Overdenking zondag 18 juli

Votum en groet
Opwekking 599 Kom tot de Vader
Gebed
Gen. 3: 8- 15
Ps. 32
Psalm 32 the Psalm Project
Luc. 1 : 67 -79
Joh. 4 : 27 – 42
2 Kor. 5 : 14 – 21
1 Joh. 2 : 3– 8
Overdenking
Opwekking 826 Jezus mijn bevrijder
Gebed
Collecte aankondiging
Samenzang Psalm 32: De Nieuwe Psalmberijming
Zegen

 

Genesis 3: 8- 15
Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ God, de HEER, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’

Psalm 32
Van David, een kunstig lied. Gelukkig de mens van wie de ontrouw wordt vergeven, van wie de zonden worden bedekt. Gelukkig als de HEER zijn schuld niet telt, als in zijn geest geen spoor van bedrog is. Zolang ik zweeg, teerden mijn botten weg, kreunend leed ik, de hele dag. Zwaar drukte uw hand op mij, dag en nacht, mijn kracht smolt weg als in de zomerhitte. s selas* Toen beleed ik u mijn zonde, ik dekte mijn schuld niet toe, ik zei: ‘Ik beken de HEER mijn ontrouw’ – en u vergaf mij mijn zonde, mijn schuld. s selas* Laten uw getrouwen dus tot u bidden als zij in zichzelf een zonde vinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken. Bij u ben ik veilig, u behoedt mij in de nood en omringt mij met gejuich van bevrijding. s selas* ‘Ik geef inzicht en wijs de weg die je moet gaan. Ik geef raad, op jou rust mijn oog. Wees niet redeloos als paarden of ezels die met bit en toom worden bedwongen, dan zal geen kwaad je treffen.’ Een slecht mens heeft veel leed te verduren, maar wie op de HEER vertrouwt wordt met liefde omringd. Verheug u in de HEER, rechtvaardigen, en juich, zing het uit, allen die oprecht zijn van hart.

Lucas 1 : 67 -79
Zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie: ‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost. Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt uit het huis van David, zijn dienaar, zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders en herinnert hij zich zijn heilig verbond: de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader, dat wij, ontkomen aan onze vijanden, hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid. En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.’

Johannes 4 : 27 – 42
Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Rabbi, u moet iets eten.’ Maar hij zei: ‘Ik heb voedsel dat jullie niet kennen.’ ‘Zou iemand hem iets te eten gebracht hebben?’ zeiden ze tegen elkaar. Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien. Jullie zeggen toch: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren. Hier is het gezegde van toepassing: De een zaait, de ander maait. Ik stuur jullie erop uit om een oogst binnen te halen waarvoor je geen moeite hebt hoeven doen; dat hebben anderen gedaan en jullie maken hun werk af.’ In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’

2 Korintiërs 5 : 14 – 21
Wat ons drijft is de liefde van Christus, omdat we ervan overtuigd zijn dat één mens voor alle mensen is gestorven, waardoor alle mensen zijn gestorven, en dat hij voor allen is gestorven opdat de levenden niet langer voor zichzelf zouden leven, maar voor hem die voor de levenden is gestorven en is opgewekt. Daarom beoordelen we vanaf nu niemand meer volgens de maatstaven van deze wereld; ook Christus niet, die we vroeger wel volgens die maatstaven beoordeelden. Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen. Dit alles is het werk van God. Hij heeft ons door Christus met zich verzoend en ons de verkondiging daarover toevertrouwd. Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd. Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden.

1 Johannes 2 : 3– 8
Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. Wie zegt: ‘Ik ken hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in hem zijn. Wie zegt in hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.

 

De ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw; het blijft me fascineren. Het gaat over wat Jezus doet in mensenlevens: bevrijden.
Iemand die bang is dorpsgenoten te ontmoeten, en confrontatie met haar verleden uit de weg gaat, ontdekt dat Jezus haar van die last wil bevrijden. Ze heeft opeens geen gene meer; ze schaamt zich niet langer over haar verleden; ze loopt naar het dorp, rammelt aan de deuren en vertelt iedereen dat Jezus alles van haar weet. Het is net alsof ze er blij om is. Ze zal geweten hebben van de roddels die men over haar vertelde. Nee ze was geen voornaam type. En dat ontkent ze ook niet. Maar het is alsof het haar aankleefde: ze kwam er niet meer van af. Het was zoiets eens een zondaar altijd een zondaar. Punt uit.

Het is wel een beetje herkenbaar: de kent je eigen zwakke punten, je eigen falen; je eigen onvermogen; je uitgesproken standpunten soms zelfs met bijbelse onderbouwing en waarmee je andere mensen op afstand houdt; je eigen pijnen vanuit je jeugd die je liever maar onderdrukt. De last op je schouder tengevolge van de relatie of de relatie die kapot ging; het gemis van je partner. Het kan er allemaal voor zorgen dat het licht maar niet wil doorbreken in je leven. Er zit zo’n vervelende sluier overheen waar je maar niet vanaf komt. Het is een soort vlies in je ogen waardoor het beeld nooit scherp wordt.
Ja en als je geen pijn wilt voelen dan moet je situaties vermijden waarbij die pijn ontstaat. Die Samartitaanse vrouw meed haar dorpsgenoten. Dan voelde ze niet de pijn van de negatieve blikken en de stiltes die vallen in de gesprekken als zij eraan komt ook niet.

In psalm 32 vertelt David over zo’n situatie is zijn leven. Blijkbaar was er iets fout gegaan in zijn leven. Nou bij hem kun je van alles aanwijzen. Als je het boek van Toon Stortenbeker leest over David (als David je vader is) dan zijn daar vele lessen uit te trekken. Maar we laten David zelf maar aan het woord in Psalm 32: Zolang hij niet over mijn zonden sprak voelde hij zich onder druk gezet; had hij zelfs lichamelijke klachten.
En dan opeens is daar de oplossing: ik beleed U mijn zonde en dekte mijn schuld niet toe. Anders vertaald: ik vergoeilijkte mijn schuld niet. Dat laatste is wel erg belangrijk. Je kunt iets fout hebben gedaan maar er een verontschuldiging bij noemen: ik ben ook maar een zondig mens; ik bedoelde het niet zo; ik had al eenzware dag achter de rug; het ging die week niet lekker op het werk. Mijn zoon/ dochter was de hele week al vervelend. Ik deed het uit liefde voor jouw. Een zonde belijden aan God is 1; het erkennen van schuld is 2.

We vragen God dagelijks om vergeving; het wordt zo maar sleur. Zo iets als: o ja er zal naast alles waarvoor te danken is, ook wel iets zijn dat niet helemaal goed ging.
Vooral als je aan tafel moet bidden met je gezin en er is net een heftige discussie geweest. Dat bidt dan niet lekke; je voelt tijdens de stilte tussen de regels dat er iets niet goed is. En natuurlijk is er een excuus om de zaak niet direct recht te zetten, want er valt nog voldoende te doen die avond…

Bij David ging dat broeien; bij de Samaritaanse vrouw net zo. Er komt een sluier je leven. Voordat je het weet raak je verbitterd.
Voor David was het duidelijk: het hoge woord moet eruit: Ik ben fout geweest!

Voor de Samaritaanse vrouw werd het gaandeweg het gesprek met Jezus duidelijk: Hij weet alles van mij en toch….Hij moet wel de messias zijn; de beloofde profeet. Ik ken hem niet maar hij weet alles van mij en toch….

Wie is Jezus voor jou? Je kent Hem vast wel. Hij stierf voor jouw zonden aan het kruis. Dat is je met de paplepel ingegoten. Dat geloven we zo al jaren. Desgevraagd dreun je het zo op. Maar er is blijkbaar meer. Jezus wil nog meer voor je doen! Hij wil je bvrijden! Waarvan? Van je schuld! Maar dat wist ik toch wel? Waarom draag je die dan nog steeds! Hoezo? Waarom heb die schuld nog niet beleden?

En dan kom je met David tot de ontdekking dat God al die tijd al klaar staat om jou die schuld van je schouders af te halen. Dat God al die tijd je de weg wil wijzen naar herstel. Herstel van de relatie met Hem maar ook herstel van de relatie met degene die jij benadeeld hebt, of misbruikt hebt, of mishandelt hebt, lichamelijk of mentaal. Dat Hij bevrijdt van de negatieve woorden de over jou zijn uitgesproken (jij deugd nergens voor; het wordt nooit wat met jou!) en waarvan je nog steeds last hebt. Bevrijd van het verschuilen achter de dingen waar jij z.g. goed in bent en die andere mensen op afstand houden. Ach we bewegen allemaal wat moeilijk door de lasten op onze schouders. Maar hoe kom je van die lasten af? Dat is toch onmogelijk!

Nou kijk daarbij vooral naar Jezus en niet alleen maar naar je zonde. Die zondeberg van jou is zo groot, daar kom je zelf niet overheen. Die berg wil Jezus voor je weghalen.
David wist het al: Je moet wel gelukkig zijn als God je schuld vergeeft. De Samaritaanse vrouw gelooft het: Jezus weet alles van mij maar toch…..gaat Hij gewoon met mij om. Hij moet wel de messias zijn. Er komt een doorbraak in haar leven, maar ook in die van haar dorpsgenoten, zodra ze Jezus zelf hebben gehoord. Want je ziet dat ze zich niet langer concentreren op die slechte vrouw, waar ze zo vaak over hebben geroddeld. Nee ze concentreren zich op Jezus en belijden Hem als de Messias, de Verlosser, de Bevrijder!

Wanneer was jouw laatste ontmoeting met Jezus? Ben je al bevrijd? Weet je dat Hij je wil vernieuwen? Weet je wat dat is: nieuw zijn. Dat je de ballast van je zonde kwijt kunt raken als je Hem erbij betrekt. Je kunt de ballast van wat een ander je aangedaan heeft kwijt raken als je Jezus betrekt in je leven. Nee het is niet goedkoop. Het kost Hem zijn leven, maar Hij deed het voor jou. Omdat Hij van je houdt. En zo maakt Hij je klaar voor een leven met Hem. Dat leven met Hem mag nu al beginnen. Zijn Geest maakt je dat duidelijk en is de garantie dat Gods belofte inzake Jezus waar is: Paulus spreekt in 2 Kor. 5 over de aardse tent die we moeten afleggen omdat die zo zwaar op ons drukt. We willen het eigenlijk niet, maar het moet toch want God ons wil klaarmaken voor het leven met Hem. En daarvoor heeft Hij zijn Geest gegeven als onderpand. M.a.w God geeft alle ingredienten voor een leven met Hem. Dankzij Jezus kan dat en de Heilige Geest staat klaar om je daarin te ondersteunen, om het mogelijk te maken.

Dat maakt ook dat relaties kunnen herstellen. Dat we anders naar mensen gaan kijken. Dat we elkaar niet langer de maat nemen. Dat deed Jezus ook niet. Laten we daar dus mee ophouden. Hij zegt van zichzelf dat Hij niet gekomen is om te oordelen maar om te redden. We leven niet langer voor ons zelf, voor onze eigen eer en positie, voor onze eigen mening, maar voor Hem die voor levenden is gestorven en is opgewekt (lees maar in 2Kor 5). Daarom is iemand die één met Christus is een nieuwe schepping. Dit wil God met je leven.

Heb je Jezus al ontmoet? Heb je jouw ballast aan Hem gegeven. Zullen we elkaar helpen als we zien dat er iemand in de gemeente is die gebukt gaat onder een zware last. Maak uw fouten bespreekbaar met degene die het betreft. Vraag God kracht om dat te doen. Breng uw last bij Jezus Hij wil helpen het te dragen en wil het zelfs van je overnemen.

Heb je Jezus al ontmoet. Kun je die ander weer in de ogen kijken? Ontwijk je niet langer het contact met die ander? Ontwijk je niet steeds het gesprek met je zoon of dochter, je vader of moeder?

Voor de Samaritaanse vrouw was haar verleden niet langer een belemmering. Bij David viel een last van de schouders. En bij jou?

Laat je overtuigen door Gods liefde voor jou. Christus ging door de hel omdat Hij wist dat jij daardoor bevrijdt zou worden. Zijn beloning was eeuwige roem, want de dood kon Hem niet vasthouden. Omdat Hij overwon ben jij met Hem overwinnaar. Dwars door de hel van jouw leven heen.

David roept ons op onze schuld te belijden voor God. Vers 6: laten getrouwen dus tot U bidden als zij zichzelf in een zonde bevinden. Stormt dan een vloed van water aan, die zal hen niet bereiken. Ja er kan wat loskomen als je schuld belijdt en niet alleen tranen, ook verwijten en twijfel bij jezelf. De duivel zal je laten twijfelen: moet ik zover door de knieen? De verwijten kunnen snijden als messen. Als je oprecht schuld belijd ben je echt veilig bij God. Hij zal je niet belachelijk maken; nee op de knieen valt er meer te winnen dan wanneer je koppig doorgaat met te doen als of er niks aan de hand is. David ervoer na zijn schuldbelijdenis gejuich van bevrijding.

Dat laatste zegt Johannes ook met zoveel woorden in 1 Joh 1 vers 9: Belijden we onze zonden dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad. En in hoofdstuk 2 vers 7 zegt hij dat hij het wat dat betreft al over een oud gebod heeft, maar toch is ook nieuw, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelikheid in Jezus’ leven en in jouw leven.

De duisternis die er al is vanaf de zondeval in het paradijs, verdwijnt. Als Zacharias zijn lofied zingt bij de geboorte van zijn zoon Johannes heeft Hij het over een reddende kracht die God voor ons heeft opgewekt in het huis van David zijn dienaar. Zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten: Bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de greep van allen die ons haten. En waarom doet God dat: Dat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.

Die vijanden zijn niet alleen de vijandige volken rondom Israel. Die vijanden zijn de wereld , de duivel en onze eigen ego. Die vijanden zijn alle machten en krachten die ons verhinderen voluit voor God te leven. Het zijn de verkeerde gedachten die bezit willen nemen van je hart en je leven. Het zijn de blokkades in je leven, waardoor je vergeet dat God je er voor jou is. Zo kom je al lezend in de Bijbel tot de ontdekking dat God, zolang de wereld bestaat, al bezig is om jouw te redden. Alles wordt door Jezus opgeruimd. Er is geen macht of kracht in de wereld die dat kan verhinderen. Je mag vrij zijn door Hem.

Dus; waar wacht je nog op?