Uit en voor de gemeente

Afgelopen woensdag was het biddag. Vorig jaar was het de laatste dienst, waarin we als gemeente nog ‘gewoon’ bij elkaar waren. Daarna waren er diensten zonder publiek. Toen kwam er een periode waarin er dertig mensen werden toegelaten en inmiddels zijn het weer diensten, waar alleen zij, die een taak hebben worden toegelaten. Dus zijn we met vijf personen in de kerk: een koster, iemand voor de camera, iemand voor de beamer, een ouderling van dienst en een predikant. En het wil maar niet wennen.

Komende zondag hebben de predikanten van Oldehove, Grijpskerk en Aduard een ruiling afgesproken. Zodat we ook weer in elkaars gemeente komen. Hier gaat dan ds. Van de Kamp uit Grijpskerk voor. De zondag daarna ga ik voor in Enumatil. Na het vertrek van ds. Dijkema is de gemeente vacant en ik heb een aantal diensten afgesproken om daar voor te gaan. Weer een week later heb ik een vrije zondag. Zo komt het dat ik drie zondagen achter elkaar niet in Aduard ben en er twee keer een preek gelezen zal worden.

Inmiddels is het werk in Zuidhorn ook voorzichtig begonnen. Je merkt wel een verschil: inmiddels heb ik al drie begrafenissen geleid in Zuidhorn in de afgelopen drie maanden. Zowel in Zuidhorn als Aduard worden er afspraken gemaakt over hoe het werk verdeeld dient te worden.

Het wordt weer langer licht. De temperatuur gaat langzaam omhoog. We kunnen straks weer meer naar buiten. Maar we zijn er nog niet. Je kunt ernaar verlangen: het moment waarop we elkaar weer zien. Dat je gewoon elkaar kunt spreken, koffie kunt drinken, het avondmaal kunt vieren. We zullen nog geduld moeten hebben. Geduld is een gave van de Geest. Hij wil het in overvloed geven. Tegelijk kan je jezelf soms vertwijfeld afvragen: hoe lang nog? Alleen God weet het.

Misschien helpt het je wel, om in deze veertig dagen voor Pasen, jezelf meer te richten op God en op zijn werk door Jezus.

HJJP