het harde werken. Slapen, werken, eten, slapen. Voor woorden van vreugde is geen plek. God spreekt wel, maar het volk hoort het niet.

Ook wij kunnen gevangen zitten in onze eigen situatie. Verstrikt in onze eigen ellende. Gevangen in onze eigen wereld. Durf je dan te dromen? Durf je jezelf te laten raken door prachtige woorden van God. Wat merk ik vandaag van God? Dat is een vraag, die wel gesteld wordt. Ik bid wel, maar God antwoordt nooit. En inderdaad God kan zwijgen. Of spreekt God wel, maar horen wij het niet?

… grote woorden

God zegt: “Ik ga grote dingen doen. Ik zal mijn macht laten zien. Ik zal de last van mijn volk afnemen. Ik zal mijn volk verlossen. Ik zal bevrijden.” De farao zegt: “Ik ken deze god niet. En ik erken zijn macht ook niet.” Daar zit achter, dat de farao beschouwd werd zelf god te zijn. Zo zal het tot een gevecht komen tussen de God van Israël en de goden van Egypte. En de uitkomst staat vast.

  1. je leert God kennen. Hij geeft vruchtbaarheid. Hij heeft flora en fauna in de hand. Hij is Heer van de natuur. Hij kan hagel sturen, zon verduisteren. Die God is niet veranderd.
  2. voor het volk Israël betekent het verlossing. Eindelijk na zoveel jaar ellende. Een eigen land krijgen. Ruimte om te wonen. Vrijheid om te vieren. God die hen ziet en voor hen zorgt. God die zijn macht voor hen inzet.
  3. voor het volk van Egypte betekent het ondergaan van straffen. Zij zullen de macht van God zien en ervaren. De plagen zullen komen. Een teken van Gods macht.

 

Bemoediging

Waar het volk moedeloos is, wil Mozes het volk weer moed geven. Be-moed-igen. Let niet alleen op de situatie, luister naar de woorden van God. Als jij het niet meer ziet zitten, kan je moed putten uit het woord van God. Moed halen uit wie Hij is. Hij is je bevrijder en redder. Hij zegt, dat Hij je kent en ziet. In welke moeilijke situatie je ook bent. Zelfs als de situatie eerst verslechtert.

David zingt daar later over, als hij moet vluchten voor Saul. Mijn omzwervingen hebt U opgetekend, vang mijn tranen op in uw kruik. Staan het niet alles in uw boek? (Psalm 56: 9) Ook voor David was de ellende niet meteen over. Uiteindelijk haalde hij met God wel de overwinning. Moed houden betekent ook volhouden. Geduldig wachten. En je vasthouden aan woorden van hoop. Een teken van leven. Er is een God die bevrijdt. Dat zegt Hijzelf. Hij heeft in het verleden bewezen het ook te kunnen.

Hoor je me?

Mozes ziet het niet meer zitten. De Israëlieten wijzen hem af. De farao luistert niet. Hij is al een slechte spreker. Laat maar zitten verder. Dit is de situatie, nu moeten ze er maar het beste van maken. Beter wordt het niet. De last zal op de schouders blijven, bevrijding is ver weg. Verlossing zit er niet in.

Opnieuw mag Aäron mee. Hij zal het woord voeren. Zwijgend zal Mozes zo naast hem staan. Aäron als boodschapper, Mozes als god. Hij de vertegenwoordiger van de Heer. Mozes tegenover farao. God tegenover god.

Je komt het later weer tegen in de bijbel. In Ikonium wordt Barnabas Zeus genoemd en Paulus Hermes. Barnabas de oppergod en Paulus de woordvoerder. Blijkbaar is in onze wereld de strijd van God tegen de goden nooit ver weg.

God geeft de verzekering: Mozes,   inderdaad farao zal niet luisteren. Het moet eerst erger worden, voordat het beter wordt. De weg zal niet gemakkelijk zijn. Hij is wel begaanbaar. Als je aan mijn hand gaat. En het zal duidelijk worden, dat het God zelf is, die zijn volk bevrijdt.

En nu?

Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft Hij tot ons gesproken door zijn Zoon (Hebr. 1). God geeft ons een belofte van verlossing en bevrijding. Hoor je het? Of wil je, kun je het niet horen, omdat je teveel in beslag bent genomen door de waan van de dag?

Pasen is het teken, dat God zijn belofte waar maakt. Houd moed!