Overdenking zondag 28 juni

Vooraf Psalm 89 door Date Jan

Votum/groet
Gebed
Lezing Spreuken 4
Psalmen voor nu 42       https://youtu.be/-7gn6RAsxCI
Preek/overdenking
Opwekking 518               https://www.youtube.com/watch?v=TipiBpXAbmo
Gebed
Collecte
Gemeentegroet              https://youtu.be/pVSJkcuwpXw
Zegen
Opwekking 520              https://www.youtube.com/watch?v=0p_tRdsLc-Q

Zonen, luister naar de lessen van je vader, wees vol aandacht en kom tot begrip. Wat ik je leer is waardevol, sla dus mijn onderricht niet in de wind. Ik was mijn vaders beminde zoon, mijn moeders lieveling. Mijn vader leerde mij: ‘Laat je hart mijn woorden bewaren, handel naar mijn richtlijnen, dan gaat het je goed.

Streef naar wijsheid, zoek naar kennis, wijk niet af van wat ik zeg, vergeet het niet. Verlaat de wijsheid niet, dan beschermt ze je, heb haar lief, dan behoedt ze je. Het begin van wijsheid is dat je wijsheid zoekt, aan alles wat je hebt verworven, inzicht toevoegt. Acht de wijsheid hoog, dan geeft ze je aanzien, ze strekt je tot eer wanneer je haar omhelst. Ze legt een sierlijke krans om je hoofd, schenkt je een luisterrijke kroon.’

Mijn zoon, luister, neem mijn woorden aan, ze vermeerderen de jaren van je leven. Ik heb je de weg van de wijsheid gewezen, op rechte paden heb ik je gevoerd. Je zult onbelemmerd voortgaan, nergens zul je struikelen, al ga je nog zo snel. Laat mijn onderricht niet los, houd het vast, vergeet het nooit, het is je leven. Ga niet het pad van goddelozen, bewandel niet de weg van wie boosaardig zijn. Mijd hun weg, betreed hem niet, ga eraan voorbij, loop door.

Ze gaan niet slapen voor ze kwaad hebben gedaan; wanneer ze anderen niet ten val brengen, worden ze van hun rust beroofd. Ze doen zich te goed aan het brood van goddeloosheid, zwelgen in de wijn van het geweld. De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon, die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt. De weg van goddelozen is alleen maar duisternis, ze struikelen, en weten niet waarover.

Mijn zoon, heb aandacht voor mijn woorden, geef aan mijn uitspraken gehoor. Houd ze steeds voor ogen, bewaar ze in het diepste van je hart. Ze zijn het leven voor wie ze aanvaarden, sterken heel het lichaam als een medicijn. Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.

Neem nooit leugens in de mond, laat geen bedrog over je lippen komen. Je moet elk mens recht in de ogen kunnen zien, nooit je ogen hoeven neerslaan. Effen de weg waarover je gaat, dan loop je met vaste tred. Wijk niet af naar rechts, wijk niet af naar links, wijk alleen uit voor het kwaad.

 

Het gevecht om ons hart

Ik ervaar druk op mijn geloof. Ik merk dat de dingen van deze wereld, de dingen die in onze samenleving normaal zijn, invloed op mij hebben. Mijn manier van leven -en ik vermoed ook uw en jouw manier van leven- lijkt verdacht veel op het leven van de mensen om ons heen. Waarin zijn wij anders? Over welke dingen denken wij anders? Natuurlijk kan ik wel wat dingen verzinnen. Maar ik baal ervan dat er ook zoveel dingen zijn waarin ik nauwelijks van de wereld verschil. Het lijkt erop dat het verschil ook steeds kleiner wordt. Als christen merk ik dat wij, en ook onze kinderen, te maken hebben met een stuk verwereldlijking. We zijn net zo druk met ons werk als niet-christenen, we kopen huizen en auto’s, we maken verre reizen en vinden vakantie belangrijk, we kleden ons net als de rest, we kijken dezelfde films en programma’s, we zijn op dezelfde manier bezig met relaties en gezinsvorming. Het lijkt een onvermijdelijk iets dat zich sluipenderwijs voltrekt. Ik maak me daar zorgen over, want ik vind dit niet fijn.

Spreuken 4:23 wijst hierbij op de rol van ons hart. Dan bedoel ik de plek waar je beslissingen vandaan komen, waar je emoties en verlangens zitten, je diepe overtuigingen. Zo spreekt de Bijbel ook over het hart in bijvoorbeeld Matteüs 15:19, daar zegt Jezus: ‘Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster.’

Deze dingen beginnen in je hart. Bij een verlangen. Omdat je iets wil, ga je iets doen. Dat geldt natuurlijk ook voor de goede dingen. Ook je goede daden komen voort uit je hart en beginnen bij een verlangen. Hoe het in je hart is maakt nogal uit. Uit je hart komen je daden voort, de goede en de slechte.

Daarom zegt Spreuken 4:23, waak over je hart.

Er wordt om ons hart gevochten. Twee partijen willen invloed hebben op je hart. Willen je hart veroveren. Bij zo’n gevecht kan het twee kanten op gaan, welke partij wint? Maar wie zijn dan de partijen die om je hart strijden, en om het hart van onze jeugd? Aan de ene kant is dat de wereld; de wereld zonder God, de samenleving waar God uit verdwenen is. De andere kant, de andere partij is God zelf. Het is een levenslange strijd waarbij het front heen en weer gaat. Soms heb je perioden dat je veel op God gericht bent, maar op andere momenten merk je dat je moeilijk aandacht voor God kunt opbrengen. Je gelooft wel, maar het sprankelt niet. Het lijkt aan de rand van je leven te zitten. Je bent vooral druk met andere dingen, de dingen van het gewone leven.

Dat gevecht voelen is een goed teken want dat laat zien dat je je niet neerlegt bij de invloed van de wereld. Het laat zien dat je ernaar verlangt dat het geloof meer invloed krijgt in je leven.

God wil dat je beseft dat er een strijd om je hart gaande is. Want God gunt je een goed leven. En hoe het in je hart is, dat bepaalt wat je in je leven doet. Spreuken 4:23 zegt over je hart: ‘het is de bron van je leven.’

Want in je hart zitten je verlangens. Een verlangen is iets dat je heel graag wilt, je droomt ervan. Je kunt verlangen naar bezit, eer, genot, zekerheid, gezondheid of liefde. Over het algemeen kun je zeggen, je verlangt naar datgene wat je niet of te weinig hebt. En verlangen is een sterke emotie. In Spreuken 13:12 staat: ‘Almaar onvervulde hoop maakt ziek, vervuld verlangen is een levensboom’ (een levensboom duidt op een leven vol groei en vrucht). Je kunt niet om verlangens heen.

Maar die verlangens van ons worden voortdurend beïnvloed. Reclame, talkshows, films, boeken, bladen. De wereld waar we in leven, de samenleving om ons heen vertelt ons wat we zouden moeten willen, vertelt ons wat goed en normaal is. Voor je het door hebt ga je daarin mee. De beïnvloeding vanuit de wereld om ons heen is haast overal, je kunt er nauwelijks aan ontkomen. Het raakt ons en onze jongeren. Daarom zie je ook die verwereldlijking plaatsvinden. Daarmee bedoel ik dat de kerk en het geloof steeds minder invloed hebben op het sociale leven. Waar winkels eerder nog gesloten waren op zondag, wordt dat steeds minder houdbaar. Godsdienst is ook steeds minder van belang in het denken. Rationele en economische motieven voeren steeds meer de boventoon, samen met motieven als geluk en genot.

De vraag is, waar richten jouw verlangens zich op? Want verlangen doe je, of je je dat nou bewust bent of niet. De mens is een verlangend wezen. Maar richten jouw verlangens zich op deze wereld, op de dingen die je in je tijd op aarde kunt krijgen? Of richten jouw verlangens zich op God? Ik moet denken aan Psalm 84:3, waar de dichter zegt: ‘Van verlangen smacht mijn ziel naar de voorhoven van de HEER. Mijn hart en mijn lijf roepen om de levende God.’ Dat is zo sterk uitgedrukt. Dat zou ik ook graag willen. Maar het lijkt zo ver weg, bijna onmogelijk. Een hart, een lijf, dat roept om God. Honger hebben naar God, in je lichaam voelen dat je naar God verlangt. Dan ging geloven een stuk gemakkelijker.

Ik vroeg net, waar richten jouw verlangens zich op? Verlang jij naar liefde, naar geld, naar waardering?

Waar komen jouw verlangens vandaan? Probeer dat eens voor jezelf te bedenken. Dit heeft te maken met de vraag waar jij naar verlangt; de oorsprong van je verlangens bepaalt de richting van je verlangens. Eigenlijk is de vraag: door wie laat jij je beïnvloeden, wat laat je binnen in je hart? Spreuken 4:23 zegt: bewaak je hart. Van alles wat je bewaakt moet je vooral je hart bewaken. Wees zuinig op je hart en op wat daar binnenkomt. Je kunt iets bewaken zodat er niets uitgaat, een kluis bijvoorbeeld, daar stop je geld in zodat het niet door iemand wordt meegenomen. Je waakt over je bezittingen. Maar je kunt ook waken over grenzen om te voorkomen dat mensen of goederen binnenkomen. Dat laatste is wat Spreuken bedoelt. Bewaak je hart. Vooral je hart, want in je hart zitten je verlangens. En welke verlangens zijn dat? Zijn dat verlangens waarmee je op jezelf gericht bent of verlangens waarmee je op God en je medeschepselen gericht bent? Wees kritisch op de beïnvloeding van je verlangens.

En waar zoek je de vervulling van je verlangens? Sommige verlangens kun je niet goed of fout noemen. Het verlangen naar liefde en geborgenheid, het verlangen naar zekerheid, het verlangen naar waardering en aandacht. Maar je kunt voor de vervulling van die verlangens verschillende kanten op kijken, naar afgoden of naar God. Wie vervult je verlangens echt? Kun je zo van jezelf houden dat je verlangen naar liefde wordt vervuld? Of moet een dergelijke liefde van buitenaf komen? Maar kan een medemens je zoveel liefde geven (en daar trouw in zijn) dat je verlangen naar liefde werkelijk wordt vervuld? Of moet je daarvoor bij God zijn? De wereld om ons heen, de samenleving zonder God, wijst voor de vervulling van je verlangens op dingen die het uiteindelijk niet kunnen waarmaken: spullen die vergaan, sterfelijke mensen, wispelturige koersen. Bedenk goed waar je de vervulling van je verlangens zoekt.

Nu kan ik me voorstellen dat je denkt: de verlangens die ik heb, heb ik gewoon, daar valt niet zoveel aan te veranderen. Ik hou nou eenmaal van mooie kleren dus wil ik die kopen. Ik ben nou eenmaal erg gevoelig voor de waardering van anderen dus verlang ik ernaar die te krijgen. Ik verlang nou eenmaal naar een zorgeloos bestaan dus wil ik veel verdienen. Toch is het niet zo dat je verlangens vastliggen. Dat is een leugen die je zondige hart je probeert aan te praten. Verlangens kunnen veranderen. Anders zou dat gevecht om het hart ook nergens op slaan. Als er geen terrein te winnen was, als de dingen niet veranderen konden, dan hoefde er ook niet gevochten te worden. Hier staat veel op het spel. Een hart dat gevuld is met alleen maar godloze verlangens kan niet de eeuwigheid bij God doorbrengen. Wie niet verlangt naar God heeft in de hemel niets te zoeken, wil daar ook helemaal niet zijn. Het bevrijdende is nou juist dat je verlangens kunnen veranderen, dat God je verlangens kan veranderen. Dat is waar Hij voortdurend mee bezig is. Hij maakt zichzelf bekend. Hij laat zien wie Hij is, liefdevol en betrouwbaar. Hij is onsterfelijk, Hij is almachtig en Hij kan doen wat Hij belooft. God laat zien dat Hij je verlangens kan vervullen; de goede verlangens die het waard zijn om vervuld te worden en die je leven mooi maken. En God ontmaskert de afgoden, de loze beloften, zodat je gaat inzien dat ze niet geven wat ze je voorspiegelen. Zo wil God je verlangens veranderen. Zo wil Hij je hart vullen met verlangen naar Hem.

Tegelijk blijf je leven in deze wereld, blijf beïnvloeding door reclame, films en media ondergaan. Wij hoeven niet weg te vluchten uit deze wereld of ons af te schermen van de samenleving. Jezus zegt in Matteüs 15: niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein maar wat de mond uitgaat, want dat komt uit het hart, die dingen maken een mens onrein. Oftewel, het leven in deze wereld maakt je niet slecht in de ogen van God. Wel het slechte dat uit je hart komt. Bewaak daarom je hart. Besef dat er om je hart gevochten wordt. En laat God dan steeds meer terrein winnen. Laat zijn verlangens voor jou, jouw verlangens worden. Opvallend genoeg heeft de Bijbel het ook over Gods verlangens. Bijvoorbeeld in Jesaja 62:4, daar spreekt God tegen Jeruzalem: ‘Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen en je land Mijn bruid. Want de HEER verlangt naar jou en je land wordt ten huwelijk genomen.’ De stad Jeruzalem staat hier voor Gods volk en dat God bij zijn volk woont. Daar verlangt Hij naar. Het is ook de beloofde toekomst. Openbaring 21:3 zegt: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen.’ Dat dit verlangen heel diep zit bij God ontdek je in Efeziërs 1:4-5, daar staat: ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden.’ Wat is dit troostvol, in al je worstelingen mag je weten dat God naar jou verlangt.

Ik verlang naar meer invloed van God op mijn leven en dat het geloof meer doorwerkt in mijn leven. Maar het is een worsteling. Er is die strijd, de druk op mijn geloof, de beïnvloeding. Maar sterker dan mijn verlangen naar God, is zijn verlangen naar mij.

Hoe waak je nu over je hart en (als je ze hebt) over dat van je kinderen? Als ouders wil je je kinderen dichtbij de Here houden. Maar je ziet en je voelt de wereld aan ze trekken. Net zoals de wereld aan jou trekt. Maar je weet dat je kinderen kwetsbaar zijn, beïnvloedbaar. Uiteindelijk sta je er samen voor. Ouders, kinderen, ouderen, voor ons allen geldt: waak over je hart. Maar hoe zorg je er voor dat je verlangens op God gericht raken? Eigenlijk is het heel simpel: ga veel met God om. Wees in zijn nabijheid door in de Bijbel te lezen en te bidden. Zo ga je verlangen naar waar God naar verlangt. Zo ga je mooi vinden wat Hij mooi vindt, en belangrijk wat Hij belangrijk vindt. Je ontdekt ook steeds meer het contrast tussen wat vanuit de ongelovige samenleving op je afkomt en wat vanuit God op je afkomt. Behalve bidden en Bijbel lezen denk ik ook aan de liturgie, thuis en in de kerk. Bij liturgie gaat het onder andere om zingen. Zing over het verlangen naar God. Veel Psalmen zijn daar vol van (25:1, 33:20, 40:1, 73:28, 84:3, 119:20, 145:16 en 19). Let dan op de dubbele beweging, je kunt zingen over wat in je hart is, je uit je gevoelens, maar zingen kan ook iets in je brengen: het verlangen wat je miste.  Zingen is uiten maar brengt je ook terug wat je kwijt was.

Soms is het ook God zelf die het verlangen naar Hem traint en jouw verlangen op Hem richt. In Hosea 3 lees je dat God aankondigt dat de Israëlieten ‘geruime tijd verstoken blijven van koning en leiders, van offers en gewijde stenen, van orakels en huisgoden.’ Met als gevolg dat (vers 5): ‘ze weer verlangen naar de HEER, hun God, en hun koning David; en uiteindelijk keren ze vol ontzag terug naar de HEER en zijn zegen.’ God kan dingen uit je leven halen om je verlangen weer op Hem te richten. Hoewel je dat als moeilijk kunt ervaren is het genade, want het uitzicht is een mooier leven. Wij mogen God ook vragen om op Hem gerichte verlangens. Paulus bidt in 2 Tess 3:5 voor de gemeente: ‘Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus.’ Dat mag je ook voor jezelf bidden. Ik sluit af met het gebed van Psalm 139:23-24. ‘Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, peil mij, weet wat mij kwelt, zie of ik geen verkeerde weg ga, en leid mij over de weg die eeuwig is.’

Amen.