Overdenking zondag 17 mei

Alleen

Ik

Ben

Rust

Respecteer

Leven

Verbonden

Delen

Eerlijk

Genoeg

 

Regels. Daar vinden we allemaal wel iets van. Wetten en regels. 17 miljoen mensen op dat kleine stukje aarde. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Maar een ellenboog is nog nooit zo beschaafd geweest. Je niest in je ellenboog. Bij klachten blijf je samen met je gezin thuis. We blijven zo veel mogelijk thuis. We houden anderhalve meter afstand. En straks als we met het openbaar vervoer gaan, dan dragen we een mondkapje.

We blijven zoveel mogelijk binnen. Wat is de ruimte binnen deze regel? Wat mag wel en wat niet? Deze week hadden we een gesprek over wat een samenkomst en wat groepsvorming was. Daar zijn verschillende regels voor namelijk. Afspreken mag niet, elkaar spontaan tegen komen wel, op anderhalve meter ….

Regels. Niet je telefoon mee naar bed. Niet eten op je slaapkamer. Niet voetballen in de woonkamer. Er zijn een heleboel regels. Regels waar jij je aan moet houden. Of je ze nu leuk vindt of niet. En eraan houden vinden we best lastig. De jongeren die de vakken vullen in de winkels kunnen erover meepraten: dan is anderhalve meter best lastig …

  1. hoe ga jij om met huidige regels? Vind je ze lastig, gemakkelijk?
  2. wat vind jij een domme regel en waarom?

God bevrijdt zijn volk. Hij leidt ze door de woestijn. Hij geeft ze eten, drinken. Hij is er om hen te beschermen en bij de vrijheid te bewaren. Dan brengt Hij ze bij de berg waar het allemaal begonnen is. En God begint zelf te spreken: Ik ben de Heer, diegene die jullie verlost heeft uit het slavenbestaan.

Exodus 20

Toen sprak God deze woorden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. Vereer naast mij geen andere goden. Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan. Houd de sabbat in ere, het is een heilige dag. Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw vee, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen. Want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zee met alles wat er leeft, en op de zevende dag rustte hij. Daarom heeft de HEER de sabbat gezegend en heilig verklaard. Toon eerbied voor uw vader en uw moeder. Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HEER, uw God, u geven zal. Pleeg geen moord. Pleeg geen overspel. Steel niet. Leg over een ander geen vals getuigenis af. Zet uw zinnen niet op het huis van een ander, en evenmin op zijn vrouw, op zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’ Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Spreekt u met ons, wij zullen naar u luisteren. Maar laat God niet met ons spreken, want dan sterven we.’ Maar Mozes antwoordde: ‘Wees niet bang, God is gekomen om u op de proef te stellen en u met ontzag voor hem te vervullen, zodat u niet meer zondigt.’ En terwijl het volk op een afstand bleef staan, ging Mozes naar de donkere wolk waarin God aanwezig was.

God spreekt zelf. Nu niet via Mozes. Het is zijn eigen stem. En God stelt zich voor. Er is niets te zien. Geen gedaante. Alleen vuur en rook. God spreekt: Ik ben diegene, die jullie bevrijd heeft. Ik heb iets te zeggen, over Mijzelf, over jullie, het leven, de wereld. Ik spreek woorden om jullie bij de vrijheid te bewaren. Het zijn woorden voor jullie eigen veiligheid.

De tien woorden beginnen niet met: je zult alleen mij dienen. Geen andere goden in mijn aanwezigheid. Nee, het begint met God die spreekt: Ik ben je bevrijder. Je hebt jezelf niet kunnen redden, maar Ik red jou.

Het is begrijpelijk dat het voor het volk Israël geldt, dat daar voor de berg verzameld is. Maar je kunt zeggen: het geldt voor alle mensen. God is onze bevrijder. Je kunt jezelf niet redden, maar Hij redt jou. Hij redt je uit ziekte, uit je angsten, bevrijdt je van je karakter, waar je mee worstelt, van de dood. Hij redt je uit de ellende. Uit je verslaving, wat je bindt en je verwondt. God is je bevrijder, die je redt uit de macht van de zonde.

In de woestijn werd meteen duidelijk dat die vrijheid aangevochten werd: er was honger, dorst, vijanden. Daarom zijn die eerste woorden zo belangrijk: God is te vertrouwen: Hij heeft je toch zelf bevrijdt, van alles wat je drukt?

God wil je bij die gekregen vrijheid bewaren. En dus brengt Hij onder woorden, wat er voor die vrijheid nodig is: God is geen God tussen de goden. Haal nergens anders je zekerheid, zoek nergens anders je veiligheid. Alleen bij Hem. Hij is te vertrouwen.

God is groter dan wij ooit kunnen denken. Maar zo kan je God ook op afstand zetten. Dan wordt Hij vaag. Zo wil God niet zijn: Hij spreekt en is zo heel dichtbij. God is niet in een beeld te vatten. Hij wil ook niet, dat je Hem naar jouw eigen hand zet. Daar is Hij te machtig, te heilig, te groot voor. Maar Hij zegt van zichzelf ook: dat Hij jaloers is. Hij wil zijn aandacht en liefde niet verdelen. Hij wil de eerste en de laatste zijn. Zo stelt God zich voor. Zo komt Hij naar ons toe.

Regels en wetten: blijf zoveel mogelijk binnen, werk vanuit huis. Er mogen niet meer dan dertig mensen in een kerkgebouw … Allemaal regels. En het lijkt te knellen. Je voelt je in je vrijheid aangetast: als ik naar buiten wil, dan zal ik dat zelf weten. Als ik mijn café wil openen, omdat anders mijn zaak eraan gaat, als ik mijn sportschool met de regels open wil doen, dan …

Maar wat als jij de bron wordt van een nieuwe besmetting? Wil je dat op je geweten hebben …

Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Dan doe je een beroep op het gezond verstand. En dan gaan we met elkaar naar het strand, naar een park, in een volle trein, pakken we het pak melk over de rug van een vakkenvuller.

Ik maak zelf wel uit hoe snel ik over de snelweg rijd, ik maak zelf wel uit of ik licht op mijn fiets heb op niet, ik maak zelf wel uit waar ik belasting betaal, ik maak zelf wel uit of ik een bonus opstrijk. Ik maak zelf wel uit of ik aan het bezit van een ander kom …

Zonder regels raakt het leven ontregelt. Dat lijkt op een spel spelen zonder spelregels. Of waarbij ieder zijn eigen spelregels bedenkt, of de spelregels tijdens het spel iedere keer aanpast. Daar wordt het niet echt leuker van. En het kan ook nog erge gevolgen hebben.

Regels is het volgen van richtlijnen. Ik zag iets over een grote brug met enorme pijlers. Maar het kwam heel precies: als ze beneden maar een beetje miszaten, dan scheelde het op hoogte een aantal meters. En dan kon de weg er niet overheen. Soms kan je iets in de geest van de regels doen, soms kan het alleen maar precies zo en niet anders.

We mochten niet voetballen in de huiskamer. We deden het toch. En toen ging er iets dierbaars stuk. Dat was niet de bedoeling, maar wel het gevolg van het niet luisteren.

God geeft tien woorden om zijn volk bij de vrijheid te bewaren. Tien woorden. Niet meer. Ze worden helemaal uitgesplitst in wetten en regels. Of dat de bedoeling was?

Tien woorden samen te vatten in: heb God lief met alles wat in je is en je naaste als jezelf. Liefhebben dus. Liefde geven. Daar ging Jezus ons in voor. De God die spreekt en zelf het woord neemt. Hij komt in Jezus heel dichtbij. En Jezus zegt: Ik laat alles van die wet staan. Er komt niets bij, er gaat niets af. Maar Ik kom je wel bevrijden. Ikzelf. Door lief te hebben en mijn leven voor jullie te geven. Hij geeft zelf het voorbeeld.

Liefhebben kan altijd. Als dit de regel is: heb lief. Hoe ga jij dat de komende tijd doen?