Overdenking zondag 22 maart

De dienst voor deze zondag zou oorspronkelijk een Ontmoetingsdienst zijn.

Er was al muziek voor uitgezocht.

Voor wie Spotify heeft:

https://open.spotify.com/playlist/04gsksupBg04QtKfsNiuxp

 

Het zijn de volgende nummers:

– Go down Mozes ( er zullen vast eerder uitvoeringen zijn, op Spotify staat die van Louis Amstrong)

– You Say – Lauren Daigle

– Opw 790 – De Heer is mijn herder

– Opw 392 – Mijn Jezus, ik houd van U

– Opw 789 – Lopen op het  water

– Sela – Heer wijs mij uw weg

– Trinity – The Lord’s my shepherd (Psalm 23)

 

Overdenking voor zondag 22 maart 2020

Het zijn onzekere tijden. En niemand weet hoe lang het zal duren. Het is vreemd om in een lege kerk te staan. Zonder mensen voor je. Het is vreemd om je overdenking te houden, zonder gezang erom heen. De kerk is gemeenschap. De kerk is samen en niet alleen. En nu is de raad: blijf zoveel mogelijk binnen. Houd afstand van elkaar. En je merkt het. Minder mensen op straat, hoewel het niet overal te merken schijnt. Geen files, terwijl er normaal wel files zijn. Er wordt thuisgewerkt. Kinderen gaan niet naar school. Verzorgingstehuizen blijven dicht. We moeten de kwetsbaren beschermen door er juist niet te zijn.

Er gaat een virus de wereld over: China, Zuid-Korea, Iran, Italië. Het stopt bij geen grens. Het is besmettelijk. En er is nog geen medicijn. Nog niet. Er vallen slachtoffers. Er sterven mensen. Tientallen, honderden, duizenden. Je ziet per dag de getallen toenemen. Bij elk getal hoort een naam, een familie. Is er gemis en zijn er tranen. Bedrijven vallen stil. Er wordt veel minder gevlogen. De horeca is dicht. Bloemen worden doorgedraaid. Naar een concert of een voorstelling kan je niet.

Er vallen klappen, we worden getroffen, het is alsof het oorlog is. Dat soort woorden gebruiken we om de situatie te beschrijven. Dat onze wereld zo stilvalt, dat hebben we nog nooit meegemaakt. Tegelijk: het is niet voor het eerst. Er was de zwarte dood, de pest, die rondging en slachtoffers maakte. Er was de spaanse griep, waaraan velen stierven. Er zijn meer van dit soort rampen de wereld over gegaan. Het is niet voor het eerst. En door de wetenschap van nu, weten we meer, begrijpen we meer, delen we meer, al kunnen we het op dit moment nog niet stoppen. Wie kent het cijfer van hen die vorig jaar stierven door de griep, wie kent het cijfer van hen, die vorig jaar zelf een eind aan hun leven maakten? De klappen, die we krijgen komen uit verschillende hoeken.

Dat er rampen over de wereld zullen gaan, dat er oorlogen woeden, dat er ziekten zich verspreiden over de aarde, hoeft ons niet te verbazen. God heeft het gezegd. Zo zal het gaan in de laatste dagen. En zo is het na Christus geweest. Trouwens ook voor Christus. En je moet voorzichtig zijn om te zeggen: nu leven we in de eindtijd, nu zal Jezus wel snel komen. Dat dachten ze in de Middeleeuwen ook, en aan het begin van de twintigste eeuw. Maar het duurde nog even. Jazeker we leven in de eindtijd. En ja we verwachten op enig moment de Zoon van God terug op aarde. En zeker, het wordt maar weer eens duidelijk, hoe kwetsbaar we zijn. Zelfs wij moderne mensen. Dat we sterfelijk zijn. Wat dat betreft worden zekerheden wel onderuit gehaald. En waar kan je dan terecht?

Wij geloven bij God. God, die koning is. Die de levende is en die de bron van leven is. God die boven de geschiedenis staat. Maar wie is Hij?

Lezen: Exodus 7: 8-25


Wie is de HEER?

Dat vroeg de farao zich ook af. Wie is de HEER? Wat heb ik zoon van ra (Egyptische zonnegod) met de God van Israël te maken (Exodus 5: 2). Jullie Mozes en Aäron kunnen wel in naam van God vragen om de vrijlating van het volk. Maar waarom zou ik daarna luisteren, waarom zou ik toegeven? God zegt: “laat mijn volk gaan.” Farao zegt: “waarom zou ik?”

Het volk Israël gaat gebukt onder de slagen van de drijvers. En farao maakt de onderdrukking alleen maar erger. De last die op de schouders van de Israëlieten drukt, wordt alleen maar groter. Ze kunnen aan niets anders denken, dan aan: hoe komen we deze dag door? Ze worden afgebeuld, afgemat. En ze hebben geen uitzicht. Er is alleen maar onzekerheid. De enige zekerheid lijkt te zijn, dat ze nog meer geslagen zullen worden. En de farao wil zijn macht bewijzen door nog harder te slaan. De vraag om vrijheid lijkt alleen maar voor het tegendeel te zorgen. Meer onderdrukking, meer geweld, meer slachtoffers. Het lijkt wel oorlog.

 

Wie is de HEER? “bezweerder van slangen”

Wie is de HEER? Dit zegt de HEER: Mozes ga naar farao. En je moet eisen, dat hij het volk laat gaan. En je moet zeggen, dat je namens Mij deze eis doet. Ik heb immers het onrecht en het lijden van het volk gezien. Ik heb de slagen gezien, waaronder het gebukt gaat. En als farao om een legitimatie vraagt. Als hij een wonder eist, gooi dan je staf op de grond en de staf zal een slang worden.

De HEER is Hij die voor zijn volk opkomt. De HEER is Hij die wonderen kan doen. De HEER is Hij die farao ruimte geeft en tegelijk weet, dat farao er geen gebruik van zal maken. De HEER is een bevrijder. Hij heeft het recht lief en straft het onrecht. Hij is met niemand te vergelijken.

De HEER weet, dat het oorlog zal worden. Hij heeft het al meerdere keren voorspeld. Farao zal het volk niet laten gaan. Hij zal zich verzetten. Hij zal zich terugtrekken op eigen macht. Hij zal vertrouwen op zijn eigen goden. Het zal de HEER alle mogelijkheden geven om te laten zien, wie Hij is en welke macht Hij heeft.

Vanaf het begin lijkt het een steekspel, een schaakspel met  het volk Israël als inzet. God doet iets en de farao reageert.

Wie is de HEER? Hij die een staf in een slang kan veranderen. Maar dat kunnen de magiërs aan het hof ook. Ook hun staven worden slangen. En goed, de slang van Aäron eet de andere slangen op. Maar de staven werden slangen. Is God werkelijk sterker dan de goden?


Wie is de HEER? Hij slaat de eerste slag: de levensader afgesloten.

Wie is de HEER? Hij die vraagt: laat mijn volk gaan. Hij stuurt Mozes naar de rivier. En hij moet het water van de rivier in bloed veranderen. En opnieuw de magiërs kunnen dit ook. Wat is het verschil tussen de God van Israël en de goden van Egypte?

De Nijl is de levensader van Egypte. Het water zorgt voor vruchtbaarheid. Het water zorgt voor leven. Opeens is het weg. Veranderd in rood bloed. Dat wat leven is, maar nu de stank van de dood verspreidt. God zorgt voor leven, Hij kan het leven ook nemen. Zo laat Hij zich hier kennen. Als de bron waar het leven uitstroomt. Maar het leven kan opeens ook bedreigt zijn. Fris stromend helder water wordt stinkend rode drab. En alles komt tot stilstand. De mensen zoeken vertwijfelt naar water. Waar is het te vinden, hoe diep moeten ze graven?

De magiërs kunnen water wel in bloed veranderen. Maar ze kunnen geen bloed in water veranderen. Ze kunnen wel vernietigen, maar ze kunnen niet redden. Dat wordt hier bij de eerste slag al duidelijk. Proef je het verschil met de HEER?

Er leek niets aan de hand. Het water stroomde, het stroomde over en trok zich weer terug. Levensader. Motor van de economie. Wat had je verder nodig? Als het water maar stroomde en zich terugtrok, dan kwam het wel goed. Dan had ieder genoeg. Dat er ergens in een hoekje mensen woonden, die geen leven hadden? Wat kon hen dat schelen.

Als mensen geen rekening met God houden – wie is Hij – rekent God wel met de mensen. Niets gaat vanzelf. Niets is vanzelfsprekend. Wij zijn zo kwetsbaar als mensen. En al lijkt de beschrijving overdreven (al het water werd bloed, tot in de kuipen aan toe en dat voor zeven dagen. Dan kan je jezelf allereerst al afvragen: welk water hebben de magiërs dan nog in bloed veranderd?) Het was wel veelomvattend. En de mensen zochten radeloos naar dat beetje water, beetje leven dat er nog was. Angstig, haast zonder hoop. Alleen de blik op het water.

God slaat. Onrecht kan Hij niet aanzien. Hij zal zijn volk bevrijden. Farao en zijn volk zullen weten, wie de HEER is.


Wie is de HEER? Hij wil je bevrijder zijn …

Deze HEER is niet veranderd. Hij is in staat om wonderen te doen. Hij is in staat om de slang, teken van het oude kwaad te vernietigen. Hij is in staat om leven te geven. Hij is in staat om de dood te verslaan. Hij geeft hoop, zelfs in bange dagen. Zijn wens is, dat je Hem kent. Werkelijk kent. Zijn wens is, dat je met Hem leeft. Zijn wens is dat je Hem volgt. Zijn wens is, dat je Hem dankt voor al het goede. Heb God lief met alles wat in je is en je naaste als jezelf.

Dat geldt ook voor deze tijd. Als het zo onzeker is. God is HEER, ook nu. Help je naaste, zoveel je kunt. Vol vertrouwen, God is de bron van leven. Vol hoop, al is de dood dichtbij. God is je bevrijder. Bij Hem kan je schuilen. Ook als je bang bent. Als je het niet weet. Als je jezelf geslagen voelt. En het pijn doet. God is je bevrijder. Hij bevrijdde zijn volk, door wonderen te doen. Hij bevrijdt zijn kinderen, door zijn Zoon te sturen. In alle onzekere tijden blijft dit staan: God is HEER. Hij is erbij.